Lezen is net lopen: kilometers maken

Dyslexie is een hardnekkige, erfelijke stoornis in het leren lezen en spellen van woorden. Je komt er niet van af, maar door veel te oefenen en te lezen, en opdrachten op school aan te passen is er mee te leven. Steun en inzet van de ouders is hard nodig.

Niki Korteweg

Krant. Spel dat woord maar eens hardop. En zeg dan wat er staat als je de r weglaat.

Gemakkelijk natuurlijk. Maar voor kinderen met dyslexie is dat heel lastig. En een woord lezen dat niet bestaat, zoals stremp, dat lukt de meesten al helemaal niet.

Kinderen – en volwassenen – met dyslexie hebben grote moeite met het leren lezen en spellen van woorden. Dat is rot, want op school draait bijna alles om wat je moet leren om lezen en schrijven. En daarbuiten ook: sms-jes, e-mails, de ondertiteling op TV, liefdesbrieven, kranten, boeken en tijdschriften, alles bestaat uit tekst.

Waardoor krijgt iemand nu dyslexie? De meeste dyslexie-onderzoekers denken dat het een erfelijke stoornis in de hersenen is. „Als een van je ouders het heeft, en een ander naast familielid ook, dan heb je als kind ruim 50 procent kans dat je er ook aanleg voor hebt”, zegt professor Ludo Verhoeven. Hij is hoogleraar orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, en voorzitter van de Stichting Dyslexie Nederland. Er lijkt een hapering te zijn in de toegang tot het hersengebied waar klanken aan letters worden gekoppeld. Verhoeven: „Bij het leren lezen worden letters gekoppeld aan de onderliggende klanken. Als je geen toegang hebt, is het moeilijk de geschreven taal te leren. Het is een probleem op woordniveau, een stoornis in het lezen en spellen van woorden.”

Verhoeven schat dat in Nederland een op de acht schoolkinderen leesproblemen heeft. ,,Maar uiteindelijk wordt het bij een op de 25 kinderen veroorzaakt door die erfelijke storing in de hersenen. Die zijn dus echt dyslectisch. Bij de anderen kan het zijn dat ze niet goed les hebben gehad, dat ze een stoornis hebben in taalvaardigheid in het algemeen, een aandachtsprobleem zoals ADHD, of niet goed kunnen horen. Zulke dingen kunnen ook tot een leesstoornis leiden.”

„Dyslectische kinderen hebben moeite de juiste klank automatisch aan de juiste letter of lettercombinatie te koppelen”, vertelt logopediste en orthopedagoge Manon van der List. In haar praktijk in Barendrecht behandelt zij veel kinderen met dyslexie. „Bij het hardop lezen wordt dit duidelijk. Dyslectische kinderen lezen heel traag. Of ze lezen snel, maar te onnauwkeurig.” Schrijven is voor hen ook een ramp: onleesbaar of heel langzaam. De aandoening kent veel verschillende vormen. „Maar,” zegt van der List, „het is voor iedereen even vervelend.”

„Ik kan goed lezen, maar het gaat traag, en ik moet er absoluut geen afleiding bij hebben”, vertelt Fadime Hodes (19) uit Nieuwegein. „Lange woorden zijn lastig, en als er een woord is afgebroken aan het einde van een zin, dan kan ik er een uur over doen om uit te vinden wat er staat.” Bij Hodes is al op haar zesde dyslexie vastgesteld. „Ik scoorde bij de kleutertest in groep 2 heel goed, maar in groep 3 kon ik er niets meer van.”

Omdat kinderen met dyslexie zo worstelen met de technische kant van lezen, hebben ze geen tijd op de betekenis te letten. Zo zijn hun schoolprestaties onder de maat, terwijl er met hun intelligentie niets mis is. Dat is frustrerend. De kinderen voelen zich dom, minderwaardig en onbegrepen. Soms worden ze stil en bang om te falen, soms juist heel lastig. Of ze krijgen letterlijk buikpijn op de dagen dat ze naar school moeten.

Vroeger dachten leraren simpelweg dat kinderen met dyslexie lui en dom waren. Nu is er meer begrip voor. Maar het blijft lastig te herkennen, voor ouders en voor leraren. Voor alle scholen, van kleuterschool tot voortgezet onderwijs, zijn de laatste jaren protocollen gemaakt door het Expertisecentrum Nederlands, waarvan Verhoeven ook directeur is. Met de protocollen kunnen leraren de leesontwikkeling van kinderen op de voet volgen en leesproblemen, zoals dyslexie, op tijd signaleren.

Verhoeven: „Verleden jaar zijn die protocollen bij alle scholen onder de aandacht gebracht. Er staat precies in op welke tijdstippen in de ontwikkeling kinderen het beste kunnen worden getest, hoe de leerkrachten kunnen toetsen om te kijken met welk leesprobleem ze te maken hebben, en wat ze er op school aan kunnen doen. Zo kan de remedial teacher, die iedere school heeft, oefenen op woordleesvaardigheid, en woordspellingsvaardigheid. Daarvoor zijn veel bruikbare methodes.”

