Weekend in Peking

Wat doet een vrouw met kind nou zoal in het weekend in Peking, vroeg iemand mij laatst via de mail. Mijn zoon was dat weekend net uit logeren bij een Canadees/Chinees vriendje en ik had alleen gewerkt.
Want je werk als correspondent houdt nooit op. Zeker als je zoals ik een beginneling bent.
Ik vertelde desgevraagd dat ik kranten en tijdschriften had doorgenomen, mijn weblog had bijgehouden en mijn archief op orde had gebracht.
En op zondag had ik mijn oren laten uistpuiten ! Niet bij de dokter maar bij de masseur. Omdat ik zo stom geweest ben mijn burostoel thuis te laten heb ik last van mijn rug. Massage is dan een uitkomst en bij de Yashow waar veel buitenlanders nepspullen komen kopen, heb ik een vast adres. Dit keer vroeg een van de masseuses of ik ook hoofdmassage wilde. Nog voordat ik antwoord kon geven, rolde het meisje een karretje met allerlei flesjes naar mijn hoofdeinde en stopte ze een lange staaf in mijn oor die ze in brand stak. Terwijl ik hevig protesteerde, wist ze me te overtuigen van het nut van de behandeling.
Huoju, zo heet het in het Chinees, is bedoeld om het vuil uit je oren te branden. Door de hitte trekt het overtollige oorsmeer naar buiten en komt in de vuurstaaf terecht. Volgens mijn masseuse zijn schone oren een voorwaarde voor een goede gezondheid.
Maar met schone oren ben ik er natuurlijk nog niet. Om gezond te blijven in mijn overwegend zittende bestaan als journalist moet ik elke week minstens twee keer een uur sporten.
Ik zwem dus wekelijks en ik doe aan fitness in een hypermodern fitnsscentrum in de buurt.
Peperduur zijn dergelijke sportcentra hier omdat ze al weten dat alleen expats en rijke Chinezen er lid willen worden.
Mijn zoon speelt op zaterdag schoolvoetbal op een veldje van een nabijgelegen park. Om het overzichtelijk te houden zijn sportclubs net als in Amerika vaak gelieerd aan scholen.
Naast de voetbalkooi staan zo’n twintig tafeltennistafels en sinds ik tegen een van de beste wedstrijdje heb gespeeld, kan ik er niet meer om heen. Onder aanmoediging van een stuk veertig recreanten op leeftijd speel ik elke zaterdag vluchtig een paar potjes. Vorige week vertelde ik wie ik was, en direct kwamen de verhalen los over mijn voormalige tegenstanders die hun helden waren.
Ze vinden het allemaal prachtig. Chinezen hebben vroeger op school tafeltennisles gehad, dus veel Chinezen kunnen wel een beetje spelen. Iedereen weet wel een beetje hoe een bal draait.
Tafeltennis lijkt wel in hun bloed te zitten.

Na het voetbal en het pingpongen doe ik op zaterdag soms boodschappen bij de Carrefour. Ga in Nederland bijna nooit naar een grote supermarkt ,maar hier is het een uitkomst.
Als ik bedenk hoe weinig voedsel ik in 1980 in de winkels zag, is het onvoorstelbaar wat er nu allemaal te koop is. Het aanbod is prima.Al is bijvoorbeeld de kaas nooit zo lekker als die van de Hollandse boerenmarkt.
En dan de koffie natuurlijk. Ik ben geen fan van Starbuckskoffie. Daarom drink ik meestal koffie bij een soort pattiserie annex koffieshop. Omdat er weinig of geen echte bakkers zijn in Peking koopt iedereen bij dergelijke cafe’s hun brood. Of bij winkels als de Carrefour maar daar vind ik dat de kwaliteit van het brood te wensen overlaat.
Wat niet te wensen overlaat is het Chinese eten.Op elke hoek van de straat kun je kwalitatief en goedkoop eten.
De Chinese verhittun voedsel goed zodat je zelfs van de stalletjes op straat wel kunt eten. In mijn buurt heb ik mijn vaste adressen al gevonden.
De volkse restaurants zitten meestal bomvol,vooral in het weekeinde.
Rust vind ik op zaterdagavond.Een smaakvol ingericht boeddhistisch restaurant waar alleen het bestellen van de hemelse gerechten al een feest is, is favoriet.
Een paar weken geleden heb ik daar gegeten met Theo Maassen die een optreden had verzorgd voor de Nederlandse gemeenschap in Peking. Hij was ook erg onder de indruk van de  sfeer en het eten.Aan elk detail wordt aandacht besteed. Zo is de enorme kaart prachtig geillustreerd met minimalistische fotografie. Vegetarische gerechten worden
opgediend in schalen die zijn gemaakt van natuurlijke materialen.
Er staat tofukip, tofuvis en kokosfondue op het menu.En bij die Goddelijke gerechten worden verse sapjes en reinigende thee geserveerd. Het restaurant is net geopend maar het wordt elke week drukker. Chinezen hebben de rust en de kookkunst van deze boeddhisten ook al ontdekt.