De politicus woont het liefst in de stad

Amsterdam is de populairste woonplaats onder kandidaat-Kamerleden. GroenLinksers wonen graag in de stad, CDA’ers zoeken de rust. PvdA’ers wonen in rijkere buurten dan VVD’ers.

Weg van de Haagse kaasstolp, dat is wat veel politici zeggen te willen. Maar lukt dat ook? Van de ruim 670 mensen die zich kandidaat hebben gesteld bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, wonen er 58 op minder dan vijf kilometer van het adres Binnenhof 1a. Ruim 250 wonen op minder dan vijftig kilometer afstand. En slechts 180 wonen verder dan honderd kilometer van het gebouw van de Tweede Kamer vandaan.

Ook voor politici is de ergernis van tijdrovend woonwerkverkeer kennelijk een reden om dichtbij kantoor te gaan wonen. Veel Tweede-Kamerleden hebben om die reden overigens een pied-à-terre in Den Haag, een appartementje waar ze na een lange vergaderdag kunnen overnachten. Maar de adressen die ze bij de kandidaatstelling hebben ingeleverd, zijn altijd die van de eigenlijke woning – alleen het bedreigde Kamerlid Geert Wilders heeft geen openbaar adres, hij heeft Binnenhof 1a te ’s-Gravenhage opgegeven.

Er zijn tussen de kandidaten grote verschillen in hun woonomgeving. Zo wonen CDA’ers het verst van alle kandidaten van het Binnenhof, gemiddeld 92 kilometer. Ook wonen ze in buurten die volgens de CBS-definitie ‘matig stedelijk’ zijn, met een zogeheten omgevingsadressendichtheid van ongeveer 1.500 per vierkante kilometer. De CDA’ers passen wat dat betreft bij hun aanhang, want het CDA haalt een groot deel van zijn stemmen buiten de Randstad in de kleinere gemeenten.

Het andere uiterste is GroenLinks, dat absoluut een stadspartij genoemd kan worden. De kandidaten van deze partij wonen weliswaar niet dicht bij het Binnenhof, maar dat komt omdat ze een voorkeur voor Amsterdam hebben: twaalf van de dertig kandidaten wonen in de hoofdstad – en uitzonderlijk: als enige partij die al in de Kamer is vertegenwoordigd, heeft GroenLinks geen kandidaten uit Rotterdam. De Amsterdamse kandidaten wonen in de dichtstbevolkte buurten. De hoogste categorie die het CBS hanteert voor stedelijkheid, begint bij 2.500 adressen per vierkante kilometer. De gemiddelde GroenLinks-kandidaat woont in een buurt met een dichtheid van meer dan 4.500 – vier kandidaten van GroenLinks wonen in buurten die tot de tien dichtstbebouwde van Nederland behoren.

Op het eerste gezicht eveneens opmerkelijk is de thuisbasis van de kandidaten van de ‘nieuwe rechtse’ partijen: Partij voor Nederland (Nawijn), EénNL (Pastors en Eerdmans) en Fortuyn (Stuger, Varela). Hun kandidaten wonen het dichtst in de buurt van het Binnenhof. De verklaring is dat een deel afkomstig is van de door Pim Fortuyn opgerichte politieke beweging, met een groot aantal leden in Rotterdam en omgeving.

Amsterdam is de populairste woonplaats onder de Kamerkandidaten: 83 wonen er hier, tegen 51 in Den Haag en slechts 34 in het grotere Rotterdam. Maar CDA’ers moeten niets hebben van de hoofdstad: slechts drie van de 73 kandidaten wonen hier, tegen 17 van de 77 PvdA-kandidaten, 8 van de 40 D66’ers en 7 van de 71 VVD’ers.

Bij de SP, de partij die mogelijk de derde van Nederland wordt, is het beeld gemêleerder. De SP is weliswaar opgekomen vanuit drie bolwerken (Oss, Zoetermeer en Vlaardingen), maar er is onder hen geen voorkeur voor stad of regio te ontdekken. Gemiddeld wonen ze wel ver van Den Haag: 80 kilometer.

De SP-kandidaten wonen ook op de armste plekken, vergeleken met de overige politici. In de postcodegebieden waar zij wonen bedraagt het gemiddeld fiscaal maandinkomen per inkomensontvanger net iets meer dan 2.000 euro (zie inzet). En 45 procent heeft er een laag inkomen (minder dan 1.300 euro bruto). In de ‘SP-buurten’ wonen ook de meeste uitkeringsontvangers: gemiddeld 17 procent van de inwoners in buurten waar een SP-kandidaat woont, krijgt een uitkering. Een verklaring hiervoor kan zijn dat SP-politici de vergoeding die ze voor hun werk krijgen, moeten afdragen aan de partij. In ruil daarvoor krijgen ze een (lager) salaris uit de partijkas. Onder SGP’ers, het andere uiterste op de schaal van wijken met uitkeringsontvangers, is dat slechts 10 procent.

Omdat SP’ers minder vaak in stedelijke gebieden wonen, zijn andere indicatoren voor armoede bij hen minder laag. Het percentage niet-westerse allochtonen is in hun buurten even hoog als gemiddeld in Nederland. En het eigenwoningbezit ligt er ruim boven het Nederlandse gemiddelde. Dat komt, doordat buurten buiten de grote steden veel gemêleerder zijn (bijvoorbeeld qua samenstelling van huur- en koopwoningen) dan in de Randstad.

De kandidaten van de VVD – toch de partij die het meest met hoge inkomens wordt geassocieerd – wonen niet op de rijkste plekken. De postcodegebieden waar D66’ers wonen zijn welvarender: de mensen daar verdienen per maand 130 euro meer dan in de VVD-gebieden. Ook PvdA’ers zitten boven het VVD-gemiddelde. Aan de top staan de Partij voor Nederland, het CDA en de Partij voor de Dieren. Bij die laatste is dat vooral te danken aan het grote aantal lijstduwers, zoals Georgina Verbaan en Kees van Kooten, die op uitzonderlijk rijke plekken wonen.