Een poedertje tegen de doodstraf

In afwachting van zijn executie zit Ang Kim Soei niet bij de pakken neer. Vanuit zijn cel verkoopt hij D5. Dat geneest alle kwalen en helpt in Indonesië ook tegen de doodstraf.

Drie jaar geleden werd de Nederlander Ang Kim Soei ter dood veroordeeld. Naar Indonesische begrippen had hij het er weliswaar naar gemaakt, want Ang had ecstasy geproduceerd ergens op het Javaans platteland. Maar drie jaar na zijn noodlottige vonnis leeft Ang naar het schijnt meer dan ooit. En wat die executie betreft, zegt hij: „Ach, ik weet niet of het er nog van komt, het is wat onduidelijk allemaal.”

Niet dat ze hem vergeten zijn, maar de 54-jarige Ang lijkt het welhaast surrealistische kruispunt te naderen waar twee typisch Indonesische omstandigheden elkaar ontmoeten. De ene is het feit dat Indonesië een land is waar mensen zweren bij traditionele drankjes om van alle mogelijke kwalen te genezen. Kruidenvrouwtjes met hun flessen op de rug zijn een vertrouwd deel van het straatbeeld in dit land.

De tweede omstandigheid is dat in Indonesië een vonnis vaak niet meer is dan het openingsbod tussen justitiële en penitentiaire autoriteiten enerzijds en de veroordeelde anderzijds. Alles heeft daarbij zijn prijs en een leven is niet goedkoop, zeker niet als je ter dood bent veroordeeld.

Ang heeft beet. Hij heeft een poeder gelanceerd en het legertje gebruikers groeit en roert de trom. In de gevangenis van Cipinang vertelt Ang: „Ik zag bij een oude medegevangene dat hij een tip had voor zijn dochter die borstkanker had – poeder van een plant, de euphorbia tirucalli Linn. Binnen een week verschrompelde de knobbel in haar borst.” Inmiddels heeft Ang vastgesteld dat het tegen allerlei kwalen werkt. „Pas nog heb ik 2.000 mensen van jeuk verlost.”

D5 heet zijn product, verkrijgbaar in capsules en als smeerolie en ook op zijn website te bestellen (www.d5kimberal.com).

’s Nachts slaapt hij in zijn cel, samen met een Amerikaan. Maar overdag houdt hij voorin de gevangenis kantoor – mobiele communicatie, computer en internet bij de hand. Dat is allemaal niet toegestaan eigenlijk, maar de gevangenisdirecteur Joko doet niet moeilijk. „Wij zijn blij met Ang, hij doet goede dingen voor ons en wij moeten hem daar dan ook de ruimte voor geven.”

Ang behandelt in de gevangenis verslaafde gedetineerden bij de detoxicatie. „De succes-score is 90 procent”, vertellen Ang en ook zijn chef-opziener trots.

Het was gisteren een bijzondere dag. Zo’n veertig mensen namen ’s ochtends deel aan een seminar over afkicken en D5. Plaats van handeling: de grote vergaderzaal van de militaire opperbevelhebber, op een steenworp afstand van het presidentieel paleis. Het bleek één lange reclamespot voor ‘de methode Ang Kim Soei’.

Een manco was het ontbreken van de grote meester zelf, maar geen nood: na de lunch trekt het hele gezelschap richting gevangenis. Ang draagt het rode t-shirt van de ‘rehabilitatie-instructeur’, duidelijk te onderscheiden van de in blauw geklede bajesklanten.

Na een paar powerpointplaatjes komt hij op stoom. Hij gebaart druk, hij heeft het over warmtebronnen en celdeling. Er volgen vele vragen. Of je D5 mag slikken samen met het rode plantenkruid? Of zijn behandelcentrum in de stad Tangerang ook de laatste stand van zijn inzichten verspreidt?

De jonge Nurdin Manaf, die achterin de zaal is, zit hevig te knikken. Híj is de chef in Tangerang, heeft het vak als gedetineerde nota bene van Ang zelf geleerd en komt een paar keer per maand in de gevangenis langs om de laatste tips van de meester in ontvangst te nemen.

Ang Kim Soei had al een avontuurlijk leven achter de rug voordat hij achter deze tralies terecht kwam. Hij is geboren in Nederlands Nieuw-Guinea, ging als kind na de gebiedsoverdracht naar Maleisië en vervolgens naar Nederland. Daar heeft hij Indonesische restaurants in Arnhem, later in Nijmegen en in Utrecht. Vrouw en kinderen wonen er nog. Met drugsactiviteiten liep hij eerder al in Duitsland en in Nederland tegen de lamp. Later zag hij betere mogelijkheden in zijn land van herkomst en toen ging het echt helemaal mis.

Achter in de gevangeniszaal staat ook zijn Nederlandse neef, die buiten de tralies de zaak runt: de productie en de marketing. Een goedlopende zaak is cruciaal, want zonder inkomstenstroom kan het leven in een Indonesische gevangenis knap onaangenaam worden. Het is een heikel onderwerp, maar het is ook een publiek geheim dat alles hier een prijs heeft. Laatst nog wandelde een jongeman vanuit zijn dodencel de poort uit en stapte op een vliegtuig richting Singapore. De verklaring van de kranten was unaniem en bondig: de jongen had steenrijke ouders. Toelichting overbodig.

Dat is overigens niet het toekomstperspectief voor Ang. De hoogste rechters kijken, hoewel hij uitgeprocedeerd is, binnenkort opnieuw naar zijn zaak. „Ik zit hier nog wel een tijdje – dit had het leven misschien uiteindelijk met mij voor.”

Op de kogel zit Ang niet te wachten, maar een beetje tijd om een boek te schrijven graag. De titel heeft hij al: ‘De Medicijnen van Ang Kim Soei.’