Centrum islam krijgt subsidie

De realisatie van een Amsterdams debatcentrum voor islamitische cultuur is weer een stap dichterbij gekomen. Het Amsterdamse college ging donderdag akkoord met een startsubsidie van 400.000 euro voor de stichting Marhaba. Het zogenaamde Huis voor de Dialoog moet een rol gaan spelen in het tegengaan van radicalisering bij islamitische jongeren. Marhaba (Arabisch voor ‘welkom’) wil ‘een bijdrage leveren aan het emancipatieproces van moslims’ en richt zich vooral op scholieren vanaf 10 jaar.

Het initiatief tot het debatcentrum werd zomer 2005 genomen door stadsdeelvoorzitter Hans Luiten (PvdA) van Bos en Lommer. Coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 zijn voorstander van de plannen voor het nieuwe debatcentrum. Oppositiepartijen CDA, VVD en SP hebben problemen met het religieuze karakter ervan. Volgens fractievoorzitter Maurice Limmen van het CDA is het onmogelijk de vorming van een Europese islam te stimuleren zonder daarbij religieus-inhoudelijke standpunten in te nemen. De gemeente Amsterdam zou daarmee de traditionele scheiding tussen kerk en staat doorbreken. Raadslid Manon van der Garde (PvdA) benadrukt dat in het centrum gesprekken gevoerd zullen worden die „óver de islam” gaan. „Het is geen moskee. De islam wordt er niet uitgedragen. Voor ons is vooral van belang dat het centrum zich richt op diegenen met de grootste identiteitsproblemen, zoals de jongeren in het Overtoomse veld.”

De stichting Marhaba streeft naar ongeveer 2,1 miljoen euro overheidssubsidie per jaar, waarvan een deel betaald wordt door het rijk. Een eigen gebouw heeft de stichting nog niet. De vier ton subsidie is bestemd voor de programmering van het centrum, waaronder voorlichting op scholen. In 2007 wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Als dat positief uitpakt, zou het debatcentrum in 2011 definitief geopend kunnen worden.

In het bestuur van de stichting Marhaba hebben onder meer de PvdA’ers Haci Karacaer (voorzitter), Ahmed Marcouch en Felix Rottenberg zitting. Ook de publicistes Yasmine Allas en Nazmiye Oral en de politicus Pieter Winsemius (VVD) zijn bij het initiatief betrokken.