Primo blijft geloven in zijn lijvige leider Bemba

De verkiezingen in Congo zijn voorbij, maar de spanning is niet geweken. Bemba’s aanhangers aanvaarden geen nederlaag.

Kinshasa, 20 nov. - Wild gebarende jongeren werpen zich op de grond voor het marmeren bordes van de Hoge Raad in Kinshasa. „Jean-Pierre Bemba is de president van Congo”, schreeuwen ze. Een jongen met rastamuts marcheert driftig met een stok in het gelid en imiteert hoe hij een kogel afvuurt op Joseph Kabila. Een ander springt op en neer voor een politieagent. Hij trekt zijn broek uit en wijst op zijn geschrokken penis. Daarmee brengt hij de agent in verlegenheid. Vele broeken van Bemba’s aanhangers gleden op die manier naar beneden de afgelopen weken. Een colonne glimmende terreinwagens komt aangereden, deftige heren in driedelig pak stappen uit en schrijden het gerechtsgebouw binnen. Ze dienen een protest in tegen het verlies van hun leider Bemba. De jongeren juichen.

Zijn dit moedige revolutionairen of is het wanhopig schorem, een groep die wil plunderen of een menigte die zich laat betalen door politici? En waarom maken ze agressieve gebaren tegen buitenlandse correspondenten? „Ze zijn woedend, ze geven de mening van de Congolezen weer”, legt Primo Nzela uit, een journalist én werkzaam voor een radio- en tv-station van Bemba. „Ze richten zich tegen buitenlanders, want Kabila’s zege is een complot van de internationale gemeenschap.” Bemba’s aanhangers houden Kinshasa in gijzeling. De spanning is nog niet geweken. Maar die aanhang zelf is een vreemde mix van mensen.

De 29-jarige Primo Nzela is een oude kennis, ik ontmoette hem tijdens de oorlog zes jaar geleden in Gbadolite waar de toenmalige guerrillastrijder Bemba zijn hoofdkwartier had. Primo is geen heethoofd. Hij is zachtaardig, het liefst zit hij in een hoekje alleen op zijn gitaar te spelen. Maar over de verkiezingsuitslag is hij uitgesproken en compromisloos: „Dit is onaanvaardbaar, op deze manier wordt het weer oorlog.”

In 2000 leidde Primo me over de markt van Gbadolite met vlees van slangen, apen, rupsen, krokodillen en nijlpaarden. Delicatessen voor de bevolking van de noordwestelijke provincie Equateur. Om het uur rende hij naar het radiostation waar hij het nieuws las. In een kano ging hij mee naar het front; hij trommelde met zijn vingers op de bootrand en zong tot vreugde van Bemba’s rebellen vele liederen.

Een troubadour, meer dan een strijder. Na deze boottocht in de jungle arresteerde de geheime dienst van Bemba hem, want „hij had zich gedragen als een buitenlandse correspondent”. Primo had mij te veel verteld.

We waren samen in Gbadolite op bezoek gegaan bij Bemba, de onwaarschijnlijke guerrillaleider die in zijn leunstoel plotseling een eenakter begon. Bemba imiteerde de oorlog die zijn soldaten honderden kilometers verderop in de jungle voerden. Hij strekte zijn arm als een geweer en zijn wijsvinger kromte om de onzichtbare trekker. Takketakketak, zo vlogen de kogels.

Deze Bemba groeide op in en rond de paleizen van ex-president Mobutu, studeerde in België en werd met zijn zaken multimiljonair. Zijn rol als een Che Guevara leek ongeloofwaardig. Maar Primo bleef in zijn lijvige leider geloven. Bemba ontkende de aanwezigheid van Oegandese troepen, die we met eigen ogen hadden gezien. Na zijn gevangenschap mocht Primo nooit meer het nieuws lezen. Hij haalt zijn schouders op: „Ja, Bemba loog, maar doen niet alle politici dat?”

Drie jaar geleden vertrok Primo naar de hoofdstad Kinshasa met de bedoeling met muziek zijn geld te verdienen. Toen dit mislukte, ging hij naar het station van Bemba en kreeg een journalistenbaan voor vijftig dollar per maand. „Ja, een te laag salaris, maar ik ben bereid te lijden voor zijn doelstellingen.”

Congo heeft 119 radiostations, 52 televisiestations en 176 kranten en weekbladen, vrijwel allemaal van belabberde kwaliteit en op een uitzondering na partijdig. Het kamp van Kabila controleert vier stations, Bemba bezit Canal Kin tv, Canal Congo tv en Radio Liberté. Primo ging werken bij Canal Congo tv. Hij toont me waar drie maanden geleden onbekenden een bom lieten ontploffen in het gebouw. In de straat patrouilleren soldaten van de Verenigde Naties, voor de deur houden soldaten van Bemba de wacht.

Kan Primo tegenwoordig onafhankelijk werken? „Ik vertel geen leugens meer zoals destijds op de radio in Gbadolite.” Zijn ervaren hoofdredacteur Maurice Blondel Bokoko valt hem bij: „Misschien uiten we soms een voorkeur voor Bemba, maar zo voelen we het. Bemba legt ons geen visie op. Hij is een goede man, hij wil van dit station een CNN voor Afrika maken.” Op de redactie volgt weer een tirade tegen „de internationale gemeenschap”, over het Westen dat met Kabila gesloten mijncontracten veilig wil stellen en daarom Bemba zijn verkiezingsoverwinning heeft ontnomen.

In gesprekken op de Canal Congo tv-redactie doemt het beeld weer op van de revolutionaire held Bemba. Maar ook van de verongelijkte democraat. „Als Bemba zijn verlies accepteert, zullen zijn soldaten hem doden”, zegt een verslaggever. „Zijn aanhangers kunnen geen nederlaag aanvaarden”, meent een ander. Hoofdredacteur Bokoko slaakt een diepe zucht: „Wij Congolese journalisten leven in onze hoofden nog in onze dorpen, waar iedereen je probeert te beïnvloeden en een onafhankelijke positie onmogelijk is.”

Primo is moe van de aanhoudende spanning in de stad. Hij wil naar huis. Nog twee uur wachten tot er plaats is in een busje naar zijn woonwijk. Dan zal hij in zijn éénkamerwoning op bed ploffen. Dan kan hij wegdromen – naar Gbadolite, waar het leven zo veel gemakkelijker lijkt dan in het hectische Kinshasa. Hij lacht: „En ik kan altijd nog gitaarspelen.”