Discussie in Israël over gebruik clusterbommen

Israëlische artilleriecommandanten hebben tijdens de oorlog in Libanon het bevel genegeerd van chef-staf Halutz om zeer spaarzaam gebruik te maken van clusterbommen. Dat blijkt uit intern onderzoek van de legertop in Tel Aviv.

Aan het begin van de oorlog verordonneerde generaal-majoor Halutz dat de artillerie geen bombardementen zou uitvoeren in dicht bevolkte gebieden en „extreem behoedzaam” moest zijn bij het gebruik van clusterbommen. Uit onderzoek van brigade-generaal Mishel Ben Baruch, dat zondag werd overhandigd aan Halutz, blijkt dat de artillerie en de luchtmacht „vele duizenden” clusterbommen hebben afgeschoten op bevolkte gebieden.

Met name in de laatste fase van de strijd werden doelen in zuidelijk Libanon „overspoeld”, aldus het rapport. Daarbij werd gebruik gemaakt van artilleriehouwitsers en van Multiple Rocket Launcher Systems (MRLS), gloednieuwe Amerikaanse wapensystemen die voor alle aanwezige journalisten waarneembaar gestationeerd waren bij Kiryat Shmona en Metula.

Halutz, die gisteren zei „teleurgesteld” te zijn dat zijn „expliciete orders” niet zijn opgevolgd, heeft een andere generaal opdracht gegeven te onderzoeken welke veldcommandanten verantwoordelijk zijn.

Internationaal recht verbiedt het gebruik van clusterbommen in dichtbevolkte gebieden. Het Israëlische leger ontkende tot voor kort internationale wetgeving geschonden te hebben, maar is daar na de publicatie van het rapport van generaal Baruch en een reeks publicaties van het dagblad Ha’aretz niet meer zo zeker van.

Anonieme artillerieofficieren hebben in de Israëlische media hun ongenoegen over de onderzoeken en de opstelling van chef-staf Halutz geventileerd. De clusterbommen werden gebruikt omdat er geen exacte doelen waren en daarom het hele gebied „besproeid” moest worden, aldus een officier.

In Libanon zijn tot nu toe 58.000 niet-ontplofte clusterbommen gevonden op 800 verschillende plaatsen. Sinds het staakt-het- vuren zijn 22 Libanezen door clustermunitie gedood.