Grimmiger, cynischer, gevaarlijker, corrupter

Aanhoudende oorlog en corruptie heeft de Afghaanse bevolking cynisch gemaakt.

Van de ‘Dutch Approach’ komt niets terecht. Maar er zijn nog mogelijkheden.

Het gaat slecht in Afghanistan. De oorlog is grimmiger geworden en de bevolking is cynisch. De troepen van Amerika en de NAVO vechten nu veel vaker dan in de jaren ervoor. Er vallen meer slachtoffers dan ooit. Hele dorpen worden door de NAVO-troepen van de kaart geveegd. Terroristen maken steeds meer gebruik van zelfmoordbommen. Ze plegen aanslagen op scholen, hulporganisaties en overheidsfunctionarissen. Een Nederlandse kolonel verzuchtte dat het „dweilen met de kraan open” is, als de intocht van strijders uit Pakistan ongehinderd blijft doorgaan.

Afghanistan staat dus zowel militair als politiek op springen. Er is een dringende behoefte aan meer creatieve en minder gewelddadige politieke uitwegen. Eigenlijk is het daarvoor rijkelijk laat, want het is moeilijk onderhandelen in oorlogstijd.

Ook Nederland is gevangene van dit dilemma. De wapens dreigen het te winnen van de woorden. 1.700 Nederlandse militairen vechten in het zuiden van Afghanistan een zware strijd en komen niet toe aan de ‘Dutch approach’. De inzet van militaire middelen is onvermijdelijk, want zonder buitenlandse troepen ontstaat er onmiddellijk een burgeroorlog. Maar op dit moment dragen buitenlandse troepen ook bij aan verdere escalatie van geweld tegen „de bezetting door het heidense Westen”.

Het aanvankelijke enthousiasme van de bevolking voor de door het Westen gesteunde regering-Karzai is veranderd in cynisme. Dat komt door het uitblijven van zichtbare wederopbouw en goed bestuur. De voortdurende straffeloosheid voor mensenrechtenschenders heeft de geloofwaardigheid ernstig ondermijnd. En dat ligt niet alleen aan de militaire aanwezigheid, maar ook aan de diplomaten. Zo bleef de internationale gemeenschap machteloos toekijken hoe het land werd uitgeleverd aan oorlogsmisdadigers, drugsbaronnen en fundamentalisten. Bijvoorbeeld toen in 2005 krijgsheren en drugsbaronnen het verkiezingsproces verstoorden en zitting namen in het parlement. En toen president Karzai mensenrechtenschenders benoemde als politiecommandanten. Of toen vorige week een ‘Vredescomité’ werd samengesteld uit notoire krijgsheren.

Het is moeilijk zaken doen met de weinig betrouwbare, incapabele Afghaanse regering. Het kabinet-Karzai heeft vele gezichten en is met even zovele dubieuze adviseurs omringd. Daardoor worden afspraken niet nagekomen, bijvoorbeeld over de beloofde versterkingen van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie in Uruzgan. Die hadden er al ruim voor aanvang van de Nederlandse missie moeten zijn. Ondertussen zitten de Nederlandse troepen er al bijna vier maanden.

Maar ondanks alles zijn er nog mogelijkheden. Om die te benutten moeten vier dingen gebeuren.

1 De dominantie van de militaire logica worden verlaten. Wordt dat niet gedaan, dan blijft het beeld bestaan dat het Westen liever burgerslachtoffers maakt en dorpen platgooit dan een democratie helpt op te bouwen. Dat beeld is niet te veranderen zonder een zichtbare breuk met de door de Amerikanen gedomineerde oorlogspolitiek. De Verenigde Naties moeten tegenwicht bieden en het voortouw krijgen bij versterking van de diplomatie. De Europese Unie moet zich daarvoor inzetten.

2 Het actieplan voor vrede, verzoening en gerechtigheid van december 2005 moet onmiddellijk worden uitgevoerd. Het adviescomité voor politieke benoemingen dient meteen aan het werk te gaan. om politiek en het bestuur te verlossen van krijgsheren, drugsbaronnen en oorlogsmisdadigers.

3 Betere samenwerking met Pakistan is cruciaal. In sommige delen van het land wordt al samengewerkt tussen Pakistan, Afghanistan en de NAVO, maar dit dient te worden uitgebreid. Pogingen tot niet-militaire maatregelen tussen Afghanistan en Pakistan verdienen steun. Het geplande vredesoverleg met stamleiders moet goed worden voorbereid en bewaakt. Bovendien dient er een oplossing te komen voor de drie miljoen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan.

4 Geef ruimhartige steun aan alle projecten die zich richten op wederopbouw en versterking van de democratie. Er zijn veel Afghanen die hun nek willen uitsteken of hun medewerking willen verlenen. Zij mogen niet worden opgeofferd. Nederland en andere donoren moeten tegemoetkomen aan de recente roep van de humanitaire VN-organisaties om extra financiële steun voor de duizenden ontheemden. Het nationale actieplan voor vrouwen verdient alle steun. Er moeten plannen voor een grootscheepse versterking van de rechterlijke macht komen.

Hopelijk is het niet te laat voor de diplomaten en wederopbouwers. Deze jonge, fragiele democratie heeft nog een lange weg te gaan.

Mariko Peters is adviseur van de Afghaanse minister van Buitenlandse Zaken. Zij is kandidaat-Kamerlid voor GroenLinks.