De stelling van Harry Mulisch: mishandeling van dieren, meneer Balkenende, moet stoppen

Balkenende repte in zijn boek over een „angstwekkende stilte” die zou heersen onder intellectuelen. Harry Mulisch snapt niet hoe de premier daarbij komt. Zijn huidige engagement betreft de dieren, vertelt hij tegen Elsbeth Etty.

Harry Mulisch is schrijver. Premier Balkenende schreef hem een brief in zijn boek Aan de Kiezer en vroeg hem waarom intellectuelen zich niet mengen in het maatschappelijk debat. (Foto Maurice Boyer) Harry Mulisch Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 061114 Boyer, Maurice

Waarom heeft u niet geantwoord op premier Balkenendes brief waarin hij zich beklaagt over het gebrek aan maatschappelijk engagement onder intellectuelen en kunstenaars?

„Ik was bij de presentatie van het boek waarin die brief is opgenomen en daar heb ik tegen Balkenende alles gezegd wat ik erover te zeggen heb.”

Wat was de strekking van uw mondelinge reactie?

„Ik heb hem gezegd, dat ik de ‘angstwekkende stilte onder intellectuelen’ waar hij over schrijft niet hoor. Hoe komt hij daarbij? Ik lees voortdurend schrijvers en intellectuelen die zich, vaak als columnisten, mengen in het maatschappelijk debat.”

De columnisten op wie u doelt worden door CDA-prominenten als Jan Schinkelshoek en Ab Klink weggezet als een ‘even onverdraagzaam en vooral luidruchtig genootschap van opiniemakers’. Onder intellectuelen verstaan ze bij het CDA kennelijk iets anders.

„Balkenende schreef in zijn brief dat hij via mij het adres van de Nederlandse intelligentsia zoekt. Hij wil weten waar de Nederlandse Sartre is, maar een figuur met de impact van Sartre bestaat niet in Nederland.”

Denkt u echt dat Balkenende op zoek is naar een Sartre? In zijn brief laat hij zich juist denigrerend uit over voormalige fellowtravellers en het ‘neomarxisme’ van de jaren zeventig.

„Hij is op zoek naar het icoon van het vrije woord in Nederland, zoals Sartre dat vroeger was in Frankrijk. Ik ben zeer vereerd dat hij mij daarvoor heeft uitgekozen, terwijl ik me veel minder met de publieke zaak bemoei dan een hoop anderen.”

Veertig jaar geleden bemoeide u zich veel meer met de samenleving. Daarin heeft Balkenende gelijk.

„In de jaren zestig was ik razend op de regenten. Het was twintig jaar na de oorlog. De agenten die op de provo’s insloegen, waren door de Duitsers opgeleid in Schalkhaar. Diezelfde politiemensen hadden tussen 1940 en 1945 joden opgepakt. Pas met het Eichmannproces in 1961 begon tot de mensen door te dringen wat er gebeurd was tijdens de oorlog. Dáárop was dat protest van toen een reactie: op dat grote zwijgen tijdens de wederopbouw en op de restauratie van vooroorlogse verhoudingen.”

In de jaren zestig bestreed u het regentendom. Nu wordt u uitgenodigd om met de regenten mee te denken over de vraag ‘hoe het nog beter kan’.

„Dan is Balkenende bij mij aan het verkeerde adres. Daarvoor moet hij bij rechtse intellectuelen zijn. Vroeger richtte je je dan tot Bolkestein, maar die is met pensioen.”

Vindt u het een specifieke taak van schrijvers om, zoals Balkenende stelt, een brede maatschappelijke visie, een ideaal, een Grand Design te presenteren?

„Absoluut niet. Een schrijver heeft één taak in zijn leven: hele mooie boeken schrijven. Wie echt wilde dat kunstenaars meededen aan het uitdragen van een maatschappelijk ideaal, was Stalin. Als ze dat niet naar zijn zin deden, gingen ze eraan.

„Voor zover er nu sprake is van een stilte onder de intelligentsia, is dat geen angstwekkende stilte, zoals Balkenende zegt, maar een stilte die voortkomt uit angst. Angst voor de repercussies die je kunt krijgen als je echt schrijft wat je vindt.”

Bedoelt u dat de vrijheid van meningsuiting onder druk staat in Nederland?

„De jure bestaat er vrijheid van meningsuiting, de facto niet. Als je bang moet zijn voor ernstige repercussies, voor je kinderen bijvoorbeeld, in hoeverre kun je dan nog spreken over vrijheid van meningsuiting? Dat is het angstwekkende van het geval. Mensen die echt alles zeggen, hebben tegenwoordig beveiliging nodig.”

