Cultureel ondernemerschap

Waag het in Nederland niet om boven het maaiveld uit te steken. Helemaal niet als het buitenland je prijst. Dan kun je wel met minder geld toe, zegt men hier, zoals het Concertgebouworkest is overkomen.

Feest, fanfares en taart voor de musici waren er niet in Amsterdam, toen het Koninklijk Concertgebouworkest vorige maand in het Franse blad Le Monde de la Musique na een enquête werd uitgeroepen tot het op één na beste orkest van Europa. De Wiener Philharmoniker wonnen met 86 punten, het Concertgebouworkest kreeg 85 punten, de Berliner Philharmoniker werden op afstand derde met 79 punten.

Robert Reibestein, firmant van het adviesbureau McKinsey en de nieuwe voorzitter van het bestuur van het orkest, en directeur Jan Willem Loot lachen om het idee het bereiken van die tweede plaats te vieren. Reibestein: „Wij zijn bijna het beste orkest, maar we zijn erg goed in het relativeren daarvan.” Loot: „Je bent er nooit, je kunt niet op je lauweren rusten. Er moet worden gewerkt. En hard.”

Le Monde de la Musique vermeldde niet wat in deze eerste orkestverkiezing in zijn soort precies is gemeten. Loot: „Ze zeggen wel wat gewonnen heeft: muzikaal raffinement, boven power en zuiver technisch vermogen. Bij Wiener en het Concertgebouworkest zien ze raffinement, bij het Berliner zien ze kracht. Bij het Concertgebouworkest wordt ook de veelzijdige en brede programmering geprezen. En de Grote Zaal van het Concertgebouw wordt genoemd als een van de drie tot vier beste ter wereld. Zelf plaats ik de zaal nog hoger.”

De verkiezing tot het op één na beste Europese orkest komt kort na de stortvloed van internationale lof over het aandeel van het Concertgebouworkest en chef-dirigent Mariss Jansons bij De Nederlandse Opera in Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk. De voorstelling was volgens buitenlandse kranten „muzikaal briljant en fabuleus goed gespeeld” door de „als godenzonen spelende musici van het Concertgebouworkest”.

Reibestein: „Deze verkiezing tot het op één na beste orkest is een extra cadeau. Het was nog mooier geweest als ook Amerikaanse orkesten waren beoordeeld. Dat zouden we vol vertrouwen tegemoet zien.” Loot: „We doen er verder niets mee. Tot mijn verrassing hebben we tot ver buiten de grenzen daarop commentaar en felicitaties gekregen.”

De bestuurlijke top van het Concertgebouworkest ziet het bereiken van de tweede plaats onder de Europese orkesten voor een deel als het resultaat van de jarenlange inspanningen om het Amsterdamse orkest te presenteren op de belangrijkste internationale muziekpodia. 35 van de 125 concerten per jaar worden in het buitenland gegeven. Ook het nieuwe eigen platenlabel RCO Live draagt bij aan de wereldroem van het orkest, vooral in landen waar het orkest niet op tournee kan.

Maar het in stand houden en uitbouwen van de bekendheid van het Concertgebouworkest is kostbaar en loopt gevaar. Het orkest, dat wordt gesubsidieerd door het Rijk en de gemeente Amsterdam, verdient zelf 52 procent van het budget – verreweg het meeste van alle Nederlandse orkesten. Daarvoor zorgen de kassa, sponsors, donateurs en inkomsten uit de tournees. Een kwart eeuw geleden verdiende het orkest slechts 20 procent, de rest was subsidie. Al is het orkest zeer actief in het werven van particuliere gelden, de grenzen van het zelf binnenhalen van geld komen in zicht.

Reibestein: „Minister Van der Hoeven (Cultuur) heeft onlangs Kamervragen over die problemen beantwoord. Dat is hoopgevend. We lopen voorop in cultureel ondernemerschap. Maar ook de minister lijkt te begrijpen dat bij het Concertgebouworkest de grenzen daarvan in zicht komen. Als je in de top wilt blijven meespelen, zul je extra dingen moeten doen. Die kosten extra geld.”

Het Concertgebouworkest wil herstel van de uitzonderingspositie die het in 2000 kreeg toen het samen met De Nederlandse Opera en het Nederlands Danstheater van staatssecretaris Van der Ploeg (PvdA) extra subsidie kreeg als ‘boegbeeld van de Nederlandse cultuur’.

Loot: „Dat extraatje is inmiddels voor tweederde tenietgedaan door bezuinigingen van het Rijk en de gemeente Amsterdam. Wij hebben in de volgende kunstenplanperiode 2009-2013 van het Rijk een rond bedrag van 1 miljoen euro extra nodig. Het rijk geeft nu 4 miljoen, Amsterdam 6 miljoen, in afgeronde cijfers. Wij vinden dat Den Haag echt meer moet doen. We zijn het nationale orkest, met een Amsterdamse inslag. Amsterdam heeft altijd zijn best gedaan. Maar dat het Rijk een kleine bezuiniging doorvoerde en Amsterdam een grote, dat kunnen we niet zomaar opvangen.”

Het Concertgebouworkest wil die extra subsidie vooral gebruiken om de salarissen van de musici op een internationaal peil te brengen. Er komt bij het orkest een golf van pensioneringen. De opvolgers zullen moeten worden geworven op de internationale markt, waar de salarissen sterk zijn gestegen. Vooral in Duitsland verdienen musici meer, in Berlijn ruim anderhalf keer zoveel als in Amsterdam.

Loot: „We zoeken de beste musici die we kunnen vinden. We moeten ook investeren in optredens op dure podia als Berlijn, Wenen en New York, die weinig of geen winst opleveren. We investeren in nieuwe media, ook niet meteen winstgevend.” Reibestein: „En we streven naar de beste dirigenten, die komen ook niet voor niets.” Loot: „Nu we de echte wereldtop hebben bereikt, zal het veel vergen om daar te blijven. En stilstand is achteruitgang.”