Draaier of niet, zo komt-ie over

Zijn opponenten noemen Wouter Bos een draaikont. Hij versterkt dat beeld zelf.

Maar hij vervult met verve de rol van oppositieleider.

„U bent niet eerlijk en u draait.” De woorden van Maxime Verhagen en later Jan Peter Balkenende dreunen nog lang na bij Wouter Bos. Als je iets maar vaak genoeg herhaalt, dan wordt het vanzelf de waarheid.

Een groot probleem voor Bos is dat hij het beeld een ‘draaier’ te zijn zelf versterkt. Met groots gemak wisselt hij van debatstijl. Soms is hij een typische oppositieleider (fel, populistisch), dan weer de toekomstige premier (rustig, statig). Het ene moment speelt hij zonder terughoudendheid op de man („Henk Kamp is geen knip voor de neus waard”). Even later beklaagt hij zich erover dat de andere partijen teveel „op de man spelen” en hem „kapot” proberen te maken.

Geloofwaardigheid is een basisvereiste om te kunnen overtuigen. En om geloofwaardig over te komen moet een politicus een consistente boodschap hebben. Bos mist een partijgenoot die het vuile werk voor hem opknapt , zoals Maxime Verhagen voor Balkenende.

Met verve vervult Bos echter de laatste debatten zijn rol van oppositieleider. Tijdens het RTL-debat probeerde hij zich buiten het politieke establishment te plaatsen („dat zijn Haagse plaatjes”). Zijn cijfers waren zéér concreet („50 euro per maand”), en dus overtuigender dan ingewikkelde statistieken. Hij maakt zijn verhaal tastbaar door zich in de situatie van bepaalde groepen te verplaatsen (herkeurde WAO-ers, kinderen die in armoede leven). Dat doet hij soms simplistisch, maar daardoor wel begrijpelijk („voor de keuring zijn ze ziek, na de keuring zijn ze ineens weer gezond”).

Maar Bos valt ook graag aan. Kenmerkend was zijn antwoord tijdens het RTL-debat op de vraag wat hem een leider maakt. In plaats van te vertellen waarom híj een leider is, legde hij slechts uit waarom Balkenende volgens hem géén leider is. Dat soort aanvallen op de premier leidt hij regelmatig in door te verwijzen naar uitspraken van collega-ministers zoals De Geus (Sociale Zaken, CDA) en „uw minister” Winsemius (VROM, VVD). Zo dwingt hij de premier in een lastige situatie: Balkenende kan niet zijn eigen ministers afvallen.

Daarnaast vertelt Bos met enige regelmaat een lang en emotioneel verhaal waarmee het moeilijk oneens-zijn is, zoals het verhaal tijdens het RTL-debat over de zwarte vmbo-school in Amsterdam-West. Dat wekt sympathie én is lastig aan te vallen door politieke tegenstanders.

Maar op die manier laat Bos tegelijkertijd het belangrijkste na: het presenteren van een boodschap waarmee hij zich onderscheidt van de rest.

Lars Duursma is wereldkampioen debatteren in de categorie Engels als tweede taal en werd door het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek benoemd tot een van Europa’s meest veelbelovende jonge ondernemers.

Dit tweeluik is het laatste deel in de serie. Lees de voorgaande analyses op nrc.nl/opinie