Geen patent op non-uitvinding

Kleine ondernemers en ‘open source’-adepten streden anderhalf jaar terug tegen softwarepatenten. Nu wil ook Philips octrooien op onzinnige uitvindingen uitbannen.

Demonstraties in Brussel, e-mailbombardementen van ‘open source’-activisten en een minister van Economische Zaken die er om de haverklap voor naar de Tweede Kamer werd geroepen. Anderhalf jaar geleden hield de discussie rond softwareoctrooien de gemoederen zowel in Nederland als in de rest van Europa flink bezig.

Reden was een omstreden Europese richtlijn om de interpretatie van wetgeving voor het octrooieren van software-uitvindingen in alle landen gelijk te trekken. Een lobby van kleine ondernemers en voorstanders van ‘open source’-software, software waarbij geen eigendomsrecht wordt geclaimd, was tegen de richtlijn omdat zij niet wilde dat software geoctrooieerd kon worden. Door de wildgroei aan patenten zouden kleine programmeurs constant moeten vrezen inbreuk te maken op een of ander octrooi en voor de rechter gesleept te worden. Zij stonden tegenover grote bedrijven als Philips en IBM die wel vonden dat software gepatenteerd moest kunnen worden. Zij moesten hun duur verworven kennis toch beschermen? Toch waren deze bedrijven later ook tegen de richtlijn, omdat zij vreesden dat die te streng zou uitvallen.

Uiteindelijk ontstond er een impasse en verdween de richtlijn – na jaren van werk – in de oud-papierbak. Iedereen blij. Toch?

Nog niet helemaal, zo blijkt. Het probleem rond softwarepatenten heeft zich inmiddels verbreed tot het Europees octrooisysteem in zijn geheel. Wat de lobby tegen softwareoctrooien toen onder meer betoogde, was dat octrooien in het algemeen te makkelijk worden toegekend. Het Europees Octrooibureau zou de criteria voor het verlenen van een patent – onder meer dat een uitvinding nieuw en niet voor de hand liggend is – niet streng genoeg hanteren. Bovendien zouden verleende octrooien soms te breed geformuleerd zijn, waardoor kennis ten onrechte wordt afgebakend.

Deze klacht blijkt inmiddels breed gedragen. Een woordvoerder van de afdeling intellectueel eigendom van elektronicaconcern Philips vertelt dat ook dit bedrijf zich sterk maakt om de kwaliteit van octrooien omhoog te brengen. Zelfs Philips – met wereldwijd 80.000 patenten – heeft er last van dat bedrijven patenten hebben op de meest onzinnige dingen, om vervolgens bij de rechter te klagen dat Philips er inbreuk op maakt.

Een verhoging van de kwaliteit van patenten is ook wat de tegenstanders van softwareoctrooien nog altijd willen. Wiebe van der Worp is voorzitter van Vrijschrift, de organisatie die in Nederland de lobby tegen het softwareoctrooi regisseerde. Hij vertelt dat het verdwijnen van de conceptrichtlijn betekende dat de oude praktijk gewoon doorgaat, oftewel dat software nog steeds wordt geoctrooieerd. Al is onduidelijk of deze patenten voor de rechter stand zouden houden. Er zijn wel grote rechtszaken geweest, maar die hadden zulke grillige uitkomsten dat de rechtsonzekerheid van kleine ondernemers blijft. Een strenger Europees octrooibureau zou dit probleem deels oplossen.

De huidige praktijk kan negatieve consequenties hebben voor de innovatieve kracht van Europa, zeggen betrokkenen. Ook de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) schreef deze zomer in een rapport dat verandering wenselijk is. Voorzitter Joop Sistermans van de raad legt uit dat de manier waarop bedrijven innoveren aan het veranderen is. Vergeleken met vroeger wordt er steeds meer samengewerkt. Door kennisinstellingen en bedrijven, maar ook door bedrijven onderling. Daarnaast komen uitvindingen steeds vaker tot stand in open gemeenschappen, waarbij niemand een patent heeft, zoals het besturingssysteem Linux.

Om deze zogeheten ‘open innovatie’ niet te belemmeren, moet er kritisch worden gekeken naar het intellectueel eigendomsrecht, concludeert AWT. Als iedereen bang is in een juridisch mijnenveld te belanden, gebeurt er niets meer. Een aanbeveling van de raad is dat de kwaliteit van het Europees Octrooibureau omhoog moet, zodat patenten strenger worden beoordeeld. Verder suggereert AWT dat afgewezen octrooien duurder zouden kunnen worden. Zo zouden bedrijven worden ontmoedigd om voor elke non-uitvinding een patent aan te vragen.

Wat de Nederlandse overheid kan doen om dit te bereiken, is beperkt. De besluitvorming over het octrooisysteem vindt plaats op Europees niveau. De AWT dringt er wel op aan dat de Nederlandse regering zich in Brussel sterk maakt voor een verbetering van de kwaliteit van het systeem. Of dat gaat gebeuren, valt te betwijfelen. Sistermans heeft alle technologieparagrafen in de partijprogramma’s gelezen en veel staat er volgens hem niet in. „Als we de kennissamenleving zo belangrijk vinden, zou je meer verwachten.”