‘Wij horen niet samen in een staat’

Voor de Koerden van Noord-Irak moeten de Amerikaanse troepen blijven om hen te beschermen tegen het geweld dat de rest van Irak overspoelt. Intussen blijven de Koerden werken aan onafhankelijkheid.

Het Koerdische regionale parlement is in sessie. Enkele vrouwelijke parlementsleden schikken hun haar, mannen met snorren trekken hun witte sokken op. Parlementsvoorzitter Adnan Mufti vraagt om aandacht voor een verzoek van de Koerdische juristenvereniging.

In de houten berenkuil waarin de honderd parlementsleden zitting hebben, worden constant beslissingen genomen waar de centrale overheid in Bagdad niets over te zeggen heeft. Dat gaat over de juristen, maar ook over olie-inkomsten. De Iraakse grondwet geeft de Koerden (en andere bevolkingsgroepen) verregaande macht, en de Koerden zelf nemen nog iets meer.

Terwijl de rest van Irak steeds verder afglijdt in chaos, lijkt echte onafhankelijkheid voor Iraaks Koerdistan – waar veiligheid regeert en de economie overuren draait – een kwestie van tijd. Maar nu willen de Amerikanen misschien troepen gaan terugtrekken uit Irak en maken veel Koerden zich grote zorgen over de toekomst.

De nieuwe Democratische meerderheid in het Amerikaanse Congres wil op korte termijn een gefaseerde terugtrekking uit Irak laten beginnen. Dat zou voor veel Koerden een rampscenario zijn. „Momenteel maken de sunnieten en shi’ieten elkaar af. Als de Amerikanen vertrekken, zou dat nog tien keer zo erg worden. Dan gaan we allemaal ten onder”, zegt Nasser Ghafoor Ramadan, parlementslid voor de Koerdische Democratische Partij (KDP), de machthebbers in West-Koerdistan. Eigenlijk wil hij de optie niet eens overwegen. „Ze kunnen ons niet verlaten, dat is ondenkbaar.”

Want de Amerikaanse inval in Irak in 2003 is een zegen geweest voor de Koerden van Noord-Irak. Niet alleen is de regio het enige gebied waar bomaanslagen en doodseskaders slechts op televisie te zien zijn, ook heeft Koerdistan een geweldige economische ontwikkeling doorgemaakt. Er is een vliegveld met vluchten naar alle delen van de wereld. Onlangs is de grootste supermarkt van heel Irak in Arbil geopend. Lange rijen haarverzorgingsproducten, cornflakes en andere westerse goederen blinken er in sfeerverlichting. „Ik heb er twintig miljoen in geïnvesteerd, maar nu maak ik me zorgen”, zegt ondernemer Ahmad Rekani van de New City Market. In een zwart pak met roze stropdas zit hij achter zijn nep-houten bureau. „Vertrek van de Amerikanen leidt tot vreselijke instabiliteit”, zegt hij. „In dat geval moeten we zeker niet bij Irak blijven. Dan moeten we zeker afscheiden.”

Sinds de regimewisseling in Irak in 2003 spelen de Koerdische politici een ingewikkeld spel met de andere Iraakse bevolkingsgroepen, de Amerikanen en verschillende buurlanden, waarin ze zoveel mogelijk macht naar zich toe proberen te trekken. Onafhankelijkheid zou nooit worden getolereerd door de buurlanden Syrië, Turkije en Iran die alledrie grote Koerdische minderheden hebben, zo is het mantra van de Koerdische regeringsleiders.

„Er zijn verschillende wegen die naar zelfbeschikking leiden”, zegt de Nederlandse Koerd Fuad Hussein. Hij is kabinetschef van de Koerdische president Masoud Barzani. „Voor ons is federalisme in Irak de beste weg. Als je recht op iets hebt, betekent dat nog niet dat je het kunt krijgen. We moeten realistisch zijn.” Aan de muur in het presidentiële gastenverblijf in de bergstad Salahaddin hangt een foto van Mustafa Barzani, vader van de huidige president, die in 1945 de eerste Koerdische staat uitriep. Een jaar later werd deze ‘Mahabad-republiek’ ontmanteld door Iraanse troepen.

Dat project, zo vindt een groot deel van volk, dient nu wel succesvol te worden afgemaakt. De Iraakse Koerden, waarvan de meeste het Arabisch zijn verleerd, nooit naar de rest van Irak reizen en zich cultureel niet verbonden voelen met de andere Irakezen, willen een eigen land. Vorige jaar organiseerden particulieren een referendum over onafhankelijkheid, waarbij meer dan 90 procent van de bevolking voor stemde.

„Het zuiden van Irak is conservatief en fundamentalistisch. Wij, de Koerden, zijn pro-westers en democratisch. Wij horen niet samen in een staat”, vindt Karwan Abdullah, organisator van het referendum. „Over vijf jaar zijn we onafhankelijk, let op mijn woorden. Het is een natuurlijk proces.”

Meer macht voor de regio’s betekent weer een stap in de richting van onafhankelijkheid. „Meer dan drie jaar is geprobeerd om de veiligheidsproblemen vanuit Bagdad op te lossen”, zegt de Nederlands-Koerdische politicus Fuad Hussein diplomatiek. „Laten we het nu vanuit de periferie proberen.”

Hij denkt dat iedere bevolkingsgroep beter haar eigen gebied kan beschermen. Maar totale terugtrekking van Amerikaanse troepen is ook voor hem een taboe. „Dat zou van West-Irak een Al-Qaedastaat maken, waarvan de gevolgen heel snel in Amsterdam duidelijk kunnen worden.” Vermindering van het aantal militairen vindt hij wel een goed idee.

„Als er 50.000 Amerikanen overblijven om de Iraakse territoriale integriteit te bewaken is dat voldoende”, zegt hij. Hussein vindt dat de Amerikanen zich moeten terugtrekken uit de steden. „Helaas, en ik benadruk helaas, is de realiteit in Irak op dit moment dat gewapend conflict tot een oplossing kan leiden. En één ding is zeker, wij Koerden zullen altijd meedenken over een oplossing. Wij zijn niet het probleem hier.”