Veilige gentherapie tegen hiv-infectie werkt ook nog

Een opvallende vorm van gentherapie tegen aids is bij vijf mensen getest en veilig bevonden. In de proef werd een hiv-bestrijdend gen bij de patiënten ingebracht met een aangepast aidsvirus (Proceedings of the National Academy of Sciences, 6 november). Het experiment ging om de veiligheid, maar de therapie leek ook het verergeren van de ziekte te vertragen.

Alhoewel de huidige aidstherapie met medicijnencocktails alom als een doorbraak wordt beschouwd, wordt nog altijd onderzoek gedaan naar gentherapie – zeker zo lang er geen vaccin is. De medicijnen hebben nadelen: bijwerkingen, duur en een leven lang slikken.

Gentherapie zou met één of een paar behandelingen levenslang effect moeten hebben. Veel schot zit er desondanks niet in het onderzoek. Verschillende gentherapieën zijn bij kleine groepen aids-patiënten getest, maar niemand genas.

Hiv houdt zich in T-cellen (een bepaald type witte bloedcel) op, vandaar dat die – direct of indirect – de doelgroep van de gentherapie zijn. Het principe van de therapieën is om witte bloedcellen of bloedvormende stamcellen bij patiënten af te nemen, en die in het lab te voorzien van een gen dat codeert voor een RNA of eiwit dat het aids-virus bestrijdt.

De therapie die nu bij mensen is getest, was langverwacht vanwege de manier waarmee het gen in de witte bloedcellen werd ingebracht. Dé methode om vreemde genen in een cel te krijgen, is ze in een virus (een verkoudheidsvirus, bijvoorbeeld) plaatsen en met dat virus de beoogde cel infecteren. Zo’n transportvirus wordt een vector genoemd.

De vector die onderzoekers uit Pennsylvania getest hebben, ís een aidsvirus – in aangepaste vorm. Wil een gentherapie een leven lang werken, dan moet het gen in het DNA van de patiënt worden geplakt. De meeste virussen werken niet zo, maar aidsvirussen wel. Maar qua veiligheid hebben deze vectoren niet zulke goede papieren, sinds patiëntjes met de immuunziekte SCID leukemie kregen door vergelijkbare gentherapie.

Het Amerikaanse bedrijf VIRxSYS waagde het toch om op basis van hiv een vector te bouwen. Na een paar jaar labtesten kregen aidspatiënten die verschillende medicijnen tevergeefs geprobeerd hadden, een injectie met hun eigen, genetisch gemanipuleerde T-cellen. De patiënten verdroegen deze therapie goed. Tot 3 jaar na de injectie waren er ook geen nieuwe en gevaarlijke virussen ontstaan – theoretisch kan dat door combinatie van de hiv-vector en het normale hiv. Bij vier van de vijf patiënten bleef de hoeveelheid echte aidsvirussen stabiel, bij één patiënt daalde die zelfs. Ook de T-cellen bleven op peil, terwijl die bij voortschrijdende ziekte dalen. Inmiddels lopen er vervolgproeven met de vector. Hester van Santen