De wondere wereld van Herman Brood, nu okselfris

Joost Zwagerman over de mythe van popster Herman Brood, zoals die verfilmd is en nu ook in het Groninger Museum te herbeleven is

STOFVRIJ: Het nagebouwde atelier van Herman Brood in het Groninger Museum

Vijf jaar na zijn dood lijkt het erop dat Herman Brood postuum aan zijn wassen beeld in Madame Tussaud is ontstegen, zodat wij, in navolging van acteur Daniel Boissevain in de speelfilm Wild Romance, bij gelegenheid in het omhulsel kunnen stappen dat ervan over is. De aanpassing van een opgeföhnde versie van Broods identiteit en imago lijkt een gewild tijdverdrijf te worden. Daartoe moest de overleden popgrootheid wél eerst promoveren tot hologram. Mede dankzij de tentoonstelling Cha Cha. Fenomeen Herman Brood in het Groninger Museum is die promotie een feit.

Het líjkt een oeuvre-tentoonstelling, maar is het niet. Een aantal doeken in het Groninger Museum is bepaald liefdeloos aan de muur gehengst en dient uitsluitend als de illustratie van een levensstijl en levensgevoel. In het Groninger Museum wordt eerst en vooral een persoonlijkheid tentoon gesteld, opdat het publiek elementen van die persoonlijkheid kan annexeren.

Speciaal voor de tentoonstelling werd het na zijn dood intact gehouden atelier van Herman Brood van Amsterdam naar Groningen verscheept. De atelier-reconstructie beoogt niet vragen over Broods kunst te ontsluieren, maar wil in plaats daarvan één vraag aan de bezoeker overbrengen: ‘Hoe voelde het om Herman Brood te zijn?’ Het Groninger Museum opent deuren die voor anderen gesloten blijven. De gestalte Brood komt tot ons in hapklare Efteling-brokken. Stap in de wondere wereld die Herman Brood heet! Maak een tijdreis door Hermans sprookjesbos! Papier hier!

Stiefelend door het Brood-atelier in het Groninger Museum gebeurt er iets eigenaardigs: je verwacht eerder dat Daniel Boissevain, Broodvertolker in de speelfilm Wild Romance, ineens opduikt dan de schim van Brood zelf. Natuurlijk, het atelier is een vrolijk anarchistisch rommeltje, maar door die anarchie en romantiek is wel de zwabber gegaan. De rommel is stof- en stankvrij gemaakt, precies zoals in Wild Romance Boissevain zich aan ons presenteert als het okselfrisse duplicaat van het origineel. Dat is geen aanmerking op de acteur; het punt is dat het origineel nu eenmaal in grauwheid en zelfdestructie onnavolgbaar was.

gesamtkunstwerk

Toch kan het niet anders of Brood was bij leven content met de tentoonstelling geweest. Er is al vaker benadrukt, onder meer door biograaf Bart Chabot, dat Herman Brood toch vooral een wandelend Gesamtkunstwerk wilde zijn: de albums Street (1977) en Shpritsz (1978) mogen zijn uitgegroeid tot essentiële albums uit de Nederrock, maar uiteindelijk was de levenskunst toch Broods meesterstuk.

In zijn hoogtijjaren verklaarde Herman Brood meer dan eens dat hij het liefste vierentwintig uur per dag een camera op zich gericht wilde hebben. Brood kon niet voorzien dat die toen nog excentrieke dagdromerij in huidige tijden van webcams een algemeen gedeelde wens zou worden, ingewilligd door producenten van Big Brother, De Gouden Kooi of Undercover Lover. Makkelijkste conclusie: Herman Brood was zijn tijd vooruit – en is dat niet wat je altijd hoort zeggen over echte kunstenaars?

De speelfilm Wild Romance en de tentoonstelling Cha Cha. Fenomeen Herman Brood dragen bij aan de opwaardering van Herman Brood tot een beeldmerk. En zoals ieder aansprekend beeldmerk lokt ook het merk Herman Brood reproductie en duplicatie uit. De reproductie van het merk Brood gebeurt sinds een paar jaar al op het concrete niveau van de schilderijvervalsing. Naar schatting is het aantal valse Brood-schilderijen dat in omloop is meer dan tien keer zo groot als de – paar duizend – originelen. Die aantallen maken Brood tot een van de meest vervalste Nederlandse kunstenaars van onze tijd.

Het aardige is dat de vervalsers zich eerder Broods geestverwanten dan oplichters lijken te voelen. De kopiisten voelen zich waarschijnlijk verwant aan DJ Armin van Buuren, die Broods meest legendarische hit ‘Saturday Night’ onlangs op een pijnbank van geestverlammende techno legde. Voor de Broodliefhebbers van het eerste uur is dat geen pretje om te beluisteren, maar dat is van ondergeschikt belang. Broods muziek is er blijkbaar óók om te bewerken, precies zoals Broods doeken er zijn om na te maken of in listige mate op te variëren.

