Links en rechts willen scoren met sport

Geen politicus die sport in verkiezingstijd onbelangrijk vindt. Bestuurders zijn hoopvol, maar ook wantrouwend. „Ik ben blij dat het kwartje begint te vallen. Nu nog in letterlijke zin.”

Ze komen van links, ze komen van rechts: de miljoenen die de sport in Nederland vooruit moeten helpen. VVD en PvdA willen een extra reservering van 100 miljoen euro, GroenLinks zelfs van 250 miljoen. Toch zijn de verwachtingen bij sportbestuurders niet hooggespannen.

Voorzitter Erica Terpstra van sportkoepel NOC*NSF is gematigd optimistisch. „Ik hoop in elk geval dat er niet gebeurt wat er bij de laatste verkiezingen is gebeurd. Toen werd er ook geweldig veel geld toegezegd, maar vervolgens werden we met een bezuiniging geconfronteerd die de ruggengraat van de bonden heeft aangetast”, zegt de oud-politica.

In het najaar van 2003 werd door de overheid de zogeheten instellingssubsidie afgeschaft, waardoor de bonden veel financiële zekerheid werd ontnomen. „De schade is aangebracht, maar we moeten ophouden met zeuren”, zegt Terpstra. „Het positieve is dat bijna alle partijprogramma’s een dijk van een paragraaf hebben over sport. Ik ben blij dat het kwartje begint te vallen. In spreekwoordelijke zin. Nu nog letterlijk.”

Voor zeuren is helemaal geen reden zegt Joop Atsma, bestuurder van de mondiale wielerbond UCI en Tweede-Kamerlid (CDA). „De afgelopen vier jaar is het sportbudget maar liefst verdubbeld. Nu krijgen bonden subsidie omdat ze iets doen, mooie projecten uitvoeren en geen vaste subsidie omdat ze alleen maar een kantoor hebben.” Dat door de bezuinigingen structurele schade is aangebracht, wil Atsma niet geloven. Ook niet als Terpstra het zegt. „Ze kan wel klagen, maar ze heeft destijds zelf voor die bezuinigingen gestemd. Eind 2003 zat Terpstra nog in de Kamer voor de VVD”, aldus Atsma die tot dit voorjaar voorzitter was van wielerbond KNWU. „Vergeet niet dat er geen enkele bond is omgevallen.”

Dat zegt volgens Johan Wakkie, directeur van hockeybond KNHB, niet zoveel. „De grootste pijn moet nog komen. Veel financiële klappen zijn tijdelijk opgevangen, bijvoorbeeld door Lotto-inkomsten. Dat loopt af. Nu moeten de bonden alles op projectbasis doen. Dat is mogelijk, maar omdat je geen zekerheid voor de langere termijn hebt, is het de vraag of je goede mensen binnen kan halen.”

Wakkie verbaast zich erover dat er zo wordt bezuinigd, terwijl sport uiteindelijk geld kan opleveren, bijvoorbeeld wanneer probleemjongeren op die manier van de straat worden gehouden. „Belangrijk is dat alle ministeries op dit vlak gaan samenwerken, want bijna elk departement heeft wel met sport te maken.”

Wat Terpstra en Atsma gaan stemmen is wel duidelijk, Wakkie twijfelt nog. „Het zal iemand worden die de praktijk kent. Uitstekend voorbeeld is de Utrechtse wethouder Hans Spekman, die nu voor de PvdA op de lijst staat. Als je met zo iemand een idee bespreekt, dan landt het tenminste.”

Directeur Jaap Wals van turnbond KNGU bevestigt de opvatting van Wakkie dat bij ongewijzigd beleid de zwaarste klappen nog moeten vallen. „Voor het eerst sinds jaren zitten wij in onze komende begroting met een financieel tekort. Op termijn gaat dat niet goed.”

Wals ziet net als Wakkie ook wel positieve punten in het kabinetsbeleid – zoals de nota Tijd voor sport waardoor uiteindelijk coaches beter betaald worden. „Maar in het algemeen gesproken moeten we steeds meer onze eigen broek ophouden. Dit is het kabinet van marktwerking en dat wil liever dat onze leden meer contributie betalen. Maar in alle opzichten is de rek is er uit.” Op al die hoge bedragen die er worden genoemd, heeft Wals weinig hoop. „Als je naar de historie kijkt, is de kans dat we die bedragen krijgen niet zo groot.”

Volgens Henk Kesler van voetbalbond KNVB beginnen veel politici te schuiven zodra het concreet wordt. „Bijvoorbeeld als je steun zoekt voor grote evenementen. Dan wordt al snel gezegd dat de steden maar iets moeten doen. Illustratief, want een rijksbeleid op dat gebied ontbreekt gewoon.”

Ook Ellen van Langen, oud-atlete en sinds kort bestuurder van atletiekunie KNAU, wacht met enige scepsis het nieuw te vormen kabinet af. „Na Sydney was er in de politiek een hallelujastemming door al die medailles. Maar van de beloftes is weinig terechtgekomen. Natuurlijk zegt iedereen dat sport belangrijk is, maar wie vindt dat niet?”

Bij het geven van clinics schrikt ze vaak. „Als ik het vergelijk met een paar jaar geleden, dan valt het me op dat kinderen dikker worden. Daar maak ik me zorgen over.” Een stemadvies geeft de olympisch kampioene niet. „Ik zie er op sportgebied niet een partij uitspringen. Ja, GroenLinks reserveert het meeste geld, maar die partij heeft weinig oog voor topsport. En dat vind ík belangrijk.”

Volgens Terpstra zou een minister van sport (en jeugd) uitkomst bieden. „Sport is geen wondermiddel, maar sport kan op veel gebieden nuttig zijn. Of het nu voor de integratie is of voor de gezondheidszorg. Een minister van sport wordt inmiddels breed in Den Haag gedragen. Niet door Bos [PvdA] en Marijnissen [SP]? Dan denk ik dat ze daar onvoldoende over nagedacht hebben.”