Minder vrienden

Amerikaanse sociologen stelden vast dat Amerikanen steeds minder vrienden hebben. In Nederland is zo’n trend niet zichtbaar . Wel stellen mensen hoger eisen aan vriendschappen.

Ellen de Bruin

Help, de moderne westerse samenleving individualiseert! Onlangs publiceerde American Sociological Review een artikel met de titel ‘Social Isolation in America’. Amerikaanse sociologen beschreven daarin een grote nationale enquête die in 1985 voor het eerst was afgenomen, en die in 2004 was herhaald. De belangrijkste vraag luidde: ‘Als u terugkijkt naar de laatste zes maanden – wie zijn dan de mensen met wie u dingen besprak die belangrijk voor u waren?’ Het belangrijkste resultaat was: in 1985 was het meest genoemde aantal namen dat mensen in hun antwoord gaven drie (20,3 procent); in 2004 was het nul (24,6 procent). Het gemiddelde aantal was gedaald van 2,94 naar 2,08.

Amerikanen hebben tegenwoordig dus minder mensen met wie ze over persoonlijke zaken praten dan twintig jaar geleden. In 1985 had driekwart (75,0 procent) van de Amerikaanse bevolking meer dan één belangrijke gesprekspartner; in 2004 gold dat nog maar voor iets meer dan de helft van de mensen (56,4 procent). „Dit is helemaal in overeenstemming met Robert Putnams idee dat de samenleving losser wordt, dat mensen minder met elkaar verbonden raken”, zegt Lynn Smith-Lovin, een van de onderzoekers, aan de telefoon vanuit Durham, North-Carolina. Robert Putnam is de politicoloog die bekend werd door zijn boek Bowling Alone, waarin hij zes jaar geleden al zijn bezorgdheid over die ontwikkeling uitsprak.

„Nee, ons onderzoek zegt niet direct iets over de oorzaken”, voegt Smith-Lovin daar desgevraagd aan toe. „We zijn al met vervolgonderzoek daarnaar bezig. Het is in elk geval zo dat steeds meer mensen steeds meer tijd besteden aan hun werk en aan reizen.. Ik denk dat dat ermee te maken heeft. Ze komen thuis en dan zijn ze te moe om nog vrienden op te zoeken. Dat zou ook verklaren dat het aantal mensen voor wie de echtgenoot de enige gesprekspartner is voor persoonlijke zaken, is toegenomen.” Dat percentage verdubbelde bijna: van 5 procent naar 9,2 procent.

Is het erg, dat mensen steeds minder vertrouwelingen hebben, minder intieme vrienden dus? En is het dan in Nederland óók zo erg? Half oktober verscheen een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, waarin onder meer stond dat Nederlanders de laatste dertig jaar steeds minder tijd aan hun vrienden zijn gaan besteden. Vooral bij elkaar op bezoek gaan schiet er bij in. En de tijd die we aan werk besteden, neemt toe. Raken we onze vrienden kwijt?

Aan de universiteit van Utrecht doet een team van sociologen – Beate Völker, Henk Flap en Gerald Mollenhorst – onderzoek dat vergelijkbaar is met dat van hun Amerikaanse collega’s, met wie ze ook samenwerken. Survey of the Social Networks of the Dutch, heet hun project: de sociologen onderzoeken ‘sociale netwerken’. Het woord vriendschap is te beladen om in dit soort onderzoek te gebruiken, leggen ze uit, want als je mensen vraagt hoeveel vrienden ze hebben, kan het woord ‘vriend’ voor iedereen iets anders betekenen. Je kunt beter naar gedrag vragen, zoals ‘met wie praat je over persoonlijke dingen’, dat is exacter. En dat levert dan gegevens op over, zoals de Amerikaanse sociologen het formuleren, ‘de belangrijkste, vaak gecontacteerde interpersoonlijke omgevingen die mensen gebruiken voor gezelligheid en advies, en voor sociaal-emotionele en instrumentele steun’. Normale mensen zouden zeggen: dat zijn je vrienden.

vergelijken

De Utrechtse sociologen hebben niet de luxe dat er twintig jaar geleden al een grootschalig netwerkonderzoek gedaan is dat aan de moderne wetenschappelijke eisen voldoet en waarmee ze hun resultaten kunnen vergelijken. Maar „grofweg”, zegt Beate Völker, „lijkt de situatie in Nederland meer op de Verenigde Staten in 2004 dan op de Verenigde Staten in 1985.”

