Verhalen vertellen via de ether

Lokale radio is in Afrika razend populair. Volgens Soulé Issiaka, manager van het Bureau Afrique van Radio Nederland Wereldomroep, hebben deze zenders een democratiserende werking.

Van alle media – cinema, gedrukte pers, televisie – is radio het medium dat het beste aansluit bij de orale traditie van Afrika, zegt radiomaker Soulé Issiaka. „Jullie gebruiken radio alleen om te horen of het verkeer vast staat op de A1 dan wel de A9, maar radio in Afrika heeft de afgelopen jaren een enorme boost gekregen. Overal. In Mali zijn honderd tot 125 stations, in Senegal meer dan honderd. Honderden.”

Dat radio in Afrika zo’n vlucht heeft genomen, heeft verschillende oorzaken, maar cultuur speelt een hoofdrol, stelt Issiaka. „Wij houden van verhalen vertellen, doorspekt met spreekwoorden en gezegdes. Van oudsher spelen in voornamelijk West-Afrika griots(bard) een belangrijke rol in het mondeling overdragen van diplomatieke berichten, buurtnieuwtjes, literaire verhalen, de geschiedenis. Dat kan op de radio ook. Het past bij Afrika.”

Soulé Issiaka is de manager van het Bureau Afrique, een trainingscentrum van Radio Nederland Wereldomroep in Benin. Met meer dan 300 lokale radiostations (community radio) in ruim twintig Afrikaanse landen voorziet het de bevolking van informatie via Franstalige radioprogramma’s. Het Afrikaanse bureau vierde deze week zijn tienjarig bestaan met een jubileumseminar over de ontwikkeling van de media in Afrika.

Hoe ziet die ontwikkeling eruit? Internet mag weliswaar in opkomst zijn, tot nog toe heeft slechts 3,6 procent van de Afrikanen toegang tot internet. Mobiele telefonie slaat al veel beter aan; het aantal abonnementen is in vijf jaar vervijfvoudigd. Niettemin is hét Afrikaanse massamedium de radio, en dan met name de lokale radio: FM-zenders in dorpjes en steden met een beperkte reikwijdte, vaak tien tot twintig kilometer.

De groei van het aantal Afrikaanse lokale radiozenders begon in het begin van de jaren negentig. Voordien waren de radiofrequenties in handen van de staat. De liberalisering van de radiozenders, het vrijgeven van de ether, kwam voort uit de democratiseringsgolf die tegelijkertijd over Afrika trok.

Daarna veranderde er veel, ook al omdat westerse donoren inzagen dat radio het medium bij uitstek was om een boodschap bij voorheen onbereikbare mensen te brengen: bewoners op het platteland, in de bergen, maar ook in de townships. Zij zien weinig of geen kranten en televisie of kunnen niet lezen. De community radiozenders die overal door Afrika zijn opgericht, zijn – in theorie – in handen van een gemeenschap. Bushradio in het Zuid-Afrikaanse Kaapstad is zo’n zender. Voor en door de mensen, al verschilt de definitie daarvan van land tot land. In West-Afrika zijn de stations vaak in particuliere handen. „Veel heb je niet nodig om een radiostation op te zetten”, zegt Ruth de Vries, programmamedewerker bij het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika. „Het is goedkoop; een zender, wat apparatuur en elektriciteit – of een generator, geen overbodige luxe.”

„Community radio’s zijn in een land als Zuid-Afrika werkelijk in handen van de gemeenschap”, zegt De Vries. Wat soms de nodige problemen met zich meebrengt. „Veel stations zijn niet commercieel, werken met vrijwilligers, hebben weinig reclame-inkomsten en redden het vervolgens niet.” Omdat de radiostations vaak afgelegen liggen, kampen ze met praktische problemen als blikseminslag, lekkende daken of onbetrouwbare vrijwilligers. Een directeur van het Keniase community radiostation Mangelete vertelde dat ze 240 kilometer moest reizen naar de hoofdstad Nairobi. Alleen zo kon ze de voor het radiostation bestemde e-mails bij een internetcafé lezen.

Andere zenders groeien tegen de verdrukking in. Congo bijvoorbeeld heeft een bloeiende scene van lokale radiostations. Er zijn er zeker honderd, schat De Vries. „Het land heeft weliswaar geen goede perswet die radiomakers beschermt, maar de radiostations worden ook niet allemaal gesloten. Er is niet veel toezicht, dus is er een soort anarchistische omgeving, waardoor lokale stations makkelijk opkomen.” Radio Maendeleo, opgericht in 1993, in het Oost-Congolese stadje Bukavu is zo’n succesvol station. Het zendt uit in tien lokale talen, plus Swahili en Frans. Strikt genomen is het eerder een regionaal dan een lokaal station; de uitzendingen reiken tot in Rwanda en Burundi. In de afgelopen dertien jaar zijn de uitzendingen tweemaal gestopt door de rebellenbeweging RDC, die tijdens de oorlog de macht in het gebied had. Tijdens de laatste verkiezingsperiode waren de reporters van Radio Maendeleo echter weer actief. Gewapend met een mobiele telefoon en een kleine taperecorder deden ze verslag vanuit de meest afgelegen dorpjes.

Maar de lokale radio bloeit niet overal. Zimbabwe heeft een perswet die dat verbiedt. Ook in Angola is er nog een flinke weg te gaan. Lange tijd was Radio Ecclésia, een kerkelijke radiozender met priesters en nonnen als radioverslaggevers, de enige zender die een ander geluid verkondigde dan dat van de regering. De langslepende oorlog was daarvan de oorzaak. Sinds kort heeft Angola een nieuwe perswet, maar het is onduidelijk hoeveel ruimte die biedt aan programmamakers.

Bureau Afrique-manager Issiaka roemt de ‘democratiserende’ werking van „radio-pluralisme”. Is dat effect werkelijk merkbaar? In het klein, denkt De Vries. Lokaal. Zoals het Mozambikaanse Radio Gesom (Grupo de Educação Social de Manica) heeft bewerkstelligd. Stakende schoonmakers vroegen aandacht op de radio voor hun belabberde arbeidsomstandigheden. Hun directeur dacht de radioverslaggever te kunnen paaien met een etentje en de opmerking dat het wel meeviel. De programmamaker zond het item niettemin toch uit. Gevolg: de directeur van de schoonmakers werd ontslagen, dankzij de uitzending van het kleine Radio Gesom.

Zie: bureauafrique.nl, .recclesia.org, radiomaendeleo.org, bushradio.co.za