Piepend en puffend naar het hockeyveld

Astma is een chronische ontsteking en heeft een verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. Dankzij de inhaler kunnen meeste kids nog leuke dingen doen.

Een schoolvoorbeeld van kinderziektes. In een leslokaal op een basisschool in Utrecht haalde een conciërge vorig jaar een linoleum vloer weg, omdat een kind met gehoorproblemen in het klaslokaal last had van de akoestiek. Probleem opgelost, dacht de schoolleiding. Het kind werd genezen door een tapijtlegger. Maar toen diende de volgende patiënt zich aan. Een kind met astma bleek allergisch voor de huisstofmijt in het nieuwe tapijt. Dus keerde het linoleum terug. Het kind met astma haalde opgelucht adem, het kind met gehoorproblemen moest maar weer zien hoe hij of zij de meester of juf kon verstaan.

Wat is astma eigenlijk en wat zijn de kenmerken, de oorzaken en de gevolgen? Astma wordt gekenmerkt door een chronische ontsteking en verhoogde prikkelbaarheid van de luchtwegen. De klachten zijn kortademigheid, benauwdheid, piepend ademhalen en hoesten. Astma wordt veroorzaakt door de combinatie van twee dingen: een erfelijke aanleg (het zit vaak in de familie) en zogenaamde omgevingsfactoren. Welke die precies zijn is niet bekend, het onderzoek duurt voort. Zo is het intussen duidelijk dat roken de kans op astma duidelijk vergroot. Verder spelen huisstofmijt, huisdieren en luchtverontreiniging een rol.

In de Westerse wereld zouden we volgens wetenschappers te weinig in contact staan met micro-organismen (lees: bacteriën en virussen). Door onze steeds schonere leefwijze hebben we minder weerstand en daardoor eerder astma of allergieën, luidt een veelgebezigde theorie. Zijn wij niet allemaal kasplantjes die bij het minste of geringste ergens last van hebben?

Een ander (Zweeds) onderzoek: kinderen op antroposofische scholen hebben minder last van astma. Sommigen mensen denken dat dit komt doordat ze niet worden ingeënt. Deze theorie is intussen door de wetenschap onderuitgehaald. In Nederland is gebleken dat kinderen die om religieuze redenen niet worden ingeënt net zo veel astma hebben als kinderen die wel vaccinaties krijgen toegediend. De antroposofische kinderen die in het onderzoek werden vergeleken met niet antroposofische kinderen in dezelfde leefomgeving gebruikten minder antibiotica en hadden andere eetgewoonten. En ze bleken dus minder astma te hebben.

Bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven zijn de geleerden het over één ding eens. De risico’s van het niet vaccineren zijn voor de gezondheid van het kind vele malen groter dan een eventueel vergrote kans op astma bij wél vaccineren. Dit zeggen de astmaonderzoekers professor Henk van Loveren en doctor Alet Wijda van het RIVM. De Zwolse kinderarts doctor Paul Brand: „Wat je eet is belangrijk. Zo zou het ook best kunnen zijn dat antroposofische mensen heel anders eten dan de meeste mensen in Europa en dat dit de verklaring voor minder astma is.”

Astma komt voor in alle leeftijdsgroepen, maar veel vaker bij kinderen. Eén op de twintig jongeren heeft er last van. Dus gemiddeld gesproken minimaal één kind in één klaslokaal. „Maar kinderen met astma zijn niet zielig”, zegt Brand. De specialist is zelf ook patiënt. Hij heeft astma sinds zijn twaalfde. En hij is vader van twee kinderen die er een milde vorm van hebben. Over erfelijkheid gesproken. Brand: „Kinderen met een ouder die astma heeft, hebben een verhoogde kans het zelf ook te krijgen. Voor hen is het vaak lastig en soms heel vervelend. Toch is deze ziekte heel goed behandelbaar en kunnen kinderen met astma alles wat hun leeftijdgenoten ook kunnen. Meestal merk je niet dat ze astma hebben.”

Brand is een spijtoptant. Hij ging roken toen hij in Groningen geneeskunde studeerde. Eerst dagelijks en na de komst van zijn eerste kind alleen op feesten partijen, dus alles bij elkaar bijna vijftien jaar. „Uiterst stom natuurlijk”, weet Brand nu. „Op voorlichtingsdagen over astma waarschuw ik iedereen: ga niet roken zoals ik! Net als aanstaande moeders zonder astma; die moeten tijdens de zwangerschap dus ook nooit gaan roken. Dan krijgt het kind kleinere luchtwegen en heeft het een grote kans op astma. Roken is buitengewoon slecht voor de baby, maar ook voor kinderen. Dat is een van de weinige zekerheden – samen met het nut van borstvoeding – die we hebben als het gaat om astma. Daarom pleit ik voor een rookverbod in sportkantines en in de buurt van sportvelden.”

