De shockerende Höllander

Schaatscoach Bart Schouten haalde Olympisch goud met de Amerikanen Derek Parra en Chad Hedrick. In Duitsland bokst hij als nieuwe Bundestrainer op tegen de gevestigde orde.

De opluchting viel van zijn gezicht te lezen, na de wereldbekerwedstrijden van afgelopen weekend in Heerenveen. Drie keer een Duitse schaatser in de toptien, eindelijk de resultaten die hij zo hard nodig had. „Van buitenaf is vaak tegen de schaatsers gezegd: het kan niet wat die Holländer doet”, zegt Bart Schouten. „Nu zie je geloof in mijn aanpak ontstaan.” Dat is geen dag te vroeg, want gisteren begon de tweede wereldbekerwedstrijd in Berlijn, de thuisbaan van de Duitse ploeg.

Schouten (38), die naam maakte als coach van de Amerikanen Derek Parra en Chad Hedrick, werd in mei door de Duitse schaatsbond voor vier jaar gecontracteerd als hoofdcoach van de mannenploeg. De afgelopen jaren haalde Duitsland vooral successen bij de vrouwen, met toppers als Gunda Niemann, Claudia Pechstein, Anni Friesinger en Monique Garbrecht. De mannen scoorden hooguit eens een toevalstreffer, zoals Jens Boden met brons op de vijf kilometer op de Spelen van 2002.

De benoeming van Schouten was onderdeel van een ingrijpende structuurverandering. Tot dan toe trainden de Duitse topschaatsers in verschillende groepen op de banen van Inzell, Erfurt, Grefrath en Berlijn. In de nieuwe Olympische cyclus naar Vancouver 2010 wordt gekozen voor een centrale aanpak. „Ik werk met zestien schaatsers, een uitgebreide kernploeg”, zegt Schouten. „Voor de Duitsers is dit iets compleet nieuws, samen trainen. Ik denk dat er daarom zoveel weerstand is.”

Een deel van de gevestigde orde onder de Duitse schaatstrainers is niet blij met de nieuwe structuur, die hun eigen positie ondermijnt. Al in de zomer, bij de Cool Running-wedstrijden in Erfurt, kwam er harde kritiek op Schouten. Onder anderen Stephan Gneupel, de vroegere trainer van Gunda Niemann, liet zich laatdunkend uit over de coach uit Haarlem. „Ik weet dat er uit die hoek kritiek is”, zegt Schouten. „In Erfurt willen ze de nieuwe structuur gewoon niet.” Critici voelden zich gesterkt door de matige resultaten van de Duitse ploeg in het voorseizoen. Sommigen riepen handenwringend dat de nieuwe ‘Chef’ niet eens de winter zou halen.

Hoe ver de machtsstrijd kon gaan, bleek begin november bij de nationale kampioenschappen in Erfurt, toen de Duitse schaatsers zwakke tijden reden. „Het ijs was niet goed”, beweert Schouten, die niet uitsluit dat er sprake was van sabotage.

De kritiek richt zich niet alleen op de nieuwe structuur. Ook de revolutionaire trainingsaanpak van Schouten wordt in Duitsland argwanend bekeken. „Ze gaan hier al jaren uit van een zo groot mogelijke trainingsomvang en specifieke testen. Op basis van die testen concludeerden wetenschappers in Berlijn dat het dit jaar niets zou worden met ons. Mij zegt zo’n test niets. Ik ga uit van wat ik op het ijs zie. Het probleem is dat schaatsers na zo’n test gaan twijfelen. Zij zijn daarmee opgegroeid. Het is heel moeilijk voor ze om zich aan te passen.”

Na een verblijf van meer dan tien jaar in de Verenigde Staten begon Schouten zijn Duitse avontuur met een drie uur durende speech. „Dat was ons eerste trainingskamp in Bad Endorf, waar de meeste van mijn schaatsers werken als Bundespolizist. Ik heb daar mijn filosofie uitgelegd en verteld wat ik van ze verwacht. Het komt er vooral op neer dat ik wil dat ze zelf nadenken. Bij het tweede kamp, in Erfurt, heb ik ze uitgedaagd door te zeggen dat ik rondjes van 26 seconden wilde zien. ‘Dat kunnen we niet’, reageerden ze. Uiteindelijk lukte het zes schaatsers toch.”

Daarna shockeerde Schouten, die wordt geassisteerd door de Nederlander Jan Coopmans en de Duitser Klaus Ebert, zijn schaatsers pas echt. „In Obersdorf hebben we ruim twee weken shorttrack gedaan, om de bochten te verbeteren. Ze vonden het zo gaaf, dat ze zelf schoenen en ijzers hebben gekocht. Op ons laatste lange trainingskamp voor het seizoen, in Berlijn, heb ik rondjes van 25 seconden van ze gevraagd. Tien van de zestien schaatsers slaagden daarin.”

Inmiddels had ook olympisch kampioen Bob de Jong zich bij de Duitse selectie gevoegd. „Ik ken Bob nog van de ijsbaan in Haarlem”, zegt Schouten. „We hadden allebei dezelfde jeugdtrainer, Herman Nota. De Duitse bond stond ervoor open om hem in de ploeg op te nemen. Logisch, de jongens kunnen veel leren van zo’n wereldtopper.”

Afgelopen weekeinde in Heerenveen was De Jong op de vijf kilometer maar een fractie sneller dan zijn Duitse ploeggenoot Tobias Schneider, die verrassend als zevende eindigde. Gisteren verbeterde hij in Berlijn zijn persoonlijk record tot 6.25,09, goed voor een negende plaats. Schouten: „Ik weet nog dat juist Schneider na mijn speech zei dat ik mooi praten had. Nu rijdt hij 6.25 en zie je het geloof ontstaan. Net als bij Samuel Schwartz, die in Heerenveen twee keer bij de eerste tien kwam op de duizend meter, in 1.10. En Anton Hahn, die de 500 meter in 36,1 reed. Ik weet dat het voor de jongens moeilijk is, met alle invloeden van buitenaf. We hebben daar ook over gesproken. Dan zeg ik: blijf op het pad, geloof erin. Maar het enige waarmee je ze écht overtuigt, zijn de resultaten.”