Elitekorps wil geen ‘brandweertje spelen’

Ja hoor. Daar was-ie weer: Vik Franke, onze schietgrage filmmaker.

Bij Dokument zond de NCRV zijn langverwachte documentaire uit, 9:11 Zulu. Het is het verhaal van dertig onherkenbare commando’s die, gelegerd in Kamp Holland, Uruzgan, dolgraag tegen de Talibaan willen vechten maar dat niet mogen. En die frustraties vertellen ze van zich af aan een buitenstaander die na twee maanden embedded filmen zelf een commando is geworden.

De filmmaker spreekt hun westerntaal: „Shoot the bad guys out of Dodge City!” Draagt hun uniform én baard én snor in plaats van afstand te houden. Stelt geen kritische vraag, maar vertolkt hun gedachten: „Ze hebben wel wat beters te doen dan voor oppas te spelen van de Afghaanse politie.”

Filmen kan-ie, onze Vik.

De commando’s maken Nederlandse sudokupuzzels.

Ze poepen naast de auto.

Ze luisteren de radio af.

Ze schieten om de aanvalsplek te markeren voor Amerikaanse straaljagers.

Ze trappen een deur in, waarachter zich mogelijk een bermbommenmaker schuilhoudt. Onder Nederlands getier worden vrouwen van de mannen gescheiden. Een Amerikaan die meermalen onverklaard opduikt, praat met de mannen.

En daarna lopen ‘onze jongens’ in een hinderlaag – hè, hè, roept er één: „eindelijk de eerste tic” [troops in contact, red.]. Het is dan 9:11 Zulu, militaire tijd. Waarbij de kogels op z’n Amerikaans in het rond vliegen totdat de camerabatterijen op zijn en Franke, vertelt hij, zelf de wapens oppakt.

Duidelijk wordt dat voor elke „kinetische actie” toestemming vereist is van de militaire leiding in Den Haag. Want afgesproken is dat de Nederlanders alleen mogen terugschieten. Voor het intrappen van de deur kwam na een week toestemming. En dat kan niet anders, vertelt een officier van justitie in hemdsmouwen op de basis: „Situaties verschillen.” En: „Ik zit met regels en de interpretatie van die regels.”

De elitetroepen moeten van dit ‘brandweertje spelen’ niks hebben. Geef hun eerst een license to kill the Talibaan en daarna worden de scholen vanzelf veilig. Een verongelijkte commando: „Ik wil geleefd hebben als ik doodga.” En daarvoor uiten ze zware beschuldigingen aan het adres van ‘Haagse leunstoelkrijgers’: „Ik denk dat de informatie die wij verzamelen deels terzijde wordt geschoven (...). Met alle gevolgen voor de veiligheid van dien.” Maar dat verwijt schoof de Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn zondag in Buitenhof krachtig terzijde: „Baarlijke nonsens.”

Leerde deze film ons meer over het Nederlandse optreden in Uruzgan? Nauwelijks. Het gaat in elk geval veel te ver om op basis van dit materiaal vast te stellen dat de Nederlandse commandotroepen in Uruzgan stelselmatig aanvallen van de Talibaan uitlokken. Evenmin zien we hoe sterk de vijand is, op welke hand de bevolking is, wat de Amerikaanse rol is bij de Nederlandse missie, en hoeveel slachtoffers er vallen in het vijandige kamp. Misschien moeten we daarvoor wachten op Arnold Karskens. Hij ging, buiten Defensie om, op zoek naar het verhaal van de bevolking van Uruzgan dat Zembla 22 oktober vertoonde. Wij zagen een Arnold- Karskensshow, maar zijn conclusie was: de Talibaan winnen terrein onder de bevolking.

Naar verluidt zijn Karskens en Franke elkaar toen tegengekomen. De een, uitgedost als een Afghaan met een tulband om zijn hoofd, de ander als commando in een jeep.

Twee mannen met een missie.

Helden dromen ze te worden.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen