Gedonder in de diamantdynastie

De rijkste mijnbouwfamilie ter wereld verliest razendsnel invloed in de industrie die ze bijna een eeuw geleden uit de grond stampte. Hoe een dreigende overname, vijandige regeringen en Leonardo DiCaprio de rust verstoren in de machtige diamantdynastie van de Zuid-Afrikaanse Oppenheimers.

De poorten van de dynastie bloeien weelderig. Paarse bougainville en rode trompetbloemen hangen lui over de hekken rondom de Brenthurst Tuinen in Johannesburg. Dit is sinds de jaren twintig van de vorige eeuw het landgoed van de Oppenheimers, ’s werelds machtigste mijnbouwfamilie. Zeventien hectaren aan rust in het hartje van de stad. Een golfkarretje snort voorbij en twee bejaarden met een strohoed fluisteren: „heerlijk”.

De Oppenheimer-dynastie regeert al bijna een eeuw over de Zuid-Afrikaanse economie. Dat is sinds de tijd dat Ernest Oppenheimer hier voet aan wal zette begin vorige eeuw. Een Duitse jood, genaturaliseerd tot Engelsman, die Anglo American oprichtte. Het beginkapitaal kwam uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, vandaar die naam. Anglo is nu een van de drie grootste mijnbouwconglomeraten ter wereld. Ernest Oppenheimer was ook de man die het diamantenkartel De Beers omvormde tot een machtige monopolie die in de hoogtijdagen meer dan 80 procent van de wereldwijde handel in ruwe diamanten in handen had.

Hoe anders is het nu. Afgelopen weekend berichtten de zakenkranten dat de Oppenheimers 17 miljoen aandelen van Anglo American hebben verkocht aan de op twee na rijkste man van China, Larry Yung. Negentig jaar later hebben de Oppenheimers daarmee nog slechts een belang van 2,29 procent in het bedrijf dat door de stamvader werd opgericht.

De familie is op zoek naar meer „verscheidenheid”, legde Nicky Oppenheimer, voorzitter van De Beers, uit. „Je kunt niet alle eieren in hetzelfde mandje hebben.” De Oppenheimers willen nu investeren in computers, medicijnen of bier wellicht. Stel je even het signaal voor aan de handelaren op de beurs. ’s Werelds rijkste mijnbouwfamilie vertrouwt niet meer op de mijnen.

De handelaren op de aandelenbeurzen pikten nog een ander signaal op. En dat is dat een overname van Anglo American ophanden is. De Russen hebben belangstelling. Twee weken geleden werden die vermoedens al versterkt door de benoeming van een Amerikaanse directeur, Cynthia Carroll. Zij zou wel oren hebben naar een overname. Een overname van Anglo American, dat is voor Zuid-Afrikanen net zo ingrijpend als voor Nederlanders de verkoop van Philips. Tussen de 46 en 62 miljard euro is het bedrijf waard. De kroonjuwelen van Zuid-Afrika staan in de etalage.

Overname van Anglo American heeft onvermijdelijk gevolgen voor De Beers. Anglo heeft nog altijd 45 procent van de aandelen van De Beers in handen. Alsof je moeder met een andere vent trouwt. De Oppenheimers hebben een belang van 40 procent in De Beers. De overige 15 procent is van de regering van Botswana, het diamantrijkste landje ter wereld.

Maar het gevaar voor de Oppenheimers komt niet alleen uit Londen. De grootste dreiging komt nu uit Hollywood. Op 15 december is de wereldwijde première van de film Blood Diamond, met in de hoofdrol Leonardo DiCaprio. Hij speelt een Zuid-Afrikaanse huurling die tijdens het hoogtepunt van de burgeroorlog in Sierra Leone in de jaren negentig jaagt op diamanten. Edelstenen die druipen van het bloed. Het effect van de film, verwachten kenners van de industrie, kan zo verwoestend zijn als de campagne tegen bont. Paginagrote advertenties verschenen er de afgelopen weken in Amerikaanse kranten. Een website is gelanceerd: www.diamondfacts.org. De boodschap is kristalhelder. Diamanten deugen wel.

De woordvoerder van het fonds waarin al het geld zit van de Oppenheimers, Ernest Oppenheimer & Son, draait er niet om heen. „Wij zijn bezorgd”, zegt Nicola Wilson in het hoofdkantoor van De Beers, in de Diamantstraat in Johannesburg. „Maar we zien het ook als een uitdaging om het positieve verhaal over diamanten te vertellen.” De afgelopen vijf jaar trok De Beers alles uit de kast om de industrie te redden van een bloeddorstig imago. De Beers stond vooraan om mee te doen aan het zogeheten Kimberley Proces. Daarin spraken producenten en handelaren af niet langer diamanten te halen uit oorlogsgebieden als Sierra Leone en Angola. Diamanten kregen voortaan een certificaat van oorsprong. Dan kon de klant het zelf zien.

Drie jaar geleden kwam er zelfs een nieuw kantoorgebouw om dit idee van de ‘nieuwe De Beers’ te ondersteunen. De kantoren hebben geen muren, maar glaswanden. Open, transparant. „Als een diamant”, lacht Wilson vriendelijk. De pr-machine draait overuren. Afgelopen week sprak Nicky Oppenheimer in Gaborone over aanvullende maatregelen om de handel in bloeddiamanten te stoppen. „En we willen graag vertellen hoeveel landen hebben geprofiteerd van diamanten. Kijk naar Botswana, een model voor Afrika. Kijk naar Namibië, waar diamanten de tweede belangrijkste inkomstenbron zijn.”

