We hebben meer dan ‘een probleempje’

Wat moet de politiek gaan doen aan het onderwijs? “Het kennisniveau verschraalt.” Maar ook: “Bijspijkeren was vroeger net zo hard nodig.” Japke-d. Bouma

Studenten zijn dommer geworden de afgelopen jaren. Vincent Icke zegt het maar even recht voor zijn raap. “Hun hersens kunnen nog steeds hetzelfde, maar ze mógen het niet: het voortgezet onderwijs is kapot, af, op, over.” Icke (1946) is hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar kosmologie aan de UvA. “In alle takken van de wetenschap hoor ik hetzelfde”, zegt hij. „De kwaliteit van scholieren van het vwo is de laatste vijftien jaar beduidend slechter geworden. Studenten wéten gewoon minder dan vroeger als ze de universiteit binnenkomen.”

“Nederland is dommer geworden”, zegt ook Alfred Kleinknecht (1951), hoogleraar economie van innovatie aan de technische universiteit Delft en van Duitse afkomst. „Dat kán niet anders, als je kijkt naar de mate waarop er op onderwijs is bezuinigd de afgelopen jaren.”

Abram de Swaan (1942) is minder negatief over de staat van het onderwijs. Hij is universiteitshoogleraar sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij vindt studenten niet dommer geworden. “Ik merk er in ieder geval weinig van onder mijn studenten. Ik vind wel dat ze makkelijker spreken dan twintig jaar geleden, dat ze beter gebekt zijn. En ik vind dan dat ze vaak verstandige, originele dingen zeggen. De top tien procent van de studenten, die zich manifesteert, is eigenlijk precies hetzelfde als twintig jaar geleden, even gedreven, even ambitieus.”

De heren werd gevraagd hun visie te geven op het onderwijsbeleid dat de afgelopen jaren gevoerd is als representanten uit respectievelijk de alfa-, bèta- en gamma-hoek. Het onderwijs heeft het zwaar sinds het eerste kabinet Lubbers, vindt Kleinknecht. “Toen ik in het begin van de jaren tachtig naar Nederland kwam, werd er nog ruim zeven procent van het nationaal inkomen in onderwijs geïnvesteerd. Nu ligt dat percentage tussen de vier en vijf procent. Dat kan je niet met meer efficiency opvangen. Dat gaan we merken. Het kennisniveau verschraalt. Nederland leidt minder mensen op hoog niveau op, als je het vergelijkt in Europees verband. De huidige doctorandus- of doctorstitel is niet meer wat deze 20 jaar geleden was.”

Vincent Icke roemt de huidige CDA-minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven, die sinds 2002 “gepropageerd heeft even met je poten van het onderwijs af te blijven”. Dat was lange tijd wel anders. Al sinds de jaren zestig wordt het onderwijs stelselmatig gesloopt, vindt hij. “Linkse én rechtse partijen zijn er verantwoordelijk voor. Links ging de fout in door te propageren dat alle kinderen dezelfde basisopleiding moeten volgen. Onzin, je kan talenten niet gelijkschakelen. Maar ook rechts ging de fout in, door te denken dat onderwijs vooral investeren in jezelf is. Ook niet waar. Onderwijs is investeren in de maatschappij en dient daarom altijd voorrang te krijgen. Inmiddels zitten we met investeringen in onderzoek en wetenschap op het niveau van Zimbabwe.”

De Swaan, de mildste van de drie, zegt dat de discussie of studenten wel genoeg leren, van alle tijden is. “Toen ik in 1959 aankwam op de universiteit herinner ik me dat het ook al zuchten was over wiskunde. Er werd ook toen al alleen maar literatuur opgegeven in het Engels en het Nederlands en dat ene boek in het Duits veroorzaakte algehele paniek. Maar wat dan nog? Eigenlijk zijn alleen de twee wetenschapstalen wiskunde en Engels, voor iedereen onmisbaar. Als je die niet beheerst moet je gewoon even drie maanden je niveau bij gaan spijkeren. Dat was toen zo en dat is het nog steeds.”

Vincent Icke is het daar volstrekt niet mee eens. Hij ziet een verdomming onder studenten en legt een link met de invoering van de tweede fase, die meer gekoppelde vakkenpakketten introduceerde (profielen) in combinatie met ‘het nieuwe leren’ dat scholieren zelfstandiger laat werken. “Scholieren worden in het voortgezet onderwijs te veel aan zichzelf overgelaten”, zegt Icke. “Tegenwoordig leert het onderwijs kinderen voornamelijk hoe met internet om te gaan. Maar onderwijs is er niet om te leren hoe je iets moet opzoeken. Het onderwijs is er om te leren hoe te léren. Je moet kinderen leren hoe hun verstand te gebruiken, niet hun muisknop. Internet is een open riool, daarin laten we scholieren zonder begeleiding zwemmen.”

Wat de drie wetenschappers delen, is, dat ze, net als de politieke parijen in hun verkiezingsprogramma’s, het versterken van het vak van leraar als oplossing zien voor vele onderwijskwalen. “Maar helaas is juist de leraar de afgelopen jaren bekritiseerd, beknot en is op hem beknibbeld”, zegt Icke. “Leraren hebben altijd te weinig verdiend. Maar vroeger stond daar in ieder geval nog aanzien en waardering tegenover. Nu zou ik niemand nog durven aanraden leraar te worden.” “Mijn zoon van 18 zei laatst, ‘leraar word je alleen als je écht niets anders meer kan’”, zegt Kleinknecht.

Hoe je betere leraren krijgt? Meer salaris is een goed begin. Maar je zou ook veel meer van ze moeten eisen, denkt Kleinknecht. “Bijvoorbeeld dat ze zich gedurende hun hele carrière blijven bijscholen. Dan kun je hen ook een hoger salaris toekennen. Leraren die dat niet doen, krijgen geen extra geld erbij.” Dat het kan, bewijst Duitsland, waar volgens Kleinknecht veel vaker academisch geschoolde leraren voor de klas staan, of gepromoveerde leraren. “Ik heb de indruk dat in Nederland meer de nadruk ligt op pedagogische vaardigheden, dan op vakkennis.”

“Wat je nodig hebt in het vwo en het hoger onderwijs zijn docenten die écht hun vak beheersen”, zegt ook De Swaan. “Daar zou best eens wat vaker de nadruk op mogen liggen.”

Kleinknecht is niet negatief over het nieuwe bachelor-mastersysteem en ook het studiehuis beoordeelt hij niet slecht. “Ik merk echter wel een desinteresse in dit land, als het gaat om onderwijs”, zegt hij. “In Duitsland lééft onderwijs echt. In Nederland is het vaak ‘we hebben een probleempje’ en gaan over tot de orde van de dag. Ik ben hier getrouwd, en heb hier kinderen gekregen. Maar ik denk de laatste tijd steeds vaker, als ik in 1980 geweten had wat ik nu weet over de staat van het onderwijs, was ik wellicht niet in Nederland gebleven.”