Niets is erger dan nep

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Welke leeslijstklassiekers hebben de ‘literaire X-factor’? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij The Catcher in the Rye van J.D. Salinger

Achter in de tachtig is hij inmiddels. Sinds 1965 heeft hij niets meer gepubliceerd, en sinds 1980 heeft hij geen woord meer tot de pers gesproken. Met hand en tand verdedigt hij zijn privacy tegen journalisten, biografen, roddelaars en fotografen – zelfs op de achterflap van zijn boeken mag geen portret staan. J.D. Salinger, de joods-Amerikaanse auteur van één roman en een dozijn verhalen, geldt als de grootste literaire kluizenaar sinds de heilige Hiëronymus. Zijn fans kunnen daar moeilijk mee leven. Zij zijn als Holden Caulfield, de hoofdpersoon van Salingers romandebuut The Catcher in the Rye, die hunkert naar contact met zijn favoriete auteurs. Een goed boek, zegt hij, ‘is een boek waarbij je, als je het uit hebt, zou willen dat de schrijver die het geschreven heeft een ontzettend goede vriend van je was en dat je hem altijd kon opbellen als je daar zin in had’ (vert. Johan Hos).

In The Catcher in the Rye vertelt de zestienjarige Holden wat hij meemaakt als hij vlak voor het begin van de kerstvakantie van zijn kostschool in Pennsylvania wordt gestuurd en een paar dagen doelloos rondzwerft in New York. Zijn belevenissen zijn niet eens spectaculair, hoewel zijn uurtje met een prostituee, zijn drankgebruik en vooral zijn onbekommerde gerook in Amerika nog steeds bezorgde ouders tot boycotacties aanzet. Maar de manier waarop hij zijn verhaal doet, is dat wel. Holden spuwt zijn onvrede met de wereld uit in een taal die nog steeds modern is – vol stopwoorden, humoristische uitvallen, scheldwoorden en herhaalde uitroepen. Zijn sarcasme geldt alles wat phony (‘nep’, ‘schijnheilig’) is, en zijn favoriete doelen zijn de mensen die zich volwassen noemen. ‘Maar goed’ zegt hij in een passage die wellicht filmregisseur Stanley Kubrick inspireerde tot de slotscène van Dr. Strangelove; ‘ergens ben ik blij dat ze de atoombom hebben uitgevonden. Als het ooit nog eens oorlog wordt, dan ga ik er bovenop zitten. Als vrijwilliger, ik zweer het je’.

Holden, de verwarde puber die het spel niet ‘volgens de regels’ wil spelen, is een van de grote Stemmen uit de Amerikaanse literatuur. Meer nog dan Mark Twains Huckleberry Finn, van wie hij de directe afstammeling is, blijft hij een personage met wie iedere would-be rebel zich kan identificeren. Al een halve eeuw lang wordt ieder explosief debuut in de ik-vorm vergeleken met The Catcher in the Rye, terwijl honderden jonge schrijvers zich openlijk schatplichtig aan Salinger hebben verklaard. Niet alleen in Amerika, maar ook in Nederland: van Doeschka Meijsing en Guus Luijters tot Joost Zwagerman en Ronald Giphart, van Herman Brusselmans en Renate Dorrestein tot Nanne Tepper en Herman Koch.

De mythe wil dat J.D. Salinger in zijn huis in New Hampshire nog stapels manuscripten in diverse kluizen heeft liggen – allemaal voorzien van aanwijzingen wanneer ze precies gepubliceerd moeten worden. Misschien dat daar een vervolg op The Catcher in the Rye tussen zit; per slot van rekening blijkt uit Salingers vele verhalen over de excentrieke familie Glass dat hij zijn personages graag in zijn werk liet terugkomen. Maar eigenlijk hebben we de schrijver niet nodig om Holden op andere plaatsen en andere tijden tegen te komen. Het wemelt in de wereldliteratuur van de geboren dwarsliggers en aandoenlijke rouwdouwen die zonder hem niet bestaan zouden hebben.

Reacties: steinz@nrc.nl