Schone auto redt milieu noch imago

GroenLinksers dragen geen geitenwollen sokken meer en beschouwen zich als vrijzinnige partij. Maar die koers lijkt niet veel meer kiezers te trekken.

GroenLinks voert campagne op een milieuvriendelijke manier. Belangrijke bijeenkomsten worden georganiseerd in de buurt van een treinstation. Of lijsttrekker Femke Halsema rijdt erheen in een bus op aardgas, waarmee ze tijdens de campagne door het hele land toert. Een paar weken geleden werden krantenlezers verrast met kortingsbonnen voor een biologische shake, groene stroom en een hybride auto. Zo’n auto heeft Halsema zelf en ze is erin te zien in het campagnefilmpje.

De milieuvriendelijke vormgeving van de verkiezingscampagne moet kiezers duidelijk maken waar GroenLinks voor staat: een schoner milieu, ook voor volgende generaties. De ludieke acties van GroenLinks verschillen van die van de Partij voor de Dieren, die het milieu tot hoofdthema van haar programma heeft gemaakt en oproept tot een ‘beschavingsoffensief’. Milieuactivisten binnen GroenLinks vinden dat hun partij ook een hardere toon zou moeten aanslaan. Met hybride auto’s red je het milieu niet, vinden zij.

De partij noemt zichzelf niet alleen groen, maar ook links. Dat impliceert dat de partij streeft naar sociale gelijkheid en opkomt voor de zwakkeren. ‘Vrijheid’ is sinds het aantreden van Halsema daarnaast een belangrijk begrip binnen de partij.

GroenLinks heeft nog nooit geregeerd. De partij zou dat wel willen, in een linkse coalitie. Halsema noemt dat de ‘linkse lente’. Aan de partijen waarmee GroenLinks zou willen samenwerken, de PvdA en de SP, voegde zij onlangs de ChristenUnie toe. Want GroenLinks mag dan met deze kleine christelijke partij van mening verschillen over zaken als euthanasie en abortus, op sociaal terrein en op milieugebied kunnen de partijen het goed met elkaar vinden.

Het is de zesde keer dat GroenLinks meedoet aan de verkiezingen. Het beste scoorde de partij onder Halsema’s voorganger, Paul Rosenmöller. In 1998 groeide de partij van vijf naar elf zetels. Na twee verkiezingen is dat aantal in 2003 gedaald tot acht zetels.

Halsema weet dat een tweestrijd tussen CDA en PvdA in het nadeel van haar partij is. Zwevende kiezers die eerder voor GroenLinks kozen, gaan dan strategisch stemmen op PvdA-lijsttrekker Wouter Bos. GroenLinks is een lijstverbinding aangegaan met de SP. De PvdA wil dat niet omdat Bos alle opties wil ophouden. Halsema waarschuwt dat hij alleen ‘naar links’ zal kijken als GroenLinks een partij van formaat is. De opiniepeilingen zijn weinig hoopgevend voor de partij. De afgelopen dagen schommelde het verwachte aantal zetels tussen de zes en acht.

GroenLinks maakt zich sterk voor de rechten van achtergestelde groepen in de maatschappij, niet alleen door ze te beschermen, maar vooral door ze te helpen zich te emanciperen. Een jaar geleden veroorzaakte een manifest van Halsema en Tweede-Kamerlid Ineke van Gent (Vrijheid eerlijk delen) nogal wat opschudding binnen en buiten de partij. Er stond in dat werklozen maximaal één jaar een WW-uitkering moeten krijgen. En het ontslagrecht moet worden versoepeld, zodat outsiders op de arbeidsmarkt, zoals allochtone jongeren, meer kans krijgen op werk.

De jongerenorganisatie van de VVD riep Halsema in januari prompt uit tot ‘liberaal van het jaar’. Zelf noemt ze de nieuwe koers liever ‘vrijzinnig’.

Op het partijcongres was er veel discussie over de plannen. Vooral van vakbonden kwam kritiek. Toch maken ze nu de kern uit van het verkiezingsprogramma. De leden stemden vóór.

Uit onderzoek blijkt dat GroenLinks vooral in trek is onder hoogopgeleide kiezers. De milieuvriendelijke touringcar van Halsema maakt dezer dagen dan ook vaak een stop bij universiteiten en hogescholen. De partij heeft ook een verkiezingsprogramma uitgegeven speciaal voor jonge lezers.

Volgens het verkiezingsprogramma wil GroenLinks extra geld investeren in het onderwijs, moeten alle jongeren gegarandeerd een stageplaats krijgen en moeten ouderen meer gaan meebetalen aan de AOW. En niet te vergeten: GroenLinks wil jongeren van zestien jaar stemrecht geven.