Sinterklaas in het land

Zo halverwege november, wanneer guur weer iedereen van de straat hield en je je tussen schooltijd en het avondeten te pletter verveelde, werd het bij ons thuis feest. De komst van de goedheiligman betekende voor mijn broer en mij maar één ding: zoetigheid.

Mijn moeder, van nature geneigd tot matigheid en in staat een gekregen doos bonbons te laten bederven, regeerde het hele jaar door met strenge hand over de snoeptrommel. Maar we mochten wél zelf borstplaat maken.

Liters slagroom en bergen suiker vielen ons ten deel. Zelf wegen, zelf het vuur aansteken en zelf koken. Daarna begon het roeren. Roeren gebeurde met een metalen lepel, nooit met een houten. Wanneer je de lepel door de zacht bubbelende massa bewoog, kraste de suiker tegen de bodem van de pan.

Dat krassen is een van de prettigste geluiden die ik me herinner uit mijn jeugd. Het betekende straks, als de borstplaat klaar zou zijn, een zoetzalige suikerkick waar we dagenlang van zouden stuiteren.

De suiker diende langzaam op te lossen in de room. Als je een druppel van het gloeiende spul in een kopje koud water liet vallen, moest het een bolletje vormen. Dan zouden we het overgieten in de hartvormen die lagen te wachten.

Maar zover kwam het nooit.

Nadat we een paar minuten ijverig met onze lepels hadden staan porren, werden mijn broer en ik steevast bevangen door onbedwingbaar ongeduld. Suiker gesmolten of niet, wij verlangden zo hevig naar zoet dat we de klonterige lava voortijdig in en naast onze harten stortten.

Jaren later proefde ik voor het eerst van mijn leven borstplaat van een banketbakker. Die haalde het niet bij de onze.

300 g fijne tafelsuiker

1 dl slagroom

40 g roomboter

extra: borstplaatvormpjes (bij kookwinkels)

Bekleed een bakplaat met bakpapier, spoel de borstplaatvormpjes af onder de koude kraan en leg ze nat op het papier. Doe suiker, room en boter in een pan en breng al roerend met een roestvrijstalen lepel aan de kook. Draai het vuur laag en laat het mengsel ongeveer 5 minuten zachtjes koken, waarbij je voortdurend blijft roeren.

Als alle suiker gesmolten is, begin je met testen: laat een druppel van het suikermengsel in een kopje koud water vallen. Als het een bolletje vormt haal je de pan van het vuur. Blijf flink roeren tot de massa traag begint te worden. Stort de suikerstroop dan in de vormen.

Laat de borstplaat een kwartiertje stollen. Schuif de vormen dan voorzichtig heen en weer over het bakpapier en zet ze op hun kant, zodat ook de onderkant hard kan worden.

Smaak- en kleurvariaties maak je door cacaopoeder of oploskoffie mee te koken of door na het koken (natuurlijk) vanille-extract, marasquin, rozen- of oranjebloesemwater toe te voegen.

Welke sinterklaaslekkernijen maakten jullie vroeger thuis? Praat erover mee op www.nrc.nl/kokenetc