Debat tussen religie en atheïsme in publieke domein 1

Corine Vloet levert in haar artikel `Respect voor de atheïst` (Opiniepagina, 14 november ) een weinig visionaire bijdrage in het debat over religie versus atheïsme. Zo stelt ze dat religie tot de privésfeer behoort en niet tot het publieke domein.

Dit is de klassieke fout geweest van het kabinet-Kok II waar deze simplificatie door allerhande progressieve liberalen met verve werd uitgedragen. Omdat voor de religieuze mens de invloed van zijn levensbeschouwing niet bij de voordeur stopt, net zomin als bij die van de atheïst, vindt het debat tussen religie en atheïsme noodzakelijkerwijs wel degelijk in het publieke domein plaats. De staat speelt daarbij niet de rol van atheïst maar van neutrale overheid waarbij geen bevooroordeling mag plaatsvinden naar een bepaalde levensovertuiging toe. Bij overheidsorganen mag deze rol dan ook verwacht worden, maar niet in het onderwijs waar krachtens art. 23 lid 2 Grondwet de overheid slechts een toezichthoudende taak heeft. Kennelijk is het feit van het bijzonder onderwijs in Nederland aan Vloet voorbijgegaan.

Vloet stemt in haar artikel de facto in met bioloog Dawkins en beroept zich op ”onze verlichte, economisch en cultureel dominante groep”. Een beroep op noodzakelijke tolerantie verderop in het artikel kan dit niet echt verhullen. Vraag blijft dan waarom deze dominantie om een pleidooi tot erkenning verzoekt. Dit artikel (en ook Dawkins geschriften over dit onderwerp) dragen een populistisch aandoende schreeuwerigheid uit die voortkomt uit verongelijktheid waarom de mensensoort, ondanks zijn gedemocratiseerd verlichte status, zich in toenemende mate met een waaier aan allerhande religiositeit blijft inlaten. Maar waarom voor deze verongelijktheid respect moet worden opgebracht is mij een raadsel.