De plooien van Kamp

Als ik minister Kamp goed begrijp hebben die Iraakse gevangenen indertijd van hun Nederlandse gesprekspartners allemaal een skibril aangeboden gekregen omdat ze last hadden van de felle zon. Vervolgens is er – snikhete dag tenslotte – voor ieders afkoeling water gesproeid. En tenslotte heeft iemand van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst een plaatje opgezet. Van een formeel verhoor was geen sprake. De Nederlanders waren, zoals de minister verzekerde, ‘een zekere vorm van gesprek’ aangegaan.

Omdat de Koninklijke Marechaussee na onderzoek geen strafbaar feit kon ontdekken, en het Openbaar Ministerie dus geen vervolging instelde, hoefde Kamp vanzelfsprekend het parlement niet te alarmeren. Hij wou niet eens weten wat er precies in As Samawah was gebeurd.

Geloofwaardig?

Je moet om te beginnen natuurlijk van wel heel goeden huize komen om te twijfelen aan het woord van een bewindspersoon die alom wordt bewonderd om zijn betrouwbaarheid, zijn dossierkennis, zijn hoge morele standaard en zijn onwankelbare solidariteit met de jongens en meisjes overzee.

Niet dat Kamp ondersteboven zou raken als iemand zou zeggen dat hij geen knip voor z’n neus waard was. Kamp krijg je niet zo gauw uit de plooi. Zelfs in Afghanistan met een kogelvrijvest om, ziet hij er nog altijd uit alsof iemand hem door een ringetje heeft gehaald. In-fatsoenlijke man trouwens, boven alles aan z’n beginselen gehecht. Eigenlijk de André Rouvoet van de VVD.

Daar staat tegenover dat zijn eerste reactie enigszins deed denken aan het verweer van de man die een aan zijn zorg toevertrouwde kostbare vaas zou hebben beschadigd, en die zegt: „Edelachtbare, in de eerste plaats heb ik die vaas nooit eerder gezien, in de tweede plaats was hij al kapot, en in de derde plaats heb ik hem meteen door een restaurateur laten lijmen.”

Zodra het nieuws bekend was geworden hoorde ik overigens twee politici weer eens opmerken dat je zo’n optreden ‘niet van Nederlanders verwacht.’ Raar toch. Zouden mensen die dat altijd zeggen heel andere Nederlanders tegenkomen dan u en ik?

De Nederlander Kamp wist al in oktober 2003 dat in de Iraakse provincie Al-Muthanna niets onoorbaars was voorgevallen. Hij liet zich op dat punt noch van z’n apropos, noch uit z’n plooi brengen. Maar wat bezielt hem dan in godsnaam om drie jaar later ineens een onafhankelijk onderzoek te gelasten? Vanwege een paar verhalen in de krant? Kom op, zeg!

Terug in zijn oude plooi vertelde de minister op televisie hoe hij was gekwetst door dagbladkoppen met de flagrante leugen dat Irakezen waren gemarteld door leden van de Nederlandse inlichtingendienst. En hij herhaalde nog eens dat er toen wel vage praatjes hadden gecirculeerd over ontoelaatbaar gedrag (het wemelt van de klikspanen en de ouwe wijven in Kamps krijgsmacht), maar zoals gezegd: niks, er bleek niks aan de hand, en het OM had niet eens willen vervolgen.

Maar nogmaals: waarom dan in godsnaam toch een onderzoekscommissie? Je kunt ook te ver gaan in je goudeerlijkheid. Zelf zou ik per omgaande op hoge toon een rectificatie hebben geëist.

Het kan toch niet zo zijn, zeg ik maar even in Kamps eigen taal, dat hij misschien toch een beetje jokt over wat hem toen wel of niet ter ore is gekomen? Of dat er gisteren in bijvoorbeeld Uruzgan opnieuw allerlei skibrillen zijn uitgedeeld, met kopjes water is gegooid, plaatjes zijn gedraaid en vormen van gesprek zijn aangeknoopt, zonder dat de minister ervan op de hoogte was gesteld?

Zaterdagavond zag ik de minister ineens boos uitvallen tegen Nederland Kiest-presentator Twan Huys die een brutale vraag had gesteld. Het was even net alsof er een kreukel in z’n kogelvrije vest viel. Maar Kamp kennende zijn die er morgen alweer uitgestreken.