Atheïsten moeten uit de kast komen

Het is tijd de heersende opvatting te keren dat religie intrinsiek respect verdient.

Ideeën moeten onbeperkt bekritiseerd kunnen worden.

Evolutiebioloog Richard Dawkins probeert in zijn nieuwe boek The God Delusion een lans te breken voor het atheïsme als tegenwicht voor de groeiende religiositeit overal ter wereld. Hij beoogt niets minder dan de emancipatie van de atheïst. Want, zo schrijft hij, „de reden waarom zoveel mensen atheïsten niet opmerken, is dat veel atheïsten ervoor terugdeinzen om er openlijk voor uit te komen. Het is mijn vurige wens mensen met dit boek te helpen om ‘uit de kast’ te komen.”

Dat laatste is een wat komisch geval van wishful thinking – alsof atheïsme zo beschamend is dat al die closet atheists slechts met Dawkins boek in de hand wat timide stappen in de buitenwereld durven te zetten. Nog komischer is zijn hoop dat zijn boek ook gelovigen het licht zal doen zien. Een rationele afweging is nu eenmaal niet waar het om draait bij religie.

Maar interessant is dat Dawkins meent dát er een tegenwicht nodig is in het huidige tijdsgewricht. Sinds de publicatie van zijn boek in september is er een levendige discussie ontstaan. Die draait vaak om het argument dat een bewijs tégen het bestaan van een god al evenmin geleverd kan worden als een bewijs ervóór.

Allemaal waar – en volstrekt niet ter zake. Het gaat er niet om wie gelijk heeft, van welke overtuiging we het heil kunnen verwacht. Het gaat er al helemaal niet om de rest van ons gelijk te overtuigen. Er zijn altijd gelovigen en atheïsten geweest en dat zal nog wel even zo blijven.

Waar het om gaat, is hoe alle partijen samen kunnen leven zonder elkaar de kop af te hakken of elkaar het zwijgen proberen op te leggen. Dawkins raakt aan iets essentieels als hij schrijft: „Zolang we het principe accepteren dat religieuze overtuiging respect verdient, simpelweg omdat het een religieuze overtuiging is, kunnen we moeilijk de religieuze overtuiging van Osama bin Laden en zelfmoordterroristen niet respecteren.”

Het lijkt inderdaad een vanzelfsprekendheid te zijn geworden dat elke religie op voorhand respect verdient. Als een politicus kritiek wil leveren, gaat dat steevast vergezeld van een opmerking als „Ik heb groot respect voor de islam, maar...” Waarom eigenlijk? Waarom zouden we respect moeten hebben voor de overtuiging dat mensen uit het paradijs zijn gegooid om het eten van een appel? Of voor een opvatting die vrouwen als minderwaardig ziet? Of dat alle ongelovigen zullen branden in de hel?

Er zit een element van neerbuigendheid in ons westerse ‘respect’ voor religie. Als verlichte, economisch en cultureel dominante groep kunnen we het ons veroorloven om wat evangelistische groepjes of achtergestelde immigranten hun rare fundamentalisme en heilige huisjes te gunnen. Het zijn opvattingen die we nauwelijks serieus nemen, maar die we grootmoedig tolereren bij een ongelijkwaardige gesprekspartner.

Voor niet-religieuze overtuigingen bestaat aanmerkelijk minder respect, zoals voor het principe van vrijheid van meningsuiting en voor de vrijheid van denken. Wellicht komt dat doordat de aanhangers van deze principes minder stampij maken wanneer hun opvattingen beledigd worden. Maar iets wat ‘heilig’ is, lijkt ook belangrijker te worden gevonden dan een seculiere overtuiging.

De Britse filosoof A.C. Grayling schreef hier een glashelder stuk over in The Guardian. Hij stelt: „Het wordt tijd om de heersende opvatting te keren dat religie om intrinsieke redenen respect verdient, en met fluwelen handschoenen moet worden aangepakt en beschermd – uit gewoonte en in sommige gevallen door de wet – tegen kritiek en spot. Het wordt tijd om te weigeren nog langer op eierschalen te lopen rond mensen die respect, inschikkelijkheid, een speciale behandeling of welke andere vorm van onaantastbaarheid dan ook eisen, omdat ze een religieuze overtuiging aanhangen – alsof het hebben van een religieuze overtuiging een deugd is die privileges met zich meebrengt, alsof het nobel is om te geloven in onbewezen claims en oud bijgeloof.”

Mensen verdienen respect maar ideeën en overtuigingen kunnen onbeperkt bekritiseerd en zo nodig belachelijk gemaakt worden. En niemand heeft recht op een speciale status op basis van zijn geloof, of kan van anderen eisen om zich aan dit geloof te conformeren.

Hoe blijven we hiervan gevrijwaard? Allereerst is het belangrijk om religieuze en seculiere opvattingen als gelijkwaardig te behandelen; de ene overtuiging is niet méér respect waard dan de andere. Het staat iedereen vrij om te geloven in de profeet of in de kerstman, net zoals het iedereen vrij staat om zo’n geloof verwerpelijk, belachelijk of ketters te vinden. De enige manier waarop dit gewaarborgd kan worden, is door een strikte scheiding van kerk en staat. Religie behoort tot de privésfeer en niet tot het publieke domein – in overheidsorganen of op scholen. Maar dat betekent ook dat de staat moet weten waar zij ophoudt en bijvoorbeeld niet de straatmode moet willen bepalen.

Corine Vloet studeerde af op de Britse religieuze dichter Gerard Manley Hopkins.

Dossier Vrijheid van meningsuiting op: www.nrc.nl/opinie