Grappen verhullen serieus gevecht

De campagnes lijken te verzanden in oppervlakkige oneliners en grappen op tv. Maar daarachter gaat een felle strijd schuil over de verzorgingsstaat.

Het gaat wel degelijk ergens over deze verkiezingen. Achter de potpourri van lijsttrekkers in amusementsprogramma’s en optredens als kermisattracties gaat een ouderwetse politieke strijd schuil.

De verkiezingen van 2006 zijn levendiger dan die van vier jaar geleden, toen de onverwachte opkomst van Pim Fortuyn de gevestigde politieke orde verlamde. Ondanks de oneliners en de oppervlakkigheid van veel media-optredens is sprake van sterk uiteenlopende standpunten. Het is de terugkeer van de ‘klassieke’ politieke scheidslijnen op het assenstelsel van de sociaal-economische onderwerpen.

De afgelopen vier jaar beleefde Nederland de revolte van Fortuyn, twee politieke moorden, het referendum over de Europese Grondwet, het vertrek van VVD-parlementariër Ayaan Hirsi Ali na discussie over haar Nederlanderschap, de langste naoorlogse economische stagnatie en drie kabinetscrises. Nu staan de verkiezingen in het teken van pas op de plaats. Nederland is in veel opzichten even veranderingsmoe.

De enige partij die pleit voor voortzetting van de structurele economische hervormingen, de VVD, staat op verlies. Het CDA werd tijdens de paarse kabinetten beschouwd als een politieke factor die had afgedaan. Nu zijn de christendemocraten terug als de grootste partij. Het CDA gaat de verkiezingen in met slechts één boodschap: het gaat goed, dus waarom zouden we veranderen?

Aan de andere kant van het politieke spectrum staat de partij die zich het felst inzet voor terugkeer naar de oude verzorgingsstaat, de SP, in de peilingen op spectaculaire winst. De PvdA heeft het daarentegen lastig. Het ‘gedraai’ dat de PvdA wordt verweten, is het ongemak van de partij om zich tegelijkertijd in te zetten voor een sociale agenda zonder de noodzaak van verdere aanpassingen uit het oog te verliezen.

GroenLinks trekt met het radicaalste programma van allemaal nauwelijks aandacht. Geen enkele andere partij waagt zich aan een zodanig ingrijpende herziening van het fiscale en sociaal-economische beleid: verschuiving van de belasting op arbeid naar belasting op consumptie en milieu. Ook de vervanging van de AOW door een puntenstelsel voor de oudedagsvoorziening heeft geen weerklank gevonden. Hierbij vergeleken zijn de veelbekritiseerde voornemens van de PvdA (en de ChristenUnie) voor ‘fiscalisering’ van de AOW een kleinigheid.

De links-rechts scheidslijn blijkt uit de nadruk die de SP, en in mindere mate ChristenUnie, GroenLinks en PvdA, in hun campagne leggen op armoede in een rijk land. Geen enkele partij nivelleert zoveel als de SP. Deze partij zet zich ook het hardst af tegen marktwerking en wil deze ontwikkeling, met name in de zorgsector waar de SP een sterke positie heeft opgebouwd, zo veel mogelijk terugdraaien.

De reactie op de invloeden van de buitenwereld, in 2002 door Fortuyn dwingend geagendeerd, spelen bij alle partijen een rol. Politici hullen zich in de nationale driekleur of oranje. Het vreemdelingenbeleid is gemeengoed geworden. Op het boerkaverbod dat het kabinet vijf dagen voor de verkiezingen presenteerde, kwam geen reactie. Hooguit profileren sommige partijen zich met een pleidooi voor een generaal pardon voor het restant van de 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers die onder de oude vreemdelingenwet vielen.

Opmerkelijk is dat het buitenlandse en militaire beleid geen verkiezingsonderwerp is geworden. Het debat over mogelijke misdragingen van militairen in Irak in 2003 wordt over de verkiezingen heen getild omdat de grote partijen er voor terugdeinzen de krijgsmacht als politiek brisant onderwerp ter discussie te stellen.

Het bevestigt eens te meer hoezeer de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen dit jaar naar binnen is gericht. De kern waar het om draait is de toekomst van de Nederlandse verzorgingsstaat tegen de achtergrond van vergrijzing en globalisering.