De lijntjes naar het parlement zijn hier kort

In het Statenkwartier in Den Haag wonen zeven kandidaat-Kamerleden op één vierkante kilometer. „Eigenlijk wel erg, hé? Maar het is een fijne buurt, niet ver van het parlementsgebouw.”

Niet bij iedere Nederlander woont om de hoek een Tweede-Kamerlid. Maar voor bewoners van het fraaie Statenkwartier, gelegen tussen het centrum van Den Haag en het Scheveningse strand, geldt dat wel. Niet meegeteld de VVD’ers Jozias van Aartsen (geen kandidaat) en Arthur Docters van Leeuwen (zich teruggetrokken van de kandidatenlijst), wonen daar voor de komende verkiezingen liefst zeven kandidaten op één vierkante kilometer.

„Zeven! Meen je dat?” reageert Roos Vermeij, bewoner van het Statenkwartier en nummer 32 op de kandidatenlijst van de PvdA, verbaasd. „Eigenlijk wel erg, hé?” Toch is het bij nader inzien niet zo vreemd, vindt ze. „Het is een fijne buurt, niet ver van het parlementsgebouw. Ik woonde er zelf al voordat het kandidaatschap op mijn pad kwam.” Ze lijkt zich enigszins ‘betrapt’ te voelen, als sociaal-democrate woonachtig in een prima wijk. „Ach, we hebben geluk met een mooi huis in een fijne buurt, dat klopt. Maar mag je dan als sociaal-democraat niet overal wonen?”

Het Statenkwartier kan moeilijk doorgaan als gemiddelde Nederlandse woonwijk. Bijna de helft van de bewoners genoot een hbo- of universitaire studie (gemiddelde voor heel Nederland: één op vier), blijkt uit buurtinformatie van huizensite Funda. Niet zelden dus zijn Statenkwartierders advocaat, arts, architect of dus: politicus. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wonen er nagenoeg geen allochtonen van Turkse of Marokkaanse afkomst in het Statenkwartier, terwijl in de gemiddelde Nederlandse buurt één op de vijfentwintig bewoners Turkse of Marokkaanse ‘roots’ heeft. Wel zijn er volgens het CBS gemiddeld meer niet-Westerse allochtonen dan ‘normaal’, „maar dat zijn dan vooral expats”, weet Vermeij.

Slechts vier van de zeven kandidaat-Kamerleden uit deze Haagse buurt maakt afgaande op peilingen ook daadwerkelijk een kans om zich na woensdag (weer) parlementariër te noemen. Maar het mag duidelijk zijn dat de lijntjes naar de volksvertegenwoordiging hier kort zijn. Dat weet ook Fabian Paagman van Boekhandel Paagman, midden in het Statenkwartier. Maar om daar nu eens flink gebruik van te maken: „Zo werkt het niet.”

Paagman stond dan ook niet direct op de stoep bij buurtgenoot Wim van de Camp (CDA) – „de bovenbuurman van mijn zus” – om zijn beklag te doen over de btw-verhoging op boeken die de christendemocraten voorstaan. „Hoewel de btw-verhoging inderdaad een zeer ingrijpende maatregel zou zijn voor de boekenbranche, voel ik niet de noodzaak om daar eens even op buurtniveau iemand op aan te spreken. De lobby van boekverkopers werkt gelukkig wel anders.”

Hans Metsaars, met onderbrekingen al dertig jaar bewoner van de chique Statenlaan, stemde één keer op achterbuurman Van de Camp. „Maar ik ben van huis uit VVD’er.” Hij vindt het wel een prettig idee om ‘ze’ in de buurt te hebben. „Niet dat ik me daar ooit toe genoodzaakt voelde, maar mocht er ooit eens iets zijn dan weet je ze toch gemakkelijk te vinden.”

De suggestie om de belangen van de zeer zelfredzame bewoners van het Statenkwartier in het bijzonder te behartigen, komt op Vermeij wat belachelijk over. „Met permissie: het Statenkwartier is nou niet bepaald een buurt die bijzondere aandacht nodig heeft.” Wat haar betreft mogen bijvoorbeeld de straatvegers wel wat minder frequent door de straten van haar buurt lopen, ten bate van de nabijgelegen wijken Duindorp of het Transvaalkwartier. „Dat is natuurlijk aan het gemeentelijke bestuur om te bepalen. Maar in deze buurt is weinig reden tot klagen.”