Je neus aanwijzen in het Chinees

Kleuters in Washington moeten van hun ouders op Chinese les. „We overvragen hem niet.”

Andrew Marino met zoon Jack Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margriet

Gloria Borland is een tv-producer met een dochtertje van vier. In haar buurt Dupont Circle organiseert ze Chinese les voor haar kind en negen andere kleuters. „Als mijn dochter 30 is, is China de supermacht waarmee iedereen in de Verenigde Staten te maken krijgt.”

Andrew Marino koopt Amerikaanse bedrijven op voor de The Carlyle Group, de roemruchte investeringsmaatschappij die 45 miljard dollar beheert. Andrew staat iedere dag om vijf uur op en beantwoordt zijn laatste e-mail na middernacht. Op zaterdagochtend trekt hij een spijkerbroek aan voor wat kwaliteitstijd met zijn zoon Jack (2): ze gaan naar Jacks Chinese les in Tenleytown. Bijna alle bedrijven die Andrew koopt, hebben het afgelegd tegen Chinese concurrenten.

Lin Liu , bedrijfskundige in overheidsdienst, wilde in Cleveland Park een speelgroep met Mandarijn als voertaal beginnen. Voor ouders en kinderen die wél een Chinese achtergrond hebben en die, net als zij, hun moedertaal een beetje dreigen te vergeten. Ze plaatste een oproep en werd overspoeld met aanmeldingen. Tot haar stomme verbazing kwam het overgrote deel van Amerikaanse ouders met Amerikaanse kinderen en geen enkele betrekking met China.

Het is niet ondenkbaar dat mijn kinderen van twee en vier, als wij later naar Nederland terugkeren, behalve Engels ook een aardig woordje Chinees spreken.

Toen we vorig jaar, net in Washington, de open dag van een particuliere basisschool bezochten, schoot ik nog nerveus in de lach bij het bord in de gang met de woorden: ‘Heb jij je Mandarijn al geoefend vandaag?’ Een typisch geval van overpresteren, leek dat toen. Dat is hier een heel gangbaar woord, overachieving. Intelligente ouders voeden hun kinderen op tot overpresteerder, anders komt het straks niet op de beste universiteiten – en kan het alleen nog bergafwaarts gaan in het leven.

Maar dat was allemaal iets voor het particuliere onderwijs, leek het. Toen wij een openbare buurtschool kozen, was de ontspannen sfeer daar een doorslaggevende reden. Onze kinderen zouden er gewoon leuke vriendjes om de hoek vinden, om na school wild en doelloos mee rond te draven, in plaats van verrijkingsklassen te volgen (ook een bekend woord in de Washingtonse opvoeding: enrichment).

Maar kijk. De zomervakantie was nog maar net voorbij, of we kregen opgetogen bericht van de nieuwe directrice. Twee docenten uit Peking zouden, via een uitwisselingsprogramma, ten minste twee jaar lang op onze school het Mandarijn komen onderwijzen! Aan alle kinderen van zeven jaar en ouder! Opgetogen vaders en moeders spannen zich inmiddels in om de Chinese les al in de kleuterklas van mijn zoon in te voeren.

Zes basisscholen, de meeste privé, bieden nu al Chinese les aan en het worden er meer. Scholen staan onder druk van ouders, die alvast hun eigen weekendklasjes op poten zetten. De Chinese klas van Gloria Borland heeft een wachtlijst met veertig kinderen.

Op scholen druppelen nu leerlingen de kleuterklassen binnen die misschien niet weten wie Goudlokje is, maar wel wat Ni Hao betekent. Een Amerikaanse moeder uit de speelgroep van Lin Liu, kon de China-hype in de stad wel relativeren. „Mijn vader heeft nog Russisch geleerd”, zei ze. „Toen was dát de taal van de toekomst.”

Spaans is uit de mode, dat is te gewoon. Spaans leren de kinderen hier wel via Sesamstraat, waar Elmo met de dag tweetaliger wordt.

Ook Europa is een tikkeltje passé, beaamt Andrew Marino van de Carlyle Group na enig aandringen. Eerst heeft hij nog heel Amerikaans-beleefd volgehouden dat met Europa niets mis is, no, really.

Andrew heeft nogal moeite zijn zoontje Jack bij de Chinese les te houden, op zaterdagochtend in Tenleytown. De kinderen worden er ondergedompeld in Mandarijn door juffrouw Ling Tang, met liedjes, verhaaltjes en spelletjes (wijs je neus aan in het Chinees). Jack zeurt om crackertjes – in Mandarijn.

Andrew Marino zegt het helemaal eens te zijn met de beroemde ontwikkelingspsycholoog David Elkind, die de prestatiebewuste ouders in noordwest Washington in een lezing kwam waarschuwen voor ‘Het Overvraagde Kind’. Elkind vindt dat kinderen in de eerste plaats moeten spelen, liefst zo onbegeleid mogelijk. Het leren van een tweede taal aan kleine kinderen noemde hij tijdverspilling. Veel begrip kreeg Elkind die avond niet.

„Dit is een stad vol hoogopgeleiden”, zegt Andrew Marino. „En men vindt het jammer als het kind van de ander toch net wat slimmer is. Washingtonians pakken alles aan om hun kind een voorsprong te geven. Nu is Mandarijn een must.”

Jack, zegt Andrew, hoeft niets anders. „Verder geen klasjes. Hij hoeft niet naar Franse les en niet naar muziekles. Dus wij overvragen hem niet.”

Andrew heeft juffrouw Ling Tang daarom gevraagd voortaan ook aan huis te komen. Om Jack wat extra bij te spijkeren.