Pas uit je dak bij honderd decibel

Oren die blootstaan aan ‘oerend harde’ – harder dan 80 decibel – muziek kunnen onherstelbaar beschadigd raken. „Maar zelfs bij honderdnegen decibel zie je ze hun hoofd in de boxen steken.”

Bij de ingang van discotheken hangen ze steeds vaker: bordjes met de waarschuwing dat de muziek harder gaat dan honderd decibel. Maar niet alleen in disco’s staat de muziek hard. Evenementen, een bruine kroeg en mp3-spelers: geluid is overal. En bijna overal hard – steeds harder, om precies te zijn.

En dat heeft gevolgen. Steeds vaker, zegt audioloog Jan de Laat van het Audiologisch Centrum van het Leidse UMC, krijgt hij jongeren met gehoorschade in zijn praktijk. „Het is een duidelijke trend.”

Daarom komt de Nationale Hoorstichting binnenkort met een online ‘oorcheck’. Verschillende bekende Nederlanders lenen hun stem aan de ‘check’. Rappers Lange Frans en Baas B hebben vorige week als eersten hun stemmen laten opnemen.

In natuurkundige termen is geluid een kleine, snelle schommeling in atmosferische druk. Nul decibel is de gehoordrempel. Bij 130 decibel ligt de pijngrens. Maar geluid is óók: een trillend middenrif, vibraties in je onderbuik, je gevoelens uiten. En dat kán zachtjes, maar móét soms gewoon keihard. Ongeacht de gevolgen.

Hard geluid, en harde muziek dus ook, beschadigt de duizenden minuscule haartjes in het oor die geluid omzetten in signalen naar de hersenen. Het gevolg is: gehoorschade – doofheid. Hoe merk je dat? Audioloog Jan de Laat noemt een aantal symptomen. Zo is er de fluittoon in het oor, ’s nachts in bed na een concert of discobezoek. Na één of twee dagen is die toon meestal weer weg. Maar hoe vaker die fluittoon voorkomt, hoe langer het duurt voor hij weer verdwijnt. Tot het moment dat de toon helemáál niet meer weggaat: een permanente fluit in je hoofd. Een ander symptoom is overgevoeligheid voor geluid. De Laat: „Dan vraag je na afloop van een avondje stappen op normale toon hoe het met iemands gehoor is en krijg je als reactie: man, schreeuw niet zo!”

Jan de Laat begon met collega’s van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een jaar geleden een onderzoek naar de ‘geluidsbeleving’ en ‘geluidsblootstelling’ van jongeren. Dit gaat met behulp van een geavanceerde geluidmeter die in een PDA (een personal digital assistant, ook wel palmtop) is gestopt. Elke twee uur zendt die PDA zijn gemeten data naar een centrale computer. Die maakt er een continu plaatje van de geluidsterkte in de omgeving van de drager van de palmtop van. Het onderzoek zal vier jaar in beslag nemen, maar een aantal zaken is nu al duidelijk. De Laat: „Metingen direct na een event laten zien dat dan ongeveer 70 procent klaagt over oorsuizingen.” Zorgwekkende cijfers vindt De Laat. „Van die 70 procent zijn bij 60 procent die suizingen de volgende dag over. Tien procent heeft blijvend last van oorsuizingen.” Maar ja, zegt hij, „ze zeggen: ach, het hoort erbij, die suizingen zijn vervelend maar ik wil de bass in mijn buik wel blijven voelen.”

En het publiek krijgt wat het wil. Deejay Gilton Franklin, vijftien jaar in het vak en zelf in principe voorzien van oorbescherming: „Deejays willen mensen los krijgen en zetten de schuif vol open: wakker worden!” Ook Hans van der Waal, ‘senior medewerker geluid’ bij DCMR Milieudienst Rijnmond, vindt dat het publiek „zélf vraagt” om harde muziek. Hij vertelt over de Dance Parade in Rotterdam, waar zijn dienst een paar jaar geleden metingen uitvoerde. „Vlak bij de geluidwagens, die in een kring om het publiek heen stonden, gaf de geluidmeter ruim honderd decibel aan. Daar ging iedereen uit zijn dak. In het midden van de ring was het niveau vijfennegentig decibel. Daar was geen mens te bekennen.”

