Nieuwe klanken zoeken op divers November Music

Concerten: November Music. Gehoord: 18, 19/11, Den Bosch.

Een duet tussen een zoemende theremin en een Zuid-Amerikaanse straatzangeres op video. Een mechanisch orkest dat uit zichzelf speelt, en een organisch orkest dat tijdens het bespelen vernietigd wordt. Slagwerkers met boxhandschoenen, en een iPod die pianoklanken afspeelt ín een concertvleugel die ook nog ‘gewoon’ bespeeld wordt. Liefhebbers van fluxus-achtige absurditeiten konden dit weekend hun hart ophalen op November Music, het eigenzinnige muziekfestival in Den Bosch.

De fluxusbeweging zelf werd alleen voor een concert op donderdag expliciet als inspiratie genoemd. Ook op veel andere concerten bleek echter nadrukkelijk te zijn gekozen voor eigentijdse muziek die zichzelf niet al te serieus neemt, maar wel serieus naar nieuwe klanken zoekt. Zoals in de onvergetelijke voorstelling van Johannes Westendorp, waarin elk geluid per definitie éénmalig was omdat het uit de ‘instrumenten’ werd verkregen door hun vernietiging: een xylofoon van brekende wijn- en bierglazen, percussie van knallende ballonnen, en een koor van kartonnen fluitketels die in vlammen opgingen voor ze goed en wel floten.

Ook de ‘ernstigere’ muziek was echter ruimschoots vertegenwoordigd. De Vlaamse pianist Jan Michiels bracht een overdonderende interpretatie van werken van Ligeti, Messiaen en Debussy.

Joost van de Goor schreef met Monochromes een Feldman-achtig werk van tedere schoonheid. Het klonk eerst op twee piano’s, met veel links en rechts herhaalde klokkenklanken, en daarna – door het slechte weer wellicht wat meer vanuit de verte dan bedoeld – op de twee beiaards van de St. Jan en het stadhuis.

De primeur van ‘Wave Field Synthesis’, een techniek waarmee elektronisch gegenereerde geluiden op elke plek in de ruimte kunnen worden geprojecteerd, viel tegen. De drie componisten hadden zich laten leiden door het in de systeemsoftware ingebakken idee van ruimtelijke ‘trajecten’ voor het geluid. Leuk, al die rondzoevende klanken, maar de muzikale noodzaak was grotendeels afwezig. De super-surround-sound imponeerde akoestisch, maar het was de vraag of het anders had geklonken als de 192 (!) benodigde luidsprekers in ‘gewone’ surround-configuratie waren geplaatst.

Eén van de beste concerten verzorgde het Schönberg Ensemble zaterdag onder leiding van Oliver Knussen. Voices (1973) van Hans Werner Henze is een typisch seventies-werk met humor, engagement en theatraal gedoe, maar tegelijk van een onbeschrijflijke schoonheid en ontroering. De voortreffelijke prestaties van de Britse tenor Nigel Robertson en mezzo Kathryn Harries maakten dit concert tot hoogtepunt van een ook verder geslaagd festival.