Een origineel doek van Herman Brood is kennelijk een soort mastertape in schilderijvorm. Een echte Brood hang je niet op, een echte Brood maak je na. Vanaf dat moment ben jij namelijk ook een beetje een echte Brood – precies zoals we ons ook een beetje een Brood-kloon mogen voelen als we het reconstructieatelier betreden. Zoals Amerika bijeenkomsten kent van Elvis-dubbelgangers waar duizenden neo-Elvissen op af komen, zo kan het niet anders of de neo-Broodmens zal tussen nu en twintig jaar explosief toenemen. Nu nog is acteur Daniel Boissevain de eerste gecertificeerde Brood-kloon, maar het zal niet lang meer duren of Boissevain krijgt vele navolgers – minus natuurlijk het zelfdestructieve aspect.

sfinx zonder geheim

Jean van de Velde, de regisseur van Wild Romance, zei recent in een interview dat er eigenlijk helemaal geen geheim schuilging achter de figuur Brood. En dat die afwezigheid van het raadsel misschien wel het echte raadsel was. Die uitspraak is een vingerwijzing naar een voorbeeldfiguur voor Brood, Andy Warhol, over wie Truman Capote beweerde: ‘Warhol is een sfinx zonder geheim.’

Feit is dat Herman Brood zonder de benodigde speed iemand werd aan wie de speedgebruiker zélf een stevige afkeer had. Zie het fragment in de film Wild Romance waarin het mislukken van de Amerikaanse tournee wordt toegeschreven aan de plotseling ontvreemde portie drugs. Zonder die drugs speelde Herman Brood geen fatsoenlijk optreden klaar; zonder drugs verpulverde het sfinx-aspect. Dat moet onverdraaglijk zijn geweest. Een sfinx zonder geheim is stukken mediagenieker dan een wrak zonder geheim.

Het is psychologie van de koude grond, maar ik vrees dat het bij Brood zo eenvoudig in elkaar stak: het verlegen kereltje moest door middel van diverse middelen worden weggeïnjecteerd. Iedere injectie leidde, gelukkig voor hem, gegarandeerd tot een ontvouwing van spektakel en imago.

De huis-tuin-en-keukenpsycholoog kan aan veldwerk doen in het herbouwde atelier in het Groninger Museum. Want in dat atelier, opgeschoond of niet, zijn er genoeg details te zien die fascineren. Neem het glazen boekenkastje. Dat kastje is een hurkzit waard. We ontdekken boeken die we er ook hadden verwacht: een handvol titels van Jules Deelder; Trainspotting van Irvine Welsh. Maar ook The Oxford Book of American Short Stories, verzameld door Joyce Carol Oates. Een roman van dezelfde Oates. Een verhalenbundel van Kevin Canty. En, een eindje weggeschoven, half verscholen onder oude tijdschriften en een kleurig handboekje: Nooit meer verlegen door Roeland Schweitzer. Hier openbaart zich dan toch een knuffelaspect. Het rock ’n’ roll beest las een handboek tegen verlegenheid. Ach, jongen toch.

Waar zal die dupliceerbaarheid van het beeldmerk Brood uiteindelijk op uitlopen? Vermoedelijk op een cartoonversie in een interactief decor op internet of op een tafereel in de Game Cube of X Box. Zodra het fenomeen is gereduceerd tot computerspel zijn er nog maar twee vingervlugge game-vingers nodig om ons in de Brood-mythe onder te laten dompelen. Zelf Brood worden, in één vingerknip, de kortste weg tussen onszelf en een gedroomd odium van rebel, bohémien, Taugenichts. Aan zo’n interactief Broodspelletje mogen we ook gerust verslaafd raken. Dan zijn we immers zélf knuffeljunk voor eigen gebruik, zonder de bijbehorende rommel en scherpe naalden.

Ongeveer op de helft van Quentin Tarantino’s Pulp Fiction bezoeken John Travolta en Uma Thurman een café-restaurant genaamd ‘Jack Rabbit Slims’. Het etablissement is opgetrokken uit gadgets en personages uit de jaren vijftig. Een dubbelgangster van Marilyn Monroe neemt hun bestelling op. Dubbelgangers van James Dean, Buddy Holly en Mamie van Doren behoren behoren tot het bedienend personeel.

De verwachting moet zijn dat over een jaar of tien, vijftien op het Leidseplein een club is geopend met louter neo-Broods in de bediening. Het interieur van die club zal natuurlijk gemodelleerd zijn naar het atelier dat is te betreden in het Groninger Museum. Klanten in dat restaurant zullen er een kwart gram speed kunnen bestellen en Grand Marnier met frisdrank – een van Hermans lievelingsmixjes. Ze krijgen dan druivensuiker geserveerd plus cola met wat fruitsap. Maar dat verschil tussen originele consumptie en het opgeschoonde duplicaat zal geen afbreuk doen aan de sensatie iets geweldigs authentieks te beleven: de authenticiteit van de frisse reproductie, het blakend duplicaat.