De weegschaal liegt denken veel meisjes

Een kind met anorexia uit psychische klachten door extreem te lijnen. Het is deels erfelijk en komt vooral voor bij meisjes. Remedie: praten en hulp zoeken.

Aan tafel smeerde Suze de Jong uit Strijen het eten over haar bord uit. Dan leek het net of ze er van gegeten had. Haar ouders merkten dat Suze niet meer zo vrolijk deed, ze was hangerig, moe en prikkelbaar. Ze zat uren ineengedoken met een dekentje op de bank. En bovenal: Suze werd steeds dunner.

Het was voor vader Bram en moeder Ellen duidelijk dat er iets mis was. Na grondig speurwerk op internet en een bezoek aan de huisarts kwamen ze erachter dat Suze, toen 13 jaar oud, anorexia nervosa had. Dat is een ernstige psychiatrische ziekte waarbij mensen hun psychische problemen via hun eetgedrag uiten.

Er zijn in Nederland naar schatting 40.000 jonge mensen met een eetstoornis, zoals anorexia nervosa of boulimia nervosa. Een paar honderdduizend mensen lijden aan lichtere vormen van eetproblemen. Anorexia nervosa komt niet meer voor dan dertig jaar geleden, maar volgens specialisten krijgen tieners het wel steeds jonger. De ziekte komt vooral voor bij meisjes tussen de 11 en 15 jaar.

Mensen met anorexia nervosa slaan vaak maaltijden over en gooien lunchpakketten weg. Dat is niet omdat ze geen trek hebben, ze negeren gewoon hun hongergevoel. Waarom? Omdat ze dun willen zijn en bovendien geeft het hele proces van lijnen en afvallen hun een gevoel van macht en controle over het eigen lichaam.

Maar er is meer aan de hand. Anorexia patiënten zijn erg bang om dik te worden. En die angst is geen gewone bezorgdheid maar irreëel en buiten proporties. Anorexia patiënten hebben een gestoord lichaamsbeeld, zegt professor Wijbrand Hoek, psychiater bij PsyQ. Het centrum is onderdeel van de Parnassiagroep in Den Haag. „Patiënten denken dat ze dik zijn en voelen dat ook zo. Maar in werkelijkheid zijn ze hartstikke mager.” Dat was ook zo bij Suze, zij voelde zich als een olifant, zo dik. Maar in werkelijkheid woog Suze (1.73 meter) op een gegeven moment nog maar 37 kilo.

Mensen met anorexia nervosa zijn geobsedeerd door alles wat met eten en lichaamgewicht te maken heeft. Zo dacht Suze de hele dag door alleen maar aan niet-eten, nog meer afvallen en zat ze de gehele dag calorieën te tellen. Anorexia nervosa lijkt daarmee enigszins op een verslaving, zegt Wijbrand Hoek. Patiënten krijgen van lijnen een trots gevoel, ze handelen dwangmatig, ontwikkelen gewenning en kunnen daar niet meer mee stoppen. Gevoelens van minderwaardigheid en somberheid houden de eetstoornis in de hand.

Sommige mensen denken dat anorexia patiënten alleen maar aandacht willen. Maar dat is helemaal niet waar, vertelt Wijbrand Hoek. „Mensen met anorexia nervosa zijn écht ziek.” En het zijn ook geen zwakkelingen, patiënten zijn juist extreem perfectionistisch en prestatiegericht, daardoor kunnen ze het afvallen ook zo goed volhouden.

Anorexia patiënten zijn vaak heel onzeker. Ze hechten heel veel waarde aan het oordeel van anderen en beoordelen zichzelf altijd negatief. Dat was ook zo bij Suze. De schooldokter zei in groep acht tegen haar dat ze wat aan de dikke kant was. In het tweede jaar van de middelbare school keek ze graag naar mooie slanke modellen op televisie en in tijdschriften. „Ik was erg beïnvloedbaar en vond dat ik maar eens wat moest afvallen.” Maar het bleef dus niet bij een beetje lijnen, ze ontwikkelde anorexia nervosa. En hoe dat nou precies komt, is niet helemaal bekend. Wijbrand Hoek zegt dat een samenloop van omstandigheden en verschillende factoren en invloeden de ziekte kunnen veroorzaken.

Zo zou de puberteit een belangrijke factor in de ontwikkeling van de ziekte kunnen zijn. Meisjes krijgen heupen, billen en borsten en die rondingen beleven ze dan als dik. Jongens daarentegen krijgen in de puberteit een groeispurt en voelen zich juist mager. Dat zou meteen een verklaring kunnen zijn waardoor de ziekte veelal bij meisjes voorkomt en veel minder vaak bij jongens. Bovendien brengt de puberteit ook allemaal andere veranderingen met zich mee. Pubers hebben last van hun hormonen en daardoor zitten ze niet altijd lekker in hun vel, ze voelen zich onzeker of ellendig. Sommige jongeren verlangen er dan naar weer kind te zijn. Wijbrand Hoek: „Door te hongeren ontwikkelt het lichaam zich onvoldoende en kan het kind een kind blijven.”

