Nasdaq doet hoger bod op beurs Londen

Het Amerikaanse beursbedrijf Nasdaq heeft vanmorgen zijn bod op de Londense beurs met 30 procent verhoogd naar 2,7 miljard pond (4 miljard euro). Het bedrijf uit New York onthulde bovendien dat het inmiddels over 28,75 procent van de aandelen van de London Stock Exchange (LSE) beschikt. Daarmee heeft het zijn positie als grootste aandeelhouder opnieuw aanzienlijk versterkt en kan het bepaalde beslissingen van de beurs zelfs blokkeren.

Analisten gaan ervan uit dat het nieuwe bod van Nasdaq mede is ingegeven door het feit dat zijn grotere aartsrivaal, de New York Stock Exchange, op het punt staat het Europese beursconglomeraat Euronext over te nemen. Ook de Amsterdamse beurs maakt deel uit van Euronext. De weg voor de overname van Euronext kwam vrij, doordat de Duitse beurs vorige week zijn bod introk.

Een tweede reden voor Nasdaq om juist nu met zijn bod te komen is dat de aandelen van de LSE zijn gedaald na berichten dat zeven grote banken werken aan een eigen aandelenbeurs. Overigens nemen veel deskundigen in Londen het initiatief van de banken, dat potentieel zeer schadelijk is voor de LSE, niet erg serieus. Ze wijzen erop dat dergelijke plannen eerder hebben gecirculeerd zonder veel resultaat.

In maart wees de Londense beurs een overnamepoging door Nasdaq nog van de hand. Het bood toen een prijs van 950 pence per aandeel. Dat vond de LSE te laag. Nu biedt Nasdaq 1.243 pence per aandeel. Het bedrijf noemde het vanmorgen zijn „laatste bod”. De geboden prijs ligt overigens iets lager dan de koers, waartegen Nasdaq zelf in mei zijn pakket LSE-aandelen fors uitbreidde.

Analisten sloten niet uit dat de LSE opnieuw zal proberen het bod af te wimpelen. Het bedrijf heeft de afgelopen paar jaar ook al overnamepogingen weten af te weren van Deutsche Börse, het Australische investeringsbedrijf Macquarie en Euronext.

Nasdaq-topman Robert Greifeld bezong vanmorgen de voordelen van een overname. „De gecombineerde entiteit zal in een goede positie verkeren om zich verder te consolideren en effectief te concurreren, tot voordeel van alle gebruikers van de markt.”