Tweede Kamer tevreden met zichzelf

De leden van de Tweede Kamer zijn over het algemeen tevreden over het functioneren van de democratie en het parlement. Wel signaleert tweederde een kloof tussen kiezers en volksvertegenwoordigers. En Kamerleden zijn niet erg enthousiast over voorstellen die burgers meer rechtstreekse invloed geven op de politieke besluitvorming.

Dit blijkt uit het ‘Parlementsonderzoek 2006’ dat vandaag is gepubliceerd. Het onderzoek is uitgevoerd door de universiteiten van Leiden en Twente in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Deze raad adviseert het Rijk over de inrichting en het functioneren van de overheid, waarbij speciaal wordt gekeken naar het vergroten van de doeltreffendheid en doelmatigheid. Van de 150 leden die de afgelopen periode in de Tweede Kamer zaten, hebben er 114 meegedaan aan het onderzoek – het zesde sinds 1968.

De volksvertegenwoordigers van 2006 zijn, zo blijkt uit het onderzoek, optimistischer dan de parlementariërs van 2001. Opvallend is dat deze uitkomst sterk contrasteert met de bevindingen van de ‘21minuten-enquête’ 2006. Daaruit blijkt dat Nederlanders in politiek zijn geïnteresseerd, maar bar weinig vertrouwen hebben in de politici.

Opdrachtgever Peter Lankhorst, lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur, heeft het rapport met „gemengde gevoelens” gelezen. „Als Raad hebben we aan de Tweede Kamer voorgesteld om een eigen onderzoek te doen.” Zelfevaluatie, want dan wordt, volgens Lankhorst, de bereidheid om aan de slag te gaan met de conclusies ook groter. En de Kamer moet, zo vindt Lankhorst (van 1981 tot 1994 zelf Kamerlid voor de PPR en GroenLinks), aan de slag. „Je kunt niet tevreden zijn over je eigen functioneren, tegelijkertijd een kloof tussen burgers en politici signaleren, en weigeren om vernieuwingen door te voeren.”

Tweede Kamer: pagina 38