Astmakinderen – en in mindere mate volwassenen – zie je vaak ‘puffen’ met een inhaler . Ze moeten een of twee keer per dag door een soort toeter bepaalde stoffen (ontstekingsremmers ofwel corticosteroïden) in- en uitademen. Door deze medicijnen is het astmatische kind minder snel benauwd. De meeste geleerden zijn heel positief over de ontstekingsremmers. De kinderen met astma hebben er duidelijk baat bij. Brand: „Als de klachten niet verminderen, blijkt vaak dat ze de medicijnen niet goed of helemaal niet innemen. Bij goed gebruik is astma goed beheersbaar.”

Veel ouders hebben hun bedenkingen. Hoe meer chemische rommel in het lichaam, hoe slechter voor de patiënt, redeneren ze. Zo zouden, volgens een Gronings onderzoek, kinderen die een overdosis ontstekingsremmers gebruiken last hebben van hun groeisnelheid, bijnieren en botten. Brand: „Bij normale doseringen zijn de remmers dus veilig.”

Astma is helaas niet te genezen, wel goed te beheersen. Volgens Brand is er nog een hoop te verbeteren op het gebied van voorlichting. Vooral jonge kinderen moeten goed begeleid worden. Hoe werkt een inhaler? Wat staat er op de bijsluiter? Net zoals de artsen nog een hoop hebben bijgeleerd over astma. Niet ieder kind dat piept, blijkt astma te hebben. Waardoor veel peuters en kleuters de ontstekingsremmers, achteraf beschouwd, vaak onnodig hebben ingenomen.

Professor Johan de Jongste, hoofd van de afdeling Kinderlongziekten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, kwam onlangs tot deze conclusie, onder meer op basis van resultaten van het langlopende PIAMA-onderzoek onder 4.000 jonge kinderen in heel Nederland. Onder het mom: „het is niet allemaal astma dat piept”. Een verkeerde diagnose is gauw gemaakt, want het noodzakelijke weefselonderzoek is bij kinderen alleen onder narcose mogelijk. En dus zien artsen er vaak van af. En dus denken ze bij het minste geringste piepen aan astma. Met alle overbodige medicamenten van dien. De jonge kinderen slikken of snuiven alsof ze astmapatiënt zijn. Op oudere leeftijd, wanneer weefselonderzoek wél mogelijk is zonder narcose, blijkt achteraf helemaal geen sprake van astma, zo verklaarde De Jongste onlangs in de Monitor van de Erasmus Universiteit.

Een andere discussie: waarom hebben kinderen die op een boerderij wonen minder last van astma dan bijvoorbeeld stadskinderen of kinderen die wel op het platteland wonen maar niet op een boerderij? Door de schone lucht, het drinken van rauwe koemelk of toch door erfelijkheid, zoals Brand suggereert? „Mensen zonder astma worden eerder boer dan mensen met astma en geven dus minder gauw astma aan hun kinderen door. Daarom ben ik altijd zo voorzichtig met te snelle conclusies uit één bepaald onderzoek.”

Tot een paar jaar geleden steeg het aantal kinderen met astma. Tussen 1980 en 2000 was er wereldwijd meer dan een verdubbeling. Deze eeuw is in de Westerse landen – vooral bij kinderen en jonge volwassenen – sprake van een stilstand of zelfs lichte terugval. Wat is hiervan de oorzaak? Daarover zijn de geleerden het (nog) niet eens. Zoals de huidige opkomst van het aantal astmapatiënten in nieuwe industrielanden als China en India vaak wordt toegeschreven aan de viezere lucht, maar is dit wel zo? Het mooiste voorbeeld als het gaat om astmafabeltjes is een onderzoek in het (voormalige) Oost-Duitsland. Daar blijkt, in tegenstelling tot alle prognoses, na de Wende van 1989 meer astma voor te komen dan voor de Wende. In de oude DDR zorgden bruinkool en niet gefilterde uitlaatgassen van auto’s dus niet voor meer astmagevallen. Van Loveren van het RIVM: „Het DDR-onderzoek is het mooiste onderzoek aller tijden. We zijn op het verkeerde been gezet.”

Kinderen met astma zijn misschien niet zielig, zoals kinderarts Brand in Zwolle zegt. Epidemioloog Wijga van het RIVM noemt het toch ,,een ernstige aandoening”. De patiënten moeten er wel veel voor doen en veel voor laten. Zo kunnen ze vaak geen harige dieren (katten en konijnen) in huis hebben en zijn ze extra gevoelig voor huisstof dat bijvoorbeeld in tapijt en andere kleden zit. Het is niet zo dat astma ontstaat door huisdieren of huisstof. Maar astma gaat vaak samen met allergie en als kinderen ook allergisch zijn, kan contact met bijvoorbeeld dieren of huisstof een astma-aanval veroorzaken.

Opvallend genoeg kent Groot-Brittannië, waar zelfs tapijten aan de muur en het plafond van cafés en huiskamers hangen, meer gevallen van astma dan bijvoorbeeld Nederland, waar veel houten vloeren liggen. Zou dát dan niet een verklaring kunnen zijn? Bij het RIVM lachen de deskundigen besmuikt om de suggestie van de buitenstaander. „We weten echt niet waarom de Britten, net als de Australiërs en Nieuw-Zeelanders, meer last van astma hebben”, erkent Henk van Loveren. „Zoals we nog veel meer niet weten, dat maakt het voor ons ook zo interessant.”