Freud en Leiden

elsbeth greven – freud uitgeven – amsterdam, boom, 275 blz. universiteit leiden, 1 november 2006. promotores: prof.dr. p.g. hoftijzer; prof.dr. h.p.j. stroeken

Op een mooie zaterdag in mei kreeg ik in de aula van de Leidse universiteit het eerste exemplaar van het eerste deel van de nieuwe Freudvertaling van Wilfred Oranje. Er volgen nog tien delen, samen zo’n achtduizend bladzijden tekst die een periode van meer dan vijftig jaar omvatten. Freud schreef daarnaast nog zo’n 20.000 vaak zeer uitvoerige brieven, waarvan een groot deel bewaard is gebleven. De brieven maken geen deel uit van de nieuwe Freud-editie. Dat is toch jammer, want ze bevatten veel informatie over de ontwikkeling van zijn ideeën.

Het overgrote deel van het werk van Freud is al eerder in Nederlandse vertaling uitgekomen, bij uitgeverij Boom in dertig delen. Het laatste deel verscheen in 1993, vijftien jaar na het eerste en bijna vijfentwintig jaar na een tragisch mislukt initiatief van De Bezige Bij om tot een integrale vertaling te komen. Tot dan toe was de Wereldbibliotheek en zijn voorganger de ‘Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur’ de enige uitgeverij die werk van Freud voerde.

Al in 1917 verscheen daar de ‘Inleiding tot de Studie der Psychoanalyse’ en dit jaar verscheen daarvan de eenentwintigste druk. De Nederlandse vertaling verscheen al een jaar na de Duitse editie. De allereerste vertaling van werk van Freud (‘Over psychoanalyse’) verscheen bij de deftige Leidse uitgeverij Van Doesburgh, later vooral bekend onder de naam Stenfert Kroese, in 1912.

Sigmund Freud Werken wordt de beste en meest complete wetenschappelijke editie die op dit moment in de wereld beschikbaar is. Van het werk van Freud bestaat geen historisch-kritische editie op basis van de oorspronkelijke teksten en de varianten daarop. Niet in het Duits en niet in het Engels. De algemeen gebruikte ‘Standard Edition’ is niet compleet en als vertaling naar de maatstaven van nu eigenlijk ook niet meer acceptabel. Vreemd is vooral dat de Engelse vertaling over de hele wereld als de ‘echte’ Freud wordt beschouwd, terwijl hij qua sfeer, stijl en begrippen sterk afwijkt van de oorspronkelijke Duitse tekst. In het Engels is Freud veel medischer en wetenschappelijker dan in het Duits en ook wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat Freud een voorkeur had voor potjes-Latijn. Daar hield hij niet van, hij drukte zich het mooist en het best uit in het Duits. Zijn naam is zowel genoemd voor de Nobelprijs voor geneeskunde als voor literatuur, maar de hoogste eer die hem uiteindelijk ten deel viel was de Goetheprijs.

Elsbeth Greven is de uitgever van Sigmund Freud Werken en haar proefschrift beschrijft de receptie van Freud en zijn werk in Nederland. Dat is al eerder gedaan. In 1983 publiceerde Ilse Bulhof (‘Freud en Nederland’) een diepgaande studie over de invloed van Freuds denkbeelden op Nederlandse psychiaters en seksuele hervormers. Een jaar later liet Christien Brinkgreve in haar proefschrift ‘Psychoanalyse in Nederland’ zien hoe de psychoanalyse in ons land gevestigd raakte en zich ontwikkelde. Een erg mooie geschiedenis is dat niet geweest, want het is allemaal met veel vooral onderlinge strijd, en dus ook haat en nijd, gepaard gegaan. Dat is nog steeds zo, nog altijd wordt de psychoanalytische wereld (klein in Nederland, maar groot in Frankrijk, de Verenigde Staten en vooral Zuid-Amerika) geteisterd door twist en tweedracht, afscheidingen en uitsluitingen. Het gaat altijd om de zuiverheid van de leer en de nabijheid tot de grondlegger.

Iets daarvan wordt ook wel zichtbaar in het boek van Elsbeth Greven. De belangstelling van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse voor een Nederlandse vertaling van Freuds werk is altijd heel gering geweest, om niet te zeggen dat men er kritisch en zelfs afwijzend tegenover stond. Er is financieel ook nooit enige steun voor de vertaling geweest en in de eigen vaktijdschriften werden de vertalingen niet besproken en ook niet gebruikt. Waarschijnlijk was men niet blij met de nu ook voor ‘leken’ gemakkelijke toegankelijkheid van het werk van Freud. Inmiddels speelt dat niet meer en zal de wetenschap dat veel van de jongere psychoanalytici en psychotherapeuten het Duits niet voldoende beheersen om Freud in zijn eigen taal te lezen, ook wel tot een realistischere houding hebben geleid. Overigens is Freud ook in vertaling geen gemakkelijke auteur en een groot deel van Elsbeth Grevens boek is ook gewijd aan de problemen die de Nederlandse vertalers hebben gehad om tot een getrouwe en toch leesbare versie van zijn werk te komen. Ook dat ging met de nodige conflicten en zelfs met het opzeggen van contracten en vriendschappen gepaard.

De geschiedenis van de Nederlandse Freud-uitgaven en de rol van de Nederlandse uitgevers daarbij is natuurlijk maar een klein hoekje van een eeuw belangstelling voor het werk van Freud. Door het werk van Bulhof en Brinkgreve was veel ook al wel bekend – met hen vergeleken is dit wel een proefschrift ‘light’ –, maar er zijn toch ook wel enkele verrassingen te melden. Zo wordt opnieuw duidelijk hoe belangrijk de rol van Leiden en vooral van de Leidse universiteit is geweest in de eerste fase van de Freud-receptie in Nederland. De rector van de universiteit, professor Gerbrand Jelgersma, maakte in 1914 in zijn diesrede ‘Ongeweten geestesleven’ de psychoanalyse respectabel tot ver buiten Nederland. Dat is algemeen bekend, maar dat de ‘grande dame’ van de Nederlandse psychoanalyse, Jeanne Lampl-de Groot, een nichtje was van S.C. van Doesburgh, de eerste uitgever van Freuds werk hier, wist ik niet. Het werpt mogelijk een nieuw licht op haar al vroege belangstelling voor zijn werk. Ook op andere plaatsen blijken persoonlijke verbindingen, ook met Freud zelf en zijn familie, een belangrijke rol gespeeld te hebben in de receptie van zijn werk. Verbazend daarbij is ook steeds weer te zien hoe vanzelfsprekend bijna honderd jaar geleden internationale contacten al waren en ook hoe gemakkelijk men zich van vooral van het Duits bediende. Dat was toen ook meer dan Engels de taal van de moderne wetenschap. Freud zelf sprak overigens goed Engels en ook Frans, maar beheerste ook het Spaans en Italiaans en was niet onbekend met het Nederlands. Hij is hier ook enkele malen geweest, voor vakanties en congressen. In 1910 ‘analyseerde’ hij in een urenlange wandeling door de stad Leiden Gustav Mahler, althans minstens diens huwelijksproblemen. Het is toen niemand opgevallen.