De Milieudienst Rijnmond meet alleen de overlast voor omwonenden: daar zijn de voorschriften op gebaseerd. Voor wat in disco’s gebeurt, bestaan geen regels – althans, niet voor het bezoekend publiek. Personeel wordt wél door de wet beschermd.

Van der Waal heeft de indruk dat discotheken de grenzen van het toelaatbare voor omwonenden opzoeken. Dus: hoe hard kan de muziek zonder de buren te storen? Overtredingen worden opgelost door betere isolatie, niet door de muziek zachter te zetten.

Deejay Gilton Franklin beaamt dat: „Soms draai je in een kleine tent met een geluidsinstallatie die geschikt is voor een ruimte die twee keer zo groot is.” En die gaat tóch vol open, omdat dat goed klinkt. Volgens Franklin gaat de schuif nu tot het maximum, „waar het vroeger tot 80 procent ging”. Geluidmeter Hans van der Waal speculeert: „Vroeger was trance groter, nu is het hard style. Dat is stevig beuken.” Van der Waal meet wel eens een gemiddelde waarde van honderdnegen decibel, „en dan nóg zie je ze hun hoofd in de boxen steken”.

Wordt het geen tijd voor actie? De Nationale Hoorstichting, zegt Jan de Laat, tevens bestuurslid van de stichting, heeft al eens bij de overheid aangeklopt. Maar dat gaat langzaam. De subsidie voor het onderzoek dat hij nu doet bijvoorbeeld, is het gevolg van Kamervragen uit 1999. De Laat: „Ik denk wel eens: verdorie, waarom dringt nou niet door wat er speelt?” Maar hij steekt ook de hand in eigen boezem. Wij kunnen, zegt hij, „blijkbaar niet met alle collega’s samen zeggen: en nú moet er iets gebeuren.”

DCMR Milieudienst Rijnmond stuurde op 11 augustus een brief naar de ministeries van Volksgezondheid, VROM en Sociale Zaken. Onderwerp: gezondheidsrisico’s binnen discotheken door hoge geluidsniveaus. Vooruitlopend op een reactie op de brief, die tot dusver is uitgebleven, zegt een woordvoerder dat „overheidsmaatregelen pas worden genomen na gedegen onderzoek”. Dat onderzoek wordt nu verricht door Jan de Laat in Leiden met het AMC in Amsterdam en, daarnaast, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De resultaten van de onderzoeken worden niet vóór 2009 verwacht. Een mogelijke landelijke voorlichtingscampagne komt er niet eerder dan in 2008.

Een wettelijke beperking van het geluidsniveau in disco’s, ook een mogelijkheid, is géén oplossing, denkt De Laat: „Iets soortgelijks is in Frankrijk mislukt.” De audioloog wil vooral meer voorlichting, liefst al op de basisschool. De Nationale Hoorstichting wacht daarom niet op de overheid, maar begint binnenkort met een eigen campagne.

De 21ste eeuw, zegt Jan de Laat, wordt de eeuw van de communicatie, „maar nu al verpest de komende generatie uit onwetendheid voor zichzelf een belangrijk communicatiemiddel als het gehoor .” De Laat: „Ik heb geregeld iemand op mijn spreekuur, vijfentwintig jaar oud, die verzucht: als ik vijf jaar terug wist, wat ik nu weet...”

Voor meer informatie en de mogelijkheid het gehoor te controleren: www.oorcheck.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Pas uit je dak bij honderd decibel (20 november, pagina 6) staat dat de Arbodienst geluidsregels heeft opgesteld. Bedoeld wordt dat de overheid in de Arbowet geluidsregels heeft opgenomen. Verder wordt de indruk gewekt dat de online oorcheck nieuw is. De oorcheck bestaat al; er komen nieuwe varianten.