Al jaren drama bij Wayss & Freytag

Bouwbedrijf BAM moest gisteren een forse winstwaarschuwing geven wegens grote verliezen bij zijn Duitse dochter Wayss & Freytag. Het bedrijf zorgt al jaren voor problemen.

Precies tien jaar nadat de ellende was begonnen, heeft de directie van BAM gisteren korte metten gemaakt met haar Duitse dochter Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau. Het 130 jaar oude bedrijf, dat in 1996 werd gekocht door de Nederlandse bouwer HBG en later opging in BAM, is opgeheven en ondergebracht bij zusterbedrijf Müller-Altvatter. De reden voor die rigoureuze stap is dat BAM onlangs ontdekte dat de verliezen bij het Wayss-onderdeel zijn opgelopen tot 115 miljoen euro. Daardoor maakt BAM, Nederlands grootste bouwer, dit jaar vermoedelijk 50 miljoen euro minder winst.

Wayss & Freytag is al jaren een rotte plek in het verder goed draaiende BAM. Het drama openbaarde zich toen aannemersconcern HBG eind 1996 een belang van 74 procent in de grote Duitse aannemer nam. Wayss had destijds een omzet van 3,1 miljard Duitse mark en 7.500 medewerkers. Het ging echter niet goed met Wayss: in 1997 leed het een verlies van 360 miljoen mark. HBG stuitte op problemen: mismanagement en gebrekkig toezicht hadden geleid tot een verliesgevende orderportefeuille. Wayss is te duur gekocht, moest HBG-topman J. Veraart twee jaar na de aankoop constateren. „In totaal heeft Wayss & Freytag ons nu 800 miljoen gulden gekost”, zei HBG-bestuursvoorzitter J. Veraart begin 1999.

HBG was niet het enige bedrijf waarvoor de Duitse markt op een teleurstelling uitliep. De meeste Nederlandse bouwers hadden zich verkeken op Duitsland. Na de hereniging van Oost- en West-Duitsland, eind 1989, hadden de bouwers grote verwachtingen van de Duitse economie. Medio jaren ’90 echter stortte deze volledig in, in 1997 gevolgd door de huizenmarkt. De Duitsers wilden werk, geen huizen. De malaise had dramatische gevolgen voor de bouw: bedrijven zagen af van investeringen in vastgoed en overheden hielden hun geld in hun zak. Daar komt bij dat de bouwregels in Duitsland strenger zijn en de consument hogere eisen stelt, waardoor de marges lager liggen. BAM realiseerde zich in 1996 al dat het weinig zin had in Duitsland te blijven. Met een verlies van 40 miljoen gulden trok de bouwer zich terug.

Maar het lot bepaalde dat BAM na de overname van HBG, in 2002, opnieuw te maken kreeg met de Duitse markt. In de boedel van HBG zat immers ook Wayss & Freytag. Ook BAM kreeg de handen vol aan het Duitse bouwbedrijf. Honderden werknemers verloren hun baan bij diverse reorganisatierondes. „Als we quitte spelen, zijn we blij”, verzuchtte BAM-topman Van Vonno medio 2004. Een jaar later leed BAM bijna 27 miljoen euro verlies in Duitsland.

BAM heeft lang geloofd dat het allemaal goed zou komen met Wayss & Freytag, de grootste van de drie Duitse bouwbedrijven van BAM. Verscheidene malen liet Van Vonno’s opvolger Joop van Oosten weten dat de situatie in Duitsland onder controle was. Maar ook voor BAM bleek de Duitse markt, waar men veel met wisselende onderaannemers en oplopende prijzen kampt, te weerbarstig. De verliezen bleven oplopen en bij de presentatie van de halfjaarcijfers dit jaar zei Van Oosten: „Ik heb nu geleerd de komende tien jaar geen stellige uitspraken meer te doen over Duitsland.”

Van Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau is inmiddels nog maar een schim over: telde het bedrijf ooit duizenden werknemers, nu zijn er nog 320 over. De meesten daarvan blijven in dienst om de lopende orders af te handelen. Troost voor BAM is dat het einde van de ellende in zicht is nu het bedrijf een van de grootste miskopen uit de historie van het Nederlandse bedrijfsleven heeft opgeheven.