Pagina 1 van ‘Stoplichten en Sudokupuzzels’

De Achterpagina vroeg vijf auteurs van jongerenmagazine Spunk om de eerste pagina van een nieuwe roman te schrijven. Vandaag, in deel 3, Nathalie Wouters. De illustratie werd gemaakt door ATTI.

De berg doorgekraste en verfrommelde sudoku’s groeit zienderogen en de tl-buis op de overloop knippert mateloos irritant. Soms word ik alles zat. Het leed dat huiswerk heet, de fruitmand vol appels met beurse plekken, de nieuwe hit van de Sugababes en dan ook nog dat zusje. Alles. Dan moet ik gewoon op avontuur. Vandaar dat ik nu verwoed in mijn sokkenmandje wroet, om hopelijk straks mijn linker lievelingssok bij mijn rechter lievelingssok te kunnen voegen. Sokken zijn namelijk van uiterste noodzaak, vooral op avontuur. Na de hereniging zal Het Perfecte Paar straks in mijn lieve gele koffertje verdwijnen. Raar eigenlijk, een lief koffertje. Alles wat klein en gehuld in pastelkleurtjes is, is lief volgens de mensheid. Vooral volgens de vrouwelijke helft van deze mensheid overigens. Al is mijn koffertje natuurlijk ook écht best lief. Hij heeft me in elk geval nog nooit een vlieg kwaad gedaan. Vandaag zal hij me ook helpen, dat voel ik. De linker lievelingssok is weg. Écht weg. Even staar ik beteuterd naar mijn sokkenmandje. Al is het natuurlijk helemaal niet zo’n levensbedreigend drama, twee verschillende sokken. ‘Sokken zullen immer met elkander matchen’ is een typische regel bedacht door een saaie meneer met alleen maar geitenwollensokken. Daar hoef ik me helemaal niet aan te houden. Ik hoef me namelijk nergens aan te houden. Ik ga op avontuur en avontuur kent geen regels. Mijn lieve koffertje en ik gaan samen op pad. Grenzeloos de wijde wereld in.

Eenmaal in die wijde wereld begint het gedonder alweer. Ik zet mijn eerste stappen als vrij mens en kijk trots naar mijn schoenen. Door de gaten aan de zijkant kun je zien dat ik twee verschillende sokken draag. Hartstikke goed natuurlijk, hartstikke regelloos vooral ook. Maar helaas ben ik ook genoodzaakt te constateren dat ik op donkergrijze en lichtgrijze tegels loop. Samen vormen ze een bepaald patroon. En die patronen zijn fataal. Zodra je ernaar kijkt, bedenken je hersenen – zonder dat je ze daartoe toestemming hebt gegeven! – bepaalde regels. Je mag niet op de donkere tegels lopen. Of; je moet afwisselend op een lichte en een donkere tegel stappen. Of nog erger; als je met je linkervoet op een donkergrijze tegel stapt, moet je een pirouette draaien en vijf tegels teruggaan. Pure horror. En vooral veel te regelachtig voor een regelloos persoon als ik. Ik leg mijn hoofd in mijn nek, en kijk naar de lucht. Lichtgrijs. Gestaag en een beetje demonstratief stamp ik door. De gele koffer is best zwaar. Bij elke stap die ik stamp hoor ik de inhoud door elkaar rammelen. Een nagellakpotje botst tegen mijn lavalamp. Al zouden het ook best mijn tandenborstel en sleutelbos kunnen zijn wiens oppervlakken elkaar raken. Waarom ik die laatste heb meegenomen weet ik eigenlijk niet. Ik ga immers de wijde wereld veroveren. En die zit heus niet op slot.