In ballingschap om hoofddoek

Turkse meisjes kiezen voor vrijwillige ballingschap omdat ze niet met hoofddoek op in Turkije mogen studeren. Het verhaal van Ayse Alptekin.

„Ik heb er vrede mee hoe het gelopen is”, zegt Ayse Alptekin, als ze na jaren afwezigheid terugkomt bij de Marmara-Universiteit in Istanbul. Ayse studeerde daar medicijnen totdat de leiding besloot dat de islamitische hoofddoek binnen het universiteitsterrein taboe was. Ayse weigerde echter deze af te zetten en vertrok naar de Verenigde Staten.

Nu ze even terug is, kijkt ze vanaf de buitenkant met enige weemoed naar de universiteit waar ze ooit zo gelukkig was. Tot een beveiligingsbeambte naar buiten loopt en ons op vrij pertinente toon vraagt waar we mee bezig zijn. Even komt er een blik van woede in haar ogen. „Is het niet ironisch”, zegt Ayse, „dat een land als de Verenigde Staten, waar de meerderheid van de bevolking christen is, mij meer mogelijkheden biedt dan mijn eigen land, Turkije?”

Studeren was Ayses lust en leven. Ze wilde kinderarts worden en dacht die droom te vervullen aan de faculteit Medicijnen van de Marmara-Universiteit. Ayse komt uit een gelovig nest en ziet de hoofddoek als deel van haar identiteit. Aan het einde van de jaren negentig, toen ze in haar derde jaar was, ging het mis. De Turkse Raad voor het Hoger Onderwijs, de YOK, besloot het bestaande verbod op de hoofddoek te bekrachtigen.

„Eerst werden meisjes met een hoofddoek uit de Universiteit van Istanbul (in Beyazit, red.) verbannen”, vertelt Ayse. „Toen was de faculteit Rechten van de Marmara aan de beurt.” Als Ayse toen nog dacht de dans te kunnen ontspringen, kwam ze bedrogen uit. Op een dag hing er een brief op het prikbord met een aantal namen daarin, waaronder de hare. „We moesten bij de decaan komen.”

Daar kreeg Ayse te horen dat het hoofddoekverbod per direct ook voor de faculteit Medicijnen gold. „Discussiëren konden we niet, om de decaan heen stonden allerlei mensen die vieze gezichten trokken als wij wat wilden zeggen.” Er volgde nog een bijeenkomst van de faculteit, waarop Ayse eigenlijk alleen maar huilde. Ze besefte dat haar lot bezegeld was. „Ze bedachten daar allerlei argumenten om het verbod te rechtvaardigen. De een zei: de hoofddoek hoort niet bij de islam, een ander zei dat er te veel meisjes met hoofddoek in de faculteit waren. Ze zeiden zelfs dat we bij een (moslim-fundamentalische, red.) organisatie hoorden.”

Allemaal onzin, aldus Ayse: voor haar is de hoofddoek simpelweg een teken van haar geloof in de almachtige God. „Ik had de keuze de hoofddoek op te geven voor mijn opleiding of mijn toekomstige salaris”, zegt ze. „Maar ook die komen, net als alles, van God. Hij is oppermachtig, dus besloot ik voor hem te kiezen.” Maar er was nog een andere reden waarom Ayse net als honderden anderen, besloot om naar de Verenigde Staten af te reizen: ze heeft een eigen wil. „Ik houd er niet van als anderen mij zeggen wat ik wel of niet moet doen”, zegt ze. „Dat bepaal ik zelf.”

Die laatste opmerking tekent veel van de meisjes die wegens de hoofddoek Turkije hebben verlaten. Ook in dit land wordt de hoofddoek vaak gezien als een symbool van de onderdrukking van de vrouw. Als je de hoofddoek omdoet, zeggen seculiere Turkse feministes, ben je je vrijheid als vrouw kwijt: je moet naar je man luisteren, want zo gaat dat in de islam, en je komt steeds moeilijker het huis uit.

Ayse en haar vriendinnen die de Marmara verlieten voldoen absoluut niet aan dat beeld. Ze komen uit een welgesteld milieu (studeren in andere landen is prijzig) en zien de hoofddoek als een persoonlijke keuze die een carrière absoluut niet uitsluit. Ayse deed uiteindelijk een MA in tandhygiëne in de Verenigde Staten en trouwde met een – overigens in de VS geboren– Turkse tandarts.

De kans dat zij ooit voor altijd terugkomt in Turkije acht zij klein: haar man heeft een praktijk in Boston. Maar nog steeds kan zij zich opwinden over de politiek in Turkije.

Seculiere Turken beschuldigen gelovige landgenoten (en dan met name premier Erdogan en de zijnen) ervan de klok te willen terugzetten naar de tijd dat de islam het leven in dit land bepaalde. Toen vorige week zaterdag oud-premier (en groot strijder voor het secularisme!) Bülent Ecevit werd begraven, kreeg premier Erdogan nog eens duidelijk te horen hoe overstuur veel Turken zijn. „Turkije is seculier en zal dat blijven”, scandeerden zij toen hij de moskee in Ankara binnenging voor de rouwdienst. Toen hij de moskee uitging, werd Erdogan uitgefloten.

„Ik begrijp niet waar ze dat vandaan halen dat wij de klok willen terugzetten”, zegt Ayse. „Ik zie geloof als een persoonlijke keuze. Toen ik studeerde had ik vrienden en vriendinnen die absoluut niet zo gelovig waren maar toch gingen we goed met elkaar om. Het enige wat ik wilde, was studeren met hoofddoek op, verder niets.”

Als iemand de klok wil terugzetten, zijn het niet gelovige maar juist de seculiere Turken, zegt ze. „Jonge mensen denken er alleen maar aan hoe ze een baan kunnen vinden. Zij denken aan de toekomst en iedereen zou dat moeten doen.”

Het seculiere kamp, aldus Ayse, rakelt echter debatten op uit een tijd die voorbij is. „Dus wie zet nu eigenlijk de klok terug?”