‘Campagne via brieven lezers is nu normaal’

‘Ik durf niet meer bij mijn kleinkinderen op bezoek’, is de hartenkreet van ene Nel Gruiters vandaag in een advertentie in De Telegraaf, waarin zij oproept om morgen op de Lijst Fortuyn te stemmen. Of Nel Gruiters bestaat, is niet te controleren. De advertentie vermeldt alleen dat zij ‘oma is van Joost en Petra’.

Gisteren werd bekend dat de ingezonden-brievenrubriek in kranten niet altijd gevuld wordt door individuele lezers die hun hart luchten, maar regelmatig het product is van ‘schrijverspoules’, aangestuurd door de campagneteams van PvdA en CDA. De schrijvers krijgen instructie over actuele thema’s. Schrijvers worden bijvoorbeeld opgeroepen om de ruzie tussen Amsterdam en minister Zalm (Financiën, VVD) over de privatisering van Schiphol aan de orde te stellen.

Volgens universitair hoofddocent J. de Ridder, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Media & Communicatie Instituut, is beïnvloeding van de brievenrubriek een van actiegroepen afgekeken strategie. „De politieke campagnes in Nederland professionaliseren. Daar is dit een voorbeeld van. Het is een manier om, met behulp van oneliners, het verkiezingsklimaat te beïnvloeden. Je ziet dat met deze strategie, maar politieke partijen proberen ook op websites of met belacties en focusgroepen de sfeer naar hun hand te zetten.”

Is het een acceptabele strategie of misleiding van de lezer? De vraag of het ethisch is, doet er eigenlijk niet meer zo toe, aldus de Ridder. „Geen enkele partij kan zelfstandig zeggen: we doen er niet aan mee. Als de andere partijen het wel blijven doen, verlies je kiezers en dat kan niemand zich permitteren.”

De vraag is of kiezers zich laten beïnvloeden door ingezonden brieven. „Het is zeker onderzoek waard. De strategie gaat uit van het keer op keer herhalen op zo veel mogelijk podia van dezelfde boodschap. Dat gaat weliswaar ten koste van het inhoudelijke debat over thema’s in de campagne, maar levert wel stemmen op.”

Kranten voelen zich ongemakkelijk bij het nieuws dat hun brievenrubriek oneigenlijk gebruikt wordt. De Ridder: „Ik kan me voorstellen dat kranten meer vorm geven aan die ingezonden brievenrubrieken, gekoppeld met interactieve communicatie met de lezers. Maar dan moet je bereid zijn om daarin te investeren. En om bijvoorbeeld discussiefora te stoppen als de toon een te eenzijdig karakter krijgt. Je moet voorkomen dat een fanatieke minderheid het debat gaat kleuren. Dat kan de toegevoegde waarde van kranten zijn.”