Maar of dat verhaal het wint van DiCaprio? Diamanten zijn in de eerste plaats een marketingproduct. En geen bedrijf ter wereld beseft dat beter dan De Beers. Het bedrijf verkocht de afgelopen vijftig jaar een mythe, die de rijken maar al te graag geloofden. Een diamant is voor altijd. Die slogan werd in 1947 verzonnen door de slimme reclameadviseurs van De Beers.

Een diamant is een ideale investering, want diamanten zijn schaars. Denk aan het woord groeidiamant.

Diamanten zijn niet schaars. Diamanten zijn koolstof, en koolstof is overal. Daar hoeft geen mens duizenden dollars voor te betalen. Het antwoord van De Beers op die logica was controle over alle diamantmijnen. Wie de mijnen beheert, beheerst het aanbod, beheerst de prijs. Ernest Oppenheimer zette om die reden in 1934 de Central Selling Organisation (CSO) op. Op dit kantoor, gevestigd aan Charterhouse Street in Londen, wordt het wereldwijde diamantaanbod bepaald en wordt besloten wie de edelstenen mag slijpen. De 200 uitverkoren bedrijven, meest in Antwerpen en Tel Aviv, heten sightholders.

Maar deze ingenieuze manipulatie van de markt heeft haar langste tijd gehad. De Beers is niet langer alleen op de markt. In Canada, Australië en Rusland hebben concurrerende mijnbedrijven gigantische ertslagen met koolstof, en dus diamant ontdekt. De afgelopen twintig jaar hebben bedrijven als BHP Billiton, Alrosa en Rio Tinto ervoor gezorgd dat De Beers genoegen moet nemen met minder dan 60 procent van het totale aanbod.

Maar de grootste aanval op de alleenheerschappij van De Oppenheimers komt uit Tel Aviv. Lev Leviev is de naam van de Israëlische tycoon die de diamantindustrie op haar kop heeft gezet. De boezemvriend van de Russische president Vladimir Poetin heeft fabrieken in Armenië, Oekraïne, India en Israël. Hij graaft naar diamanten in Rusland, Angola, Namibië, Congo en aast op Botswana. De Angolese regering koos voor Leviev omdat hij geen zaken deed met de rebellenbeweging Unita, zoals De Beers. De regering in buurland Namibië paaide hij door in de hoofdstad Windhoek een fabriek te openen waar diamanten geslepen worden. 550 arbeidsplaatsen groot. Leviev bewijst dat de bewering van De Beers dat je diamanten beter niet in Afrika kunt slijpen, onzin is. Leviev charmeert de trouwste vrienden van De Beers.

Ook de thuisbasis van De Beers is niet zo welwillend meer als het ooit was. De Zuid-Afrikaanse ANC-regering van president Thabo Mbeki eist hervormingen van de mijnindustrie. De grond waarin ze graven is nu van de staat. En de wet schrijft voor dat binnen tien jaar 26 procent van het management zwart moet zijn.

De Beers moet snel veranderen, terwijl de mijnen hier steeds minder opleveren. Volgens het hoofd van de Zuid-Afrikaanse operaties is 2014 het jaar waarin de levens van de huidige mijnen op hun einde lopen. Dan zijn ze leeg. Dat is de belangrijkste reden waarom De Beers zijn activiteiten verschuift van de modder in Afrika naar de glitter van de juweliers. Voor het eerst in de geschiedenis. In 2004 ging De Beers een joint venture aan met de Franse kampioen van dure tassen Moet Hennessy Louis Vuitton (LVMH). Samen verkopen de twee giganten nu diamanten op Fifth Avenue in New York, in Beverley Hills, Parijs, Londen en Osaka. Volgend jaar zullen ook winkels in Dubai worden geopend.

„De Oppenheimers weten dat ze aan het einde van hun Latijn zijn”, zegt publicist en De Beers-watcher Jim Jones. „Onder de grond kunnen ze hun geld niet meer verdienen zoals vroeger. Fifth Avenue is een uitweg. De invloed van de familie in de industrie die ze driekwart eeuw hebben gedomineerd sijpelt weg. We staan aan de vooravond van de finale.”

Die finale zal dan in 2008 worden gespeeld. Dat is het jaar waarin de huidige bestuursvoorzitter Nicky Oppenheimer 62 wordt. En dat is het jaar waarin het bestuurscontract afloopt dat Anglo American heeft met de Oppenheimers. Anglo American kan dan beslissen voor opnieuw een Oppenheimer aan het roer van De Beers, of een ander.

De kans dat de zoon van Nicky, Jonathan, de vierde generatie wordt is gering, zegt een ingewijde die anoniem wil blijven. „Er is te veel spanning tussen het bestuur van Anglo en De Beers.” Hij kent als geen ander de irritaties van buitenstaanders over de geheimzinnigheid waarmee de Oppenheimers hun diamantenrijk besturen. „Als senior-bestuurslid word je niet betrokken bij de werkelijke besluitvorming als je geen Oppenheimer heet. Bij ieder ander bedrijf zou die manier van besturen onacceptabel zijn. Bij De Beers kan het.”

Hooggeplaatste medewerkers op het hoofdkantoor van Anglo American in Londen hebben zich al laten ontvallen dat ze nog het liefst De Beers helemaal overnemen, als ze daarmee van de bemoeizucht van de Oppenheimers af kunnen komen. Met zoveel onzekerheid in het vooruitzicht is dit wellicht de reden waarom de Oppenheimers zo publiekelijk het advies hebben opgevolgd van Voltaire in zijn beroemde verhaal ‘Candide où l’Optimisme’: il faut cultiver notre jardin.