Buck Hill

Zijn gouden uur beleefde hij op het North Sea Festival van 1981, waar hij optrad met zijn eigen kwartet en daarnaast werd uitgenodigd voor de ‘tenor battle’ waarmee het feest in die jaren steevast werd besloten. Buck Hill was toen al 53 en had slechts enkele lp’s op zijn naam. De oorzaak van zijn onbekendheid was prozaïsch: hij kwam slechts zelden buiten Washington D.C., waar hij een dagbaan bij de post had. Afgaande op de cd Relax is zulke honkvastheid nog niet zo gek. Hills toon is een kwart eeuw later nog altijd robuust, hij valt zelden in herhaling en speelt bijzonder structuurbewust. Een vergelijking met de huidige Sonny Rollins, twee jaar jonger, valt duidelijk in Hills voordeel uit. Dat geldt ook voor zijn begeleiders, zo onbekend als ze zijn; gitarist Paul Pieper, Hammond A-100 organist John Ozment en drummer Jerry Jones. Het repertoire omvat vier prima stukken van eigen hand, drie Miles Davis-composities en Old Folks van Willard Robinson. Dat Hill in die laatste standard valse sentimenten weet te mijden zonder te vervallen in destructie is een opmerkelijke prestatie. Een bescheiden talent op een hoogtepunt, dat is mooier dan de schaduw van een held.

Frans van Leeuwen

Buck Hill: Relax (Severn 0039). Distr. Munich