Het SCP-rapport van vorige week verklaart de toename in aan werk bestede tijd vooral doordat meer vrouwen zijn gaan werken. Zouden sociale netwerken misschien kleiner worden – zouden mensen minder vrienden krijgen – doordat de rol van vrouwen in de samenleving steeds meer op die van mannen gaat lijken, waarmee vrouwen hun klassieke rol als vriendschapsonderhouders verliezen? „Dat is een interessante hypothese, dat zouden wij ook wel willen weten”, zegt Henk Flap. „Maar dat kunnen we op basis van onze gegevens niet zeggen”, zegt Gerald Mollenhorst. „En voordat we verder praten”, voegt Beate Völker toe, „vind ik het belangrijk om op te merken dat de kreet dat we onze vriendschappen zouden kwijtraken al heel erg oud is. Het is iets wat mensen in de loop van de geschiedenis heel vaak gezegd hebben. En bij veel sociale veranderingen en uitvindingen – de telefoon, internet – wordt het weer herhaald. Die uitvindingen krijgen dan de schuld.”

wat is vriendschap

En, voordat we verdergaan met de vraag of het aantal vriendschappen dat mensen hebben of de betekenis ervan afneemt – begrijpen we eigenlijk wel zoveel van vriendschap? Is wel goed gedefinieerd wat vriendschap is, is er onderzocht hoe het ontstaat, hoe het verloop is, hoe het verschilt van (andere) liefdesrelaties? Dat valt tegen.

Er is om te beginnen al geen dominante, tot onderzoek aansporende theorie van vriendschap. In de sociale psychologie is het in feite de vergeten relatie, een niche-onderwerp. Het gedrag, de gevoelens en de gedachten van mensen in liefdesrelaties en binnen en tussen groepen is uitgebreid onderzocht, maar vriendschap ontbreekt vrijwel op de onderzoeksagenda – zeker die tussen volwassenen, want vriendschap wordt vooral gezien als belangrijk voor pubers en adolescenten. Het bekendste vriendschapsonderzoek uit de sociale psychologie dateert al uit 1950, toen onderzoekers aantoonden dat studenten significant vaker bevriend raakten met medestudenten naarmate hun kamer op de campus dichterbij was. Enkele jaren later werd ontdekt dat het ook helpt als mensen dezelfde achtergrond en opinies hebben en in karakter op elkaar lijken, en dat we mensen aardig vinden die ons aardig vinden. Maar die onderzoeksresultaten gelden ook voor liefdesrelaties. Is een vriendschapsrelatie dus ‘gewoon’ een liefdesrelatie zonder seks, waar je er meer van kunt hebben omdat de seksuele jaloezie ontbreekt? Of is vriendschap een emotie, die je ook binnen een liefdesrelatie kunt ervaren? De wetenschap zwijgt.

oorlogstaal

Oorspronkelijk liggen liefde en vriendschap in elk geval dicht bij elkaar. Wat heet, vriendschap en vijandschap lagen al dichtbij elkaar, vertelt de Amsterdamse socioloog Cas Wouters. Hij werkt momenteel aan een boek waarin hij onder meer uiteenzet waarom vriendschap in een paar Europese landen een verschillende betekenis heeft gekregen. „Volgens de socioloog Allan Silver werd de ruimte tussen vriend en vijand tot aan de achttiende eeuw niet bezet”, aldus Wouters. „De begrippen vriend en vijand waren onderdeel van een oorlogstaal, ze ontleenden hun betekenis primair aan politieke verhoudingen waarin oorlog gold als een ‘normale’ conditie.” De Engelse woorden friend, vriend, en fiend, duivel, beul, hebben ook een gemeenschappelijke etymologie, vertelt Wouters. „En de middeleeuwse begrippen voor ontmoeting hadden allemaal sterke connotaties van zowel vechten als geslachtsverkeer. Als mensen elkaar naderbij komen, neigen ze kennelijk tot het bedrijven van de liefde of het voeren van oorlog – dat zijn althans de uiteinden van het continuüm aan mogelijkheden.” Naarmate commerciële banden aan maatschappelijk belang wonnen, is ook de betekenis van vriendschap vanuit deze politieke hoek in meer zakelijke richting opgeschoven, vertelt Wouter: zakenvrienden en het ‘old boys network’.

Zowel vriendschap als liefde ontleenden hun betekenis in eerste instantie aan hun functie voor politieke en economische doeleinden, vertelt Wouters. „Mensen trouwden een goede partij en hadden vrienden om op terug te vallen als aanvulling op de familiebanden. Die politieke en economische betekenissen zijn wel verzwakt, maar lang niet verdwenen. Er zijn nationale verschillen, maar overal is de nadruk sterk opgeschoven naar ‘kunnen rekenen op’ in emotionele zin.” Maar vrienden en partners hebben wel een andere plaats in een mensenleven, ook los van het ontbreken van seks in liefdesrelaties – en ook letterlijk. Zo ontdekten de Utrechtse sociologen dat Nederlanders hun vrienden vooral ontmoeten tijdens hun opleiding, op een vereniging of via andere vrienden, terwijl ze hun partner vooral ontmoeten tijdens het uitgaan of op het werk. Nog een lapje voor de lappendeken van wetenschappelijke vriendschapskennis.

