Opera ‘Der Hund’ statisch gebracht

Voorstelling: Der Hund van Rob Zuidam door De Helling en Doelen Ensemble o.l.v. Maarten van Veen. Regie: Aat Ceelen. Gehoord: 16/11 Muziekgebouw aan ’t IJ, A’dam. Tournee t/m 1/12. www.muziektheaterdehelling.nl

Otto Weininger, een briljante filosofiestudent, pleegde op 4 oktober 1903 zelfmoord in Wenen in de sterfkamer van Beethoven. Hij was kort daarvoor ‘doorgebroken’ met een boek over het verdorven karakter van de vrouw, maar had ook een diepgewortelde zelfhaat.

Er is maar één Nederlandse componist die hierin het ideale gegeven voor een opera zou herkennen, en dat is Rob Zuidam. Hij houdt van waanzin en het absurde: eerder maakte hij Rages d’Amour over Johanna de Waanzinnige, en de McGonnagal-Lieder, een lofzang op een brug die instort. Na het succes daarvan op het Holland Festival 2004 vroeg De Nederlandse Opera hem een grootschalige opera te schrijven op Vondels Adam in ballingschap, die in 2009 in première zal gaan.

De tekst voor de korte eenakter Der Hund ontleende Zuidam aan Weiningers geschrift Über die letzten Dinge, waarin een op de dierenwereld gebaseerde psychologie wordt gepresenteerd. Hierin staat de hond symbool staat voor al het slechte, slaafse, misdadige. Voor – zo blijkt uiteindelijk – alles wat Weininger aan zichzelf haat.

De opera, over Weiningers laatste uur, is een lange monoloog. Van dat eenzijdige, statische gegeven heeft Zuidam een interessante opera kunnen maken. Regisseur Aat Ceelen laat Weininger echter de hele tijd achter een katheder staan, waardoor een grote afstand tot het publiek wordt gecreëerd en zijn betoog een droog college van ruim een uur wordt. De twee reagerende en illustrerende ‘honden’, humorvol vertolkt door sopraan Charlotte Riedijk en mezzo Gerrie de Vries, bieden hiervoor te weinig tegenwicht.

In Zuidams muziek – de sterkere kant van Der Hund – klinken allerlei stijlen door elkaar: het begint (uiteraard) met een Weens walsje, er klinken allusies aan Beethoven, maar ook popachtige momenten. Toch lijkt de popmuziek, in het verleden nog wel Zuidams ‘unique selling point’, steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen.

Weininger zelf wordt vertolkt door tenor Sebastian Brouwer. Hij heeft een groot bereik, maar haalt nog niet het niveau dat Zuidams partij aan hem stelt. Zo illustreert hij wellicht onbedoeld wel de breekbaarheid, Weiningers overspannen streven naar perfectie.