Minister vindt hoofddoek stap terug

De Egyptische minister van Cultuur, Farouk Hosni, is in ongenade gevallen bij de fundamentalistische Moslimbroederschap. Hosni zei eerder deze week in een vraaggesprek met de onafhankelijke krant Al-Masri al-Youm (Egypte Vandaag) dat de islamitische hoofddoek „een stap terug” is en dat Egypte niet erg zal opschieten zolang zijn bevolking zich laat leiden door religieuze decreten „die 5 cent waard zijn”.

„We hebben een dringende oproep aan de premier gericht waarin we zijn ontslag eisen”, zei gisteren de woordvoerder van de parlementsfractie van de Moslimbroederschap, Hamdi Hassan. Anders, zei hij, moeten de hoogste islamitische geestelijk leiders in Egypte, de mufti en de sjeikh al-Azhar, opstappen omdat hun uitspraken – dat de hoofddoek een islamitische verplichting is – kennelijk niets waard zijn. De Al-Azhar is een van de belangrijkste centra van de sunnitische islam.

Egypte is de laatste jaren steeds conservatiever geworden, wat zich onder andere uit in het oprukken van de islamitische hoofddoek op straat. Dat is niet naar de zin van Hosni, een liberale kunstenaar die al meer dan vijftien jaar minister is namens de Nationaal Democratische Partij (NDP) van president Mubarak.

„Vrouwen met hun prachtige haar zijn als bloemen die niet zouden moeten worden bedekt en afgezonderd van de mensen”, aldus Hosni in zijn vraaggesprek met de krant. „Onze moeders gingen naar de universiteit en naar hun werk zonder een hoofddoek. In die geest zijn we opgegroeid. Dus waarom gaan we nu terug?”

De Moslimbroederschap is verboden in Egypte maar wordt min of meer gedoogd. Bij de laatste verkiezingen zijn 88 van haar aanhangers als onafhankelijke kandidaten in het parlement gekozen. Daarmee is de Broederschap het grootste oppositieblok. Toch loopt Hosni in principe weinig gevaar, aangezien de NDP regering en parlement overheerst.

Woordvoerder Hassan drong er tegelijk bij de minister op aan niet „de cultuur van het uittrekken van kleren” te bevorderen. „We dringen er bij u op aan uw kleren aan te houden, en mensen aan te moedigen hun kleren aan te houden omdat onze zionistische en Amerikaanse vijand vastbesloten is ze stuk voor stuk af te trekken.”

De aanval van Hosni op de hoofddoek valt samen met een campagne in Tunesië en Marokko om het dragen ervan te ontmoedigen. In Tunesië is een bestaand maar versleten verbod om de hoofddoek op school te dragen weer aangescherpt. In Marokko is de campagne subtieler: onder andere zijn op de plaatjes in de nieuwe schoolboeken minder gehoofddoekte meisjes en vrouwen te zien. (Reuters, AFP)