Wetenschappers denken dat stoornissen in de neurotransmitters, cellen die signalen in de hersenen doorgeven, een rol spelen bij het ontstaan van eetstoornissen. Anorexia nervosa zou dus deels worden veroorzaakt door erfelijkheid. Bij sommige families komen eetstoornissen vaker voor dan bij andere. Maar dat iets erfelijk is wil nog niet zeggen dat je het ook per definitie krijgt. Volgens Wijbrand Hoek zijn er gebeurtenissen die de ziekte kunnen uitlokken. Een sterfgeval, ouders die uit elkaar gaan, maar ook pesterijen van klasgenoten kunnen traumatisch zijn. „Het kind voelt zich hulpeloos en is bang voor verlies van controle over zichzelf.”

Een andere factor die bijdraagt aan het krijgen van de ziekte is het westerse schoonheidsideaal ‘slank is mooi’. Wijbrand Hoek deed er veel onderzoek naar en kwam er achter dat in landen, zoals op Curaçao, waar wat overgewicht juist mooi is, anorexia nervosa vrijwel niet voorkomt. Suze werd niet alleen geïnspireerd door slanke modellen, Suze wilde ook graag beroemd worden en zag dat bekende mensen op televisie er allemaal slank uitzagen. Dát in combinatie met gevoelens van onzekerheid en een erfelijke factor, zou bij Suze de ziekte hebben veroorzaakt, stellen artsen.

Suze voelde zich alles behalve goed, toen ze zo dun was. Ze had het continu koud, de verwarming thuis stond op dertig graden, ze was duizelig en viel geregeld flauw. Anorexia nervosa kan veel ernstig lichamelijke gevolgen hebben. Zo kan de menstruatie bij patiënten stoppen, het hart gaat minder snel kloppen, de bloeddruk gaat omlaag. Maar mensen met anorexia nervosa krijgen ook last van haaruitval, harde ontlasting en op langer termijn kan zelfs botontkalking optreden en kunnen vrouwen onvruchtbaar worden. Door anorexia nervosa raken mensen ook in een sociaal isolement, ze willen niet meer op stap met vrienden bijvoorbeeld omdat ze moe zijn en er tegenop zien om te moeten eten. De ziekte heeft ook psychische gevolgen. Suze voelde zich depressief en wilde met niemand meer praten. „Ik was alleen maar met mezelf bezig. Ik vond dat iedereen zeurde. Ik dacht: waar maken jullie je nou druk over, ik ga heus niet dood en hou gewoon je mond.” Haar moeder vertelt dat ze ook bijna niet meer tot Suze kon doordringen. „Het maakte niet uit wat je zei, het kwam toch niet aan.”

Anorexia nervosa kan dodelijk zijn. Twintig jaar na het ontstaan van de ziekte blijkt in 15 procent van de gevallen de patiënt overleden te zijn. „Ofwel aan de gevolgen van ondervoeding, ofwel aan zelfdoding”, vertelt Wijbrand Hoek. Maar er zijn ook veel mensen die van de ziekte genezen. „Daar heb je professionele hulp bij nodig, hoe eerder, hoe sneller je kan genezen”, legt Annemarie van Elburg uit. Zij is jeugdpsychiater en werkt bij Rintveld in Zeist: een centrum voor eetstoornissen waar anorexia patiënten opgenomen worden. Het centrum maakt deel uit van de instelling Altrecht voor geestelijke gezondheidszorg.

Om er snel bij te zijn is het voor ouders erg belangrijk de ziekte snel bij hun kind of tiener te herkennen, zegt Van Elburg. „Als je ziet dat je kind zich terugtrekt, niet meer op stap gaat, weinig energie heeft en weinig eet, moet je aan de bel trekken. Maar ook als je kind altijd met de hond wilt wandelen, met een omweg naar school fietst (om calorieën te verbranden, red.) en kleren niet meer past, is er iets mis.” Volgens Van Elburg is het vaak lastig te ontdekken of er iets mis is. „Anorexia patiënten weten hun ziekte goed te verbergen.” Het zijn vaak vriendinnetjes en broers of zussen die als eerst door hebben dat er iets aan de hand is. „Die zien bijvoorbeeld dat het kind eten weggooit.” Hoe moeilijk het ook is, zegt van Elburg, vriendinnen, broers of zussen moeten het tegen de ouders zeggen. „Anorexia gaat niet vanzelf over.”

Wat moet je doen als je kind anorexia nervosa heeft? „Er met het kind over praten”, adviseert Van Elburg „en hulp zoeken”. Dat deden de ouders van Suze, maar de weg naar de juiste hulpverlening bleek ingewikkeld. „Er waren overal lange wachtlijsten en we kregen verschillende diagnoses en adviezen”, vertelt Bram. „Dat was erg frustrerend.” Suze belandde twee maal in het ziekenhuis. Ze moest aan de sondevoeding en aan de hartbewaking. Maar gelukkig kwam er vervolgens een plek voor haar vrij in de kliniek Rintveld.

Daar leerde Suze weer eten. Ze moest een pond tot een kilo per week aankomen. Als patiënten genoeg zijn aangesterkt leren ze ook met hun psychische problemen om te gaan, vertelt Van Elburg. Ouders spelen een belangrijke rol in het genezingsproces en worden daarom betrokken bij de behandeling. Ze moeten het kind steunen en extra verzorgen. ‘Je kan het, we gaan er samen tegen vechten en het komt echt wel goed’, zijn volgens Van Elburg de juiste teksten. Ook is het belangrijk dat ouders laten zien dat gezond zijn meer voordelen biedt. „En dat je zonder anorexia veel meer van het leven kan genieten.”