Werkgever moet wennen aan jongere met eisen

Nederland werkt, maar niet overal. Voortijdige schoolverlaters doen een beroep op een uitkering. In Rotterdam moeten ze in ruil de stad schoonmaken.

Patricia Mourik van het Jongerenloket helpt een jongen bij het zoeken naar een baan. Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 16-11-2006): Patricia Mourik, adviseur werk (Centrum voor Werk en Inkomen) bij het jongerenloket in Rotterdam aan de Westblaak. Zij begeleid jongeren bij het vinden van een baan en het solliciteren. Visser, Dirk-Jan

Kelvin Silva (20) wil automonteur worden. Na de mavo heeft hij twee mbo-opleidingen geprobeerd, sport & beweging en beveiliging, maar dat beviel allebei niet. Sinds de zomer heeft hij tijdelijke baantjes, ondermeer als postbode en als keukenhulp in een sushi-restaurant. Maar nu wil hij vier dagen werken en één dag leren. „Eerst leerling-automonteur, later APK-keurmeester.” Een uitkering wil Kelvin niet. „Ik wil werken voor mijn geld.”

Jongeren willen echt wel wat, zegt Patricia Mourik, adviseur van het Centrum voor Werk en Inkomen bij het Jongerenloket Rotterdam. „Mensen denken vaak: ze willen niks, ze kunnen niks. Maar de jongeren die hier komen zijn best gemotiveerd.” Mourik heeft circa veertig jongeren onder haar hoede, ofwel in haar ‘caseload’. Gemiddeld duurt het drie maanden voordat jongeren een baan vinden. „Dat is sneller dan een jaar geleden. In de techniek, detailhandel en horeca is vraag genoeg.”

Elke vrijdagochtend doet Mourik een uurtje ‘groepsbemiddeling’. Vier meisjes en twee jongens zoeken achter de computer naar banen op de website werk.nl. Mourik schuift aan en vraagt waar ze afgelopen week hebben gesolliciteerd, geeft commentaar op de cv’s die ze hebben opgeteld. Onder ‘werkervaring’ is het akelig leeg. „Maak maar een kopje ‘kwaliteiten’, zegt Mourik tegen een meisje dat graag kapster wil worden. „Waar ben je goed in?” „Sociaal.” „Klantvriendelijk, kan je zeggen.”

Het Jongerenloket Rotterdam, gevestigd in het centrum en ingericht met hippe zitjes, bestaat sinds 2004. Drie instanties – CWI en de gemeentelijke diensten voor onderwijs en sociale zaken – werken hier samen om werkloze jongeren tot 23 jaar weer naar school of naar een baan te krijgen. Eind september dit jaar stonden bij het jongerenloket 1.368 jongeren op zoek naar een baan of opleiding ingeschreven.

Van die jongeren heeft circa zeventig procent geen startkwalificatie, dat wil zeggen geen voltooide opleiding mbo 2-niveau of havo/vwo. De echte risicogroep komt niet naar het Jongerenloket: jongeren zonder opleiding en zonder uitkering, die op andere manieren aan hun geld komen. Naar schatting van het Jongerenloket zijn dat er in Rotterdam zo’n 5.000.

In augustus dit jaar dreigde een reïntegratieproject om werkloze jongeren op te leiden tot schilder niet door te gaan omdat het Jongerenloket niet genoeg jongeren kon leveren. De één was ziek, de ander zwanger, een derde zat al in een traject. „Het ging bij dat project om jongeren met een WWB-uitkering, en daar hebben we er niet veel van”, zegt Lowell Christiaanse, manager Werk van het Jongerenloket. Met oprekken van de leeftijdsgrens is het uiteindelijk wel gelukt om het project ‘vol’ te krijgen. „Maar zoiets willen we niet nog een keer.”

Rondhangen met een uitkering is er niet bij voor Rotterdamse jongeren, legt Christiaanse uit. Wie een uitkering aanvraagt, en niet als probleemgeval (‘Route B’) wordt beschouwd, moet eerst drie weken zelf een baan zoeken. Als dat niet lukt, moeten jongeren tot 23 jaar in ruil voor hun uitkering 32 uur per week werken bij de Roteb, de gemeentereiniging. Het vorig jaar geïntroduceerde WorkFirst-principe blijkt bekend bij de jongeren. Of ze echt niet kan ontsnappen aan werken bij de Roteb, vraagt het meisje dat schoonheidsspecialiste wil worden aan Mourik. „Daar ga ik niet over.”

Het grootste knelpunt bij de bemiddeling is volgens Christiaanse de kloof tussen vraag en aanbod. „Werkgevers willen mbo-technici van niveau 3 en 4: metaal, elektro, installatietechniek. Maar jongeren doen geen techniek, en als ze het al doen, volgen ze niveau 1 en 2. We moeten ze upgraden.”

Er speelt nog iets, zegt Mourik. „Als het misgaat op het werk, komt dat door hun houding en gedrag. Omdat ze te laat komen, of niet altijd bereikbaar willen zijn.” Jongeren zijn veeleisend. „Ze zijn niet blij met elk baantje. Ze zijn erg gericht op: wat wil ik? Werkgevers met een beetje ouderwetse instelling haken daar op af.”

Dit is het vijfde deel van een verkiezingsserie. Eerdere afleveringen zijn na te lezen op www.nrc.nl/binnenland