Beschaving maakt de mens niet minder mens

’s Nachts, bij het sterfbed van zijn vrouw, verplaatste F.M. Dostojevski zich in een man die zwelgt in haat en zelfvernedering. ‘Beschaving maakt de mens niet minder mens. Tegenwoordig verafschuwt hij weliswaar zinloos bloedvergieten, maar het bloed wordt nog altijd in stromen vergoten. Dat zegt Dostojevski in Aantekeningen uit het ondergrondse (Athenaeum – Polak & Van Gennep, € 19,90) – sommige lessen moeten steeds opnieuw geleerd worden. De nietsontziende monoloog van de ondergrondse man, de lange neurotische aanklacht waarin hij korte metten maakt met de gedachte dat de mens zichzelf kan verlossen door de rede, is zo actueel dat het pijn doet.

De lezer zit het hele verhaal opgesloten in het manische perspectief van de ondergrondse man, maar Dostojevski maakt moeiteloos voelbaar wat er achter de wereldwijze, cynische woordenstroom van zijn verteller ligt: een radeloos verlangen naar liefde.

Dat zou gemakkelijk hebben kunnen leiden tot het soort sentimentaliteit waar Dostojevski zo vaak van beschuldigd is. Maar de Russische schrijver zet het cliché van het hoertje met het gouden hart dat een zondige man tot zelfinkeer brengt, genadeloos op zijn kop’, aldus Bas Heijne.