‘Ik werkte in een Fado-woestijn’

Fado-zangeres Mísia (50) begint volgende week aan een Nederlandse tournee. Op blote voeten en met een strak gezicht brengt ze de klassieke fado, maar ook tango en bolero.

Mísia (Foto Lex van Rossen) MISIA T.A.V. MUZIEKREDAKTIE FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

„Toen ik fado begon te zingen, was die niet in de mode, zoals nu. Integendeel zelfs, er was nauwelijks publiek voor te vinden. Ik maakte mijn eerste fado plaat in 1991. Om mijn tweede plaat op de markt te krijgen, moest ik zelf betalen. Ik werkte jarenlang in een soort woestijn. Soms riep er iemand keihard olé, werkelijk verschrikkelijk. Van het publiek dat ìk heb opgebouwd kan de jongere generatie nu profiteren.”

Mísia (Porto, 1956) zegt het laatste heel gedecideerd en heeft aan de vooravond van een tournee door ons land nog een kleinigheid op haar lever. Wat haar tegenstaat aan de huidige fado-rage is het feit dat enkele van haar jonge collegae, ‘concurrenten’ wil ze ze niet noemen, zo neerbuigend doen over het verleden van de fado. „Er werd in die kleine knijpjes in Lissabon altijd heel intens gezongen. Dat kun je niet afdoen als amateuristisch gedoe, daar werd de traditie in ere gehouden. En in feite gebeurt dat nog steeds.” Dat Cristina Branco niet wil zingen in fado-kroegen omdat daar wordt gerookt, vindt ze tamelijk ridicuul. „Dus rook rustig als je zin hebt!”

Mísia benadrukt dat haar nieuwste en achtste cd Drama Box geen typische, traditionele fado-cd is. Er staan ook stukken in het Spaans op, waaronder twee bolero’s, en Yo Soy Maria, een bekende tango van Astor Piazolla.

„Op de naam Drama Box kwam ik toen ik in Singapore een klein theater met die naam zag. Het verhaal gaat over een vrouw in een hotel die allerlei dingen beleeft – alledaagse maar ook dramatische. Tijdens de optredens wordt een foto geprojecteerd tegen de achtergrond waarvan wij, vijf musici en ikzelf, de karakters spelen van gasten die verblijven in het Drama Box Hotel. De pianist speelt een ex-matroos die last van zeeziekte heeft en verzot is op het Franse liedje La Mer. Zo hebben we hebben allemaal een rol, maar er is geen dwingend script. We zullen dus ook improviseren, al was het maar voor ons eigen plezier. Zo verraste één van mijn gitaristen mij eens door in pyjama op het podium te verschijnen. Ja, hij logeerde toch in een hotel?”

Deze dingen spelen zich af tijdens het tweede deel van de concerten, wanneer de bolero en de tango regeren en Mísia zich van het Spaans bedient. Haar cd is niet voor niets opgedragen aan haar in Barcelona woonachtige Spaanse moeder, ex-danseres en vroeger haar muzikale gids. In het programma voor de pauze zingt ze in het Portugees de vertrouwde fado-liedjes. Vertrouwd, dat wil zeggen: huiselijk op blote voeten, maar het gezicht strak.

„Ik ben vijftig geworden, heb veel ervaring, zit goed in mijn vel en kan doen wat ik wil. Zo zong ik onlangs in Duitsland De zeven hoofdzonden van Brecht en Weill. Ik zit dus in een fadorace.”

Mísia: Drama Box (CTC 2990467). Optredens: 28/11 Carré Amsterdam; 29/11 Vredenburg Utrecht; 30/11 Schouwburg Eindhoven; 2/12 Flint, Amersfoort; 3/12 Musis Sacrum Arnhem; 4/12 Ancienne Belgique, Brussel; 6/12 Kunstmin Dordrecht.