Zijn de leesproblemen ondanks de extra oefeningen op school hardnekkig, dan zou het dyslexie kunnen zijn. Dan zijn de remedial oefeningen op school vaak niet toereikend, en kan het kind een passende behandeling buiten school krijgen. Ook daar zijn nu protocollen voor. Vorige maand zijn die gepresenteerd op het dertiende Dyslexiecongres van de Stichting Dyslexie Nederland. Ze beschrijven hoe de diagnose dyslexie precies gesteld kan worden, welke behandelingen in aanmerking komen.

Als officieel dyslexie is vastgesteld door een psycholoog of orthopedagoog, maakt die een dyslexieverklaring op. Daarmee kan het schoolkind toestemming krijgen hulpmiddelen te gebruiken en ontheffingen te krijgen. Te denken valt aan opdrachten en examens in grotere letters, of in gesproken tekst, meer tijd voor opdrachten, of minder oefeningen als huiswerk. Niet alles is voor iedereen geschikt. Hodes: „Bij grote letters dwaal ik af. Ik leg een vel papier onder de regel die ik aan het lezen ben. Langer de tijd voor een opdracht helpt mij ook niet veel, omdat ik me niet zo lang kan concentreren.” Welke behandelingen hebben nu aantoonbaar effect? Verhoeven: „Er zijn veel dwaalwegen waar je niet aan moet beginnen. Bijvoorbeeld prismabrillen, pillen, visolie, en allerlei diëten. Daaraan wordt heel veel geld verdiend, maar er zijn geen effectstudies mee gedaan. Ook van het programma FastForWord, waar in Amerika lange wachtlijsten voor zijn, is de werkzaamheid nog niet duidelijk aangetoond. Het idee achter deze behandeling is de hersenen door training met sterk vertraagde spraak weer gevoelig te maken voor klanken in de normale spraak. Wél bewezen effectief zijn oefenmethoden die zich richten op het stimuleren van de toegang tot taalkennis, steeds sneller woordherkennen en woordspellen.”

Verhoeven praat namens de Stichting Dyslexie Nederland met zorgverzekeraars om het stellen van een diagnose en de behandeling van dyslexie, in het basispakket te krijgen. Verhoeven: „Met de heldere protocollen voor het onderwijs en de zorg staat niets dat meer in de weg.”

Tot die tijd behandelen gespecialiseerde logopedisten zoals Van der List onderdelen van dyslexie onder een andere noemer. Dan wordt het wel vergoed. Van der List: „Het laten stellen van een diagnose kost 700 tot 1.000 euro. Dat is voor veel ouders niet zomaar op te hoesten, laat staan een hele behandeling door psychologen of orthopedagogen.”

Van der List probeert bij dyslectische kinderen de koppeling tussen klanken en letters te automatiseren. Dat doet ze door hun een reeks kaartjes met letters erop snel achter elkaar te laten zien. Het kind moet die letters dan hardop zeggen. Ze leest met hen, oefent spelling en schrijven, herhaalt eindeloos, en laat hen dat thuis ook doen. Van der List: „Daarna oefenen we met spelletjes. Vooral met de computer is dat heel leuk.”

Helemaal over gaat dyslexie niet. Maar met een individueel behandelplan en gerichte oefeningen valt wel veel te verbeteren. Van der List: „Leren lezen doe je door kilometers te maken, net als lopen. De meeste erkende methodieken komen op hetzelfde neer: gewoon doen.”

Hoe zorg je als ouder dat lezen leuk wordt? „Allereerst: kies heel leuke boeken”, adviseert Ingeborg Hulsebos, kinderboekenkenner en bekend met dyslexie. Hulsebos: „Zoek naar onderwerpen die aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Sprookjes, dinosaurussen of de ontdekking van het heelal.” Haar bedrijf ingeboek geeft op de website informatie over kinderboeken. Kinderen die op een wat lager niveau lezen, zitten niet vast aan kinderachtige verhalen. Volgens Hulsebos zijn er leuke, toegankelijk geschreven boeken, met onderwerpen die oudere kinderen aanspreken. Een andere tip: zoek een prettige manier om samen te lezen. Hulsebos: „Niet schoolmeesterachtig aan tafel, maar lekker in het grote bed. Of zet je lezende kind op het aanrecht terwijl je staat te koken. Zo hoor je niet iedere fout, en kun je af en toe vragen om iets samen te vatten of uit te leggen.” Ten derde moeten ouders veel blijven voorlezen – ook als het kind zelf al kan lezen.

Verreweg het belangrijkste is dat ouders hun kind emotioneel steunen, eindeloos op een ontspannen manier samen oefenen, en niet wanhopen over de toekomst. Fadime Hodes: „Er valt nu goed mee te leven. Ik vind het jammer dat ik, ondanks mijn intelligentie, niet gemakkelijk een hbo-opleiding kan. Zijn de leesproblemen ondanks de extra oefeningen op school hardnekkig, dan zou het dyslexie kunnen zijn. Dan zijn de remediërende oefeningen op school vaak niet toereikend, en kan het kind een passende behandeling buiten de school krijgen. Ik heb nu gekozen voor opleidingen waarin ik mijn creatieve en sociale kant kan uitbuiten. Ik heb een studie op mbo niveau 3 afgerond, en leer nu voor sociaal cultureel werker op niveau 4. Het is een langere weg, ik kijk wel hoe ver ik kom.”