En met de Utrechtse sociologen zijn we weer terug bij de vraag: neemt het aantal of het belang van vriendschappen in Nederland af? En dan is het antwoord: dat is niet onderzocht, maar het lijkt er niet op. „In veel onderzoek”, zegt Henk Flap, „wordt gekeken naar de verschillen tussen stad en platteland, vanuit het idee dat de geürbaniseerde wereld de wereld is die ze op het platteland over een jaar of veertig krijgen. En dan blijkt dat mensen in de stad helemaal niet minder vrienden hebben, eerder meer. In de stad vind je altijd wel iemand die bij je past, daar heeft dat waarschijnlijk mee te maken. Als je een rare smaak hebt wat vrienden betreft, kun je die in een dorp niet bevredigen, maar in een stad vaak wel.”

aparte vrienden

„We zien wel”, voegt Gerald Mollenhorst toe, „dat mensen in het algemeen vrij veel relaties hebben die slechts één bepaalde functie vervullen.” Dus aparte vrienden die je kent van het werk, vrienden met wie je sport, vrienden om mee te drinken. Dat zou pleiten voor Putnams bowling alone-gedachte, dat mensen onderling steeds minder verbonden raken. Aan de andere kant, zegt Beate Völker: „Het ligt er ook maar aan waar je naar kijkt. Het vrijwilligerswerk is bloeiende.” En mensen worden nog steeds lid van verenigingen, zegt Henk Flap. „Dat verschuift, maar het neemt niet af. Mensen blijven alleen niet meer hun hele leven bij een club, het wordt meer serieel, net als bij relaties misschien. Mensen gaan eerst op voetbal, dan op tennis, en daarna nog eens op honkbal.”

„De cruciale vraag”, zegt Völker, „is: hoe ongelukkig zijn mensen met hun netwerk?” Als mensen trouwen, neemt bijvoorbeeld ook het aantal vrienden dat ze hebben af, blijkt uit onderzoek; maar getrouwde mensen zijn meestal wel gelukkiger dan alleenstaanden. Willen mensen wel meer vrienden? „In ons onderzoek”, zegt Völker, „uit 2000, bleek dat ongeveer zeven procent van de Nederlanders én meer vrienden wilde én een klein netwerk had, dat wil zeggen minder dan tien mensen om mee te praten, mee uit te gaan en om advies aan te vragen. Die zeven procent waren mensen voor wie alle clichés opgingen: met name oudere, alleenstaande mannen, lage opleiding, vaak werkloos, vaak allochtoon.” Maar of hun aantal toeneemt, is niet bekend.

Er zijn ook mensen met een groot netwerk die meer vrienden willen, negen procent. „Die noemden we greedy. Dat waren de yuppen met een goede baan, die vaak in steden woonden en een nog hogere status wilden.” Maar daartegenover staan veel meer mensen, namelijk 37 procent, met een klein netwerk die dat wel best vinden. „Dat zijn eerder hoger opgeleiden en mensen met een drukke baan”, vertelt Völker, „en ook wel mensen die gehuwd zijn. Ze zijn gewoon tevreden met een kleiner kring. Opvallend was dat deze personen vaak op het werk en in de buurt zoiets als ‘gemeenschapsgevoel’ ervaren, ze voelen zich er helemaal bij horen.”

internet

Al met al zijn de sociologen niet erg pessimistisch als het om onze vriendschappen gaat. Ze verwachten niet dat we veel minder vrienden zullen krijgen, en ze denken ook niet dat bijvoorbeeld internet onze contacten oppervlakkiger zal maken. „Internet heeft vermoedelijk een vergelijkbaar effect als vroeger de telefoon”, zegt Flap. „Je houdt je netwerk ermee in stand”, zegt Mollenhorst. En het Amerikaanse onderzoek dan, waaruit blijkt dat in elk geval in Amerika het aantal mensen met wie persoonlijke dingen worden besproken, is afgenomen? „Misschien”, peinst Völker, „is tegenwoordig ook wel zoveel openbaar dat de definitie van wat persoonlijk is, veel minder inhoudt.”

En Cas Wouters vreest dat die studie „ook wel iets over Amerika zegt. Het niveau van wantrouwen is daar hoger dan in de rest van het Westen. Dat heeft ook met 11 september te maken, natuurlijk. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.” Volgens hem is de algemene kwaliteit van vriendschappen in de loop der jaren in elk geval louter toegenomen. „De ruimte die mensen hebben om zelf te bepalen met wie ze intiem willen zijn, is enorm gegroeid. Op het ogenblik is vriendschap een eersteklas relatie, waar mensen hoge eisen aan stellen. Zelfs met je man of vrouw moet je vrienden zijn.”