Rijke Nederlanders

Veel Nederlanders zijn welvarend. Bijvoorbeeld omdat ze hard werken en daarmee veel verdienen. Een vermogen van hun (schoon)ouders of familie erven. Uit criminele activiteiten. Uit de verkoop van hun onderneming. Door een rijke partner te trouwen.

De ervaring leert dat harde werkers verstandig (op het gierige af) omspringen met hun bezit. De anderen willen het nog weleens over de balk smijten, door verkeerde adviezen of door pure oplichting. Of door Wein, Weib und Gesang.

Desondanks zijn er mensen die met hun tonnen, miljoenen euro’s omhoog zitten. Waar laat je die? Een eeuwenoude strategie is beleggen in onroerend goed, de eerste levensbehoefte van alle mensen. Lees er meer over in de ‘250 rijksten van de 17de eeuw’, een speciale uitgave van het tijdschrift Quote, in samenwerking met het Rijksmuseum Amsterdam.

Helaas kan je niet domweg geld in huizen stoppen. De timing, en enig inzicht in de menselijke psychologie, zijn belangrijke succesfactoren. Je moet nu schatten of kopers over tien, twintig, dertig jaar jouw huis willen kopen. Liefst voor het dubbele, driedubbele of nog meer.

Het gaat dus om waardevermeerdering. Niet alleen van het huis, maar vooral van de hele omgeving. Koop je een huis in een enorme bouwput vol bouwvakkers, waar je tot je knieën in de modder wegzakt, dan schrikt dat mensen af. Ze hebben niet het vermogen om te zien hoe zo’n wijk er over tien jaar uit zal zien. Pas waneer het zover is, komen ze terug. Maar dan betaal je wel veel meer dan nu.

Een voorbeeld van de geschetste strategie is Blauwestad, die wordt gebouwd in Oost-Groningen in het Oldambt, even boven Winschoten, vlak bij Duitsland via de grensovergang Nieuweschans, en 20 minuten rijden van Groningen. Zie www.blauwestad.nl.

Een stad zo groot als de binnenstad van Amsterdam (omtrek circa 23 kilometer), maar met slechts 1.500 huizen. Vrijwel alle, zeer ruime, kavels zijn verbonden met een nieuw meer van acht vierkante kilometer. De komende jaren worden er in en rond de stad allerlei toeristische voorzieningen aangelegd. Verder een jachthaven en een zwemgebied.

Het wordt een stad met allure, op stand, als alles volgens plan verloopt. Je moet er wel geld voor over hebben, want op een kavel van zeg 250.000 euro moet ook nog een huis komen. Zelf te bouwen of volgens een planmatige aanpak. Het zit er dik in dat de gewenste waardegroei er komt. Mede door koopkrachtige Duitsers.

Wie er niet permanent wil wonen, kan er zijn tweede huis vestigen. Een interessant alternatief voor ouderen is een of meer huizen door de kinderen te laten kopen, met ouderlijke steun. Daardoor groeit bij hen de waarde onbelast en hoeft niet belast geërfd te worden.

Overigens is de Blauwestad er niet zonder slag of stoot gekomen. De bewoners van de omliggende plaatsen Scheemda, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Beerta hebben zich tevergeefs lang en fel verzet tegen die invasie van ‘rijke stinkerds’. In die plaatsen staan er nu opvallend veel huizen te koop. Terwijl de operatie toch juist bedoeld is om dit (arme) deel van Groningen economisch op te peppen.

Het digitale archief van NRC Handelsblad bevat een onthullend beeld van de strijd; eerste artikel al uit 1994. Let op: zoekterm ‘Blauwe Stad’ en niet ‘Blauwestad’. Geavanceerd zoeken: ‘zoeken exact’ en ‘oudste eerst’.

Overigens is er in Groningen nog veel rust, ruimte en stilte. Vooral rond het gehucht Hongerige Wolf, bij Finsterwolde. Daar trokken de kunstenaars weg, omdat ze niet meer tegen de stilte konden. Dan kunt u daar alvast rekening mee houden.