Een neutrale overheid

Het dragen van een boerka, een gezichtsbedekkende sluier, in de publieke ruimte is in Nederland omstreden. Het maakt normale communicatie onmogelijk. Het werkt intimiderend en benadrukt ongelijkheid. Niet alleen tussen man en vrouw, maar ook bij menselijk contact. Het is onduidelijk wie zich onder een boerka verstopt, waardoor wederzijds respect moeilijk kan blijken.

Boerka’s worden in Nederland heel weinig gedragen. Alleen door ultraorthodoxe moslima’s, als uiting van hun geloof dat maximale discretie, kuisheid en liefst onzichtbaarheid ten opzichte van de man voorschrijft. Boerka’s passen hier niet binnen de omgangsvormen. Net als het geven van een hand is oogcontact tussen man en vrouw in het openbaar vanzelfsprekend. Een sluier wordt hier alleen gedragen bij bruiloften of verkleedpartijen. Gehele gezichtsbedekking in het maatschappelijke verkeer komt verder nog voor bij extreme koude, sommige contactsporten, carnaval en motorrijden.

Er zijn allerlei bezwaren tegen een boerka. Maar zijn die voldoende om, zoals het kabinet op verzoek van de Tweede Kamer doet, een wetsvoorstel aan te kondigen dat de boerka verbiedt om redenen van ‘openbare orde, veiligheid en bescherming van burgers’? Zijn er gevallen bekend waarin het dragen van een boerka een niet te tolereren inbreuk bleek op deze belangen? Een aantal gemeenten kent al de bepaling dat bij dreigende verstoringen van de openbare orde het bedekken van het hele gelaat strafbaar is. Zo wordt het dragen van bivakmutsen, helmen of combinaties van capuchons, sjaals, petjes en brillen bij demonstraties tegengegaan. Zijn deze verordeningen niet toereikend gebleken om het dragen van boerka’s in te dammen? Het kabinet heeft nog niet uitgelegd welke dringende sociale noodzaak deze maatregel rechtvaardigt. Evenmin is duidelijk of deze proportioneel is – staat het doel in verhouding tot het middel?

Naar welk probleem is deze oplossing op zoek? Of gaat het hier in werkelijkheid om iets anders? Namelijk om het weren van moslimorthodoxe religieuze uitingen uit het straatbeeld, omdat kabinet en Kamer deze religie zélf niet gewenst vinden. Dat kan namelijk makkelijk zo begrepen worden, en niet alleen onder moslims of in het buitenland. Het voornemen tot een landelijk boerkaverbod haalde afgelopen weekend al het internationale nieuws.

In een democratische rechtsstaat zijn tolerantie, ruimdenkendheid en pluralisme essentiële waarden, zo is de standaardformulering van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het is de taak van de overheid het naast elkaar bestaan van verschillende religies op een waardeneutrale wijze mogelijk te maken. Daarvoor kunnen beperkingen gewenst zijn. Het is van essentieel belang dat die vrijheden, of het nu om het dragen van religieuze symbolen gaat of het recht anderen te bekeren, zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Veiligheid en openbare orde horen daar zeker bij. Maar onpartijdigheid en neutraliteit dienen het handelen van de overheid te kenmerken. Of een landelijk boerkaverbod die toets kan doorstaan, is zeer de vraag.