Schrijvers en intellectuelen als Leon de Winter, Ayaan Hirsi Ali en Afshin Ellian hebben dat er voor over.

„Ik vind dat moedig, het valt in hen te prijzen, maar ze zijn het niet verplicht.”

U werd in de jaren zestig als vertegenwoordiger van het vrije woord ook bedreigd, niet door radicale moslims, maar door de politie.

„In dat opzicht is er veel veranderd en alleen al daarom is het een hele eer dat Balkenende zich tot mij richt. In 1965 hingen op het Leidseplein agenten uit het raam van het politiebureau die mij toeriepen: „Jou krijgen we ook nog wel, Mulisch!” Verschrikkelijk.”

Toen werd u aangevallen door het establishment, nu probeert het CDA u in te lijven. Misschien hoopt Balkenende dat u op hem gaat stemmen.

„Ik heb in mijn leven op van alles gestemd, maar nooit op de VVD of het CDA. Ik heb op een christelijk lyceum gezeten en ken christenen van nabij. Dat is me nou niet zo bevallen. Hein Donner, de oom van de voormalige minister van Justitie, was de intiemste vriend die ik ooit heb gehad en die kon daar ook een aardig boekje over open doen.”

Wat bevalt u niet in christelijke politiek à la Balkenende?

„Dat geklets over normen en waarden en dat misbruik van het woord respect. We moeten ineens voor alles en iedereen respect hebben. Ik veracht sommige mensen. Wat ik ook zo’n gezeur vind, is dat „het over de inhoud moet gaan”. Mijn antwoord aan Balkenende luidt: het gaat over de vorm, begrijp dat nou! Hij is aan de winnende hand omdat hij loopt zoals hij loopt, de pakken draagt die hij draagt. Dat aardige onhandige, dat houterige aan hem, is kennelijk wat de mensen willen.”

Heeft u aan Balkenende gevraagd wat hij bedoelt met dat ‘Grand Design’ dat intellectuelen en schrijvers moeten leveren?

„Nee, ik dacht dat hij daarmee doelde op de minister van Onderwijs, mevrouw Van der Hoeven, die gelooft dat de wereld een ‘intelligent design’, een schepping is. Dat is een vorm van technisch denken: als iets bestaat moet het gemaakt zijn en dús moet er een maker zijn. Terwijl dat helemaal niet nodig is, dat heeft Darwin nu juist aangetoond. De wereld komt voort uit een eindeloze reeks toevalligheden uitgesmeerd over een zee van tijd.”

Vindt u het niet raar dat Balkenende aan onafhankelijke intellectuelen vraagt om voor hem een wereldbeeld te ontwerpen?

„Ach, hij mag best advies vragen en onafhankelijke geesten mogen hem dat ook geven. Hij mag alleen niet aan mij vragen: schrijf een redevoering voor mij en leg daarin uit dat aftrek van de hypotheekrente de wil is van God.”

Waar, meneer Mulisch, is het maatschappelijk engagement gebleven, vraagt Balkenende. Tegelijkertijd bekritiseert hij de politieke taxatiefouten die maatschappelijk geëngageerde schrijvers als u in het verleden hebben gemaakt.

„Dat is een steek onder water. Hij doelt dan op Cuba. Sommige mensen willen nog altijd dat ik door het stof ga, omdat ik toen ongelijk zou hebben gehad. Daar ben ik het niet mee eens. De mensen die indertijd tégen Castro waren hadden ongelijk, zo gaat dat in de geschiedenis. De uitgangspunten van de Cubaanse revolutie waren positief.”

Toen voelde u zich betrokken bij Cuba, waar ligt nu uw engagement?

„Ik engageer me met het dierenrijk. Ik stem op de Partij voor de Dieren. Andere partijen hebben het vooral over geld, zoals aftrek van hypotheekrente. Ik weet niet eens wat dat is omdat ik mijn hele leven huurder ben geweest.”

Dus u stemt op de Partij voor de Dieren, omdat er niets anders meer is waarvoor u warm loopt?

„Sommige mensen zullen misschien op die partij stemmen uit balorigheid, maar dat is bij mij niet zo. Ik heb echt iets met dieren. Mijn teckel beschouw ik als intelligenter dan een hele hoop mensen. Volkert van der G. heeft de boel behoorlijk verziekt door uit dierenliefde een moord te plegen. En neem Hitler, die heeft van niemand meer gehouden dan van zijn hond.

„Maar toch vind ik dat dieren heilig zijn. Ik word echt onpasselijk als ik zie wat er nu met dieren gebeurt: staarten afhakken en genitaliën afknippen zonder verdoving. Daar, meneer Balkenende, moet onmiddellijk